Op het spoor van onze gedachten 2

De Heer Francken slaat in zijn reactie van vorige week de spijker op de kop, namelijk precies op een plek in het interview waar meer informatie heeft gestaan in een eerdere versie waarin nog wel ruimte was voor de vergelijking tussen tijdsvormen van een werkwoord en lidwoorden. Niet rechtstreeks maar vrij diep is er een verband tussen wat lidwoorden doen in naamwoordelijke groepen en wat tijdsvormen doen in werkwoordelijke groepen. Waar ik op wees was dat de tegenstelling tussen de Imparfait en de Passé Simple in het Frans nogal doet denken aan de onbepaaldheid of bepaaldheid van het lidwoord. Vandaar het voorbeeld. Het ongewone van de eerste zin van `De tranen der acacia`s` zat hem voor mij dus niet zozeer in het gebruik van had, maar in het gebruik van de in de boerenmeid. Ik was daar zo op gefocust dat het mij ontgaan is dat ook het gebruik van had inderdaad bijdraagt aan de ongewoonheid van de Hermans-zin als eerste zin van een verhaal, ook al omdat `De boerenmeid protesteerde niet toen ...` nog steeds de lezer midden in de handeling plaatst, zij het op een andere wijze dan met had geprotesteerd. In de voorbeelden die de Heer Francken geeft uit de literatuur blijkt echter overduidelijk dat niet alleen lidwoorden en aanwijzende voornaamwoorden (die in die dag) maar ook tijdsvormen bijdragen tot de abruptheid van een begin. Interessant, die samenwerking. Hermans zou overigens niet blij zijn geweest met de stelling dat hij dit effect te danken zou hebben aan Du Perron, maar misschien was het zijn manier om een vorm van schatplichtigheid aan Forum te tonen.