Oproerpolitie bij de moskee

De Egyptische publieke opinie is woedend over de tolerante houding van de regering jegens Israël. Buiten Kairo werd betoogd.

De honderden dranghekken worden weer opgeborgen. Het vrijdaggebed bij de Al-Azhar moskee in Kairo zit erop. De staatsveiligheidsdienst kan terugkijken op een geslaagd optreden in en rond het belangrijkste gebedshuis van Egypte. De gevreesde demonstratie tegen het Israëlische optreden in Gaza, maar vooral ook tegen de houding van het Egyptische regime, is vroegtijdig de kop ingedrukt.

Geheim agenten in burger en knokploegen namen zo veel plaats in in de moskee dat er voor oproerkraaiers geen ruimte meer was. Aan het eind van de preek werden de moskeegangers opgewacht door de oproerpolitie. Een uur later was de buurt weer overgenomen door marskramers, dagjesmensen en toeristen.

Elders in het land was het anders. Vrijwel alle belangrijke moskeeën waren door de veiligheidstroepen belegerd, maar in diverse steden werden toch massademonstraties gehouden. In Tanta, een industriestad in het Deltagebied, waren tienduizend mensen op de been. De duizenden agenten die waren gemobiliseerd, werden verrast omdat de demonstraties al vóór het gebed begonnen in plaats van daarna zoals gebruikelijk.

De meeste acties waren – net als vorige week – georganiseerd door de Moslimbroederschap, de verboden oppositiebeweging waarvan Hamas de Palestijnse evenknie is. De Moslimbroeders waren niet afgeschrikt door het keiharde optreden van de politie van vorige week. Honderden leden werden naderhand ’s nachts opgepakt.

In de publieke opinie heerst grote boosheid. Het regime werd altijd al gezien als handlanger van Israël omdat het de grens met de Gazastrook dichthoudt sinds Hamas daar midden 2007 de macht greep. Dat de regering Hamas ervan beschuldigt de aanval te hebben uitgelokt is bij velen in het verkeerde keelgat geschoten. Nog erger vindt men de obstructie bij het toelaten van humanitaire hulp naar de Gazastrook door de enige Egyptische grensovergang.

„Ik schaam me dood”, zegt een oudere man die na het gebed in de de Al-Azhar moskee heeft plaatsgenomen in een theehuis. „We lijken verdacht veel op bondgenoten van de vijand.” Israël wordt niet genoeg onder druk gezet door president Mubarak, verwoordt hij de heersende overtuiging. „Waarom leveren we hun nog altijd gas?”, vraagt hij. Vorige week beval een rechter de gasleveranties te staken, maar de regering ging in beroep.

De uitbater van het theehuis stemt in, maar hij stoort zich aan grootspraak van landgenoten en Arabieren die op de televisie roepen dat ze bereid zijn met de Palestijnen mee te vechten tegen Israël. „We hebben meer oorlogen tegen Israël gevoerd dan wie ook”, zegt hij. „Wij hebben de prijs betaald voor vrede. Dat geven we niet op.”