Muziekverkoop is niet zo als vijftig jaar geleden

Het artikel `10 miljoen nummers nooit online verkocht` (NRC Handelsblad, 29 december) begint met de stelling dat de verkoop van muziek nog `precies als vijftig jaar geleden` verloopt. Onzin. Volgens het artikel hebben de Britse onderzoekers Will Page en Andrew Bud ontdekt dat van de 1,23 miljoen verschillende muziekalbums die via internet te koop zijn, er het afgelopen jaar slechts 173.000 werden verkocht. Het onderzoek zou de long-tailtheorie van Chris Anderson ondermijnen die zegt dat de `kop` van de verkoopcurve (met een klein aantal grote hits) aan belang inboet en de `staart` langer wordt, doordat steeds meer titels sneller rendabel zijn.

Maar de theorie is onverminderd van toepassing. Ja, het zijn ”nog steeds de grootste hits die ook de grootste omzet genereren”, maar hits zijn niet meer het enige verdienmodel, onder andere doordat het aanbod vrijwel onbeperkt is. In een fysieke platenzaak kun je nooit 1,23 miljoen albums aanbieden, laat staan er 173.000 verkopen.

Wat helaas niet in het artikel wordt vermeld, is dat in het onderzoek van Page en Bud alleen gekeken is naar Groot-Brittannië, terwijl de schaal van groot belang is voor het long-taileffect. Anderson baseert zich dan ook op (relevantere) Amerikaanse cijfers. Ook niet vermeld: de manier waarop de muziek online wordt aangeboden. Anderson schrijft dat de staart van de curve groeit naarmate de database aan titels beter benaderbaar is, door middel van betere filters zoals recommendation engines. In dit opzicht haalt het onderzoek The Long Tail niet onderuit, maar verklaart het de resultaten ervan.