Max, Meijer en de pistolen in het kastje

Wie staat er voor de rechter en waarom? Max is nogal een verschijning en zijn complottheorie klinkt best geloofwaardig. Of zijn die pistolen gewoon van hem?

Door Rinskje Koelewijn

Op donderdag 8 januari staan er bij Max (61) een deurwaarder, een hulpofficier van justitie en dertig verhuizers voor de deur. Hij moet binnen één dag zijn huis van 200 vierkante meter ontruimen. En dat is geen sinecure, het staat tot de nok toe vol.

Max mag zelf zijn persoonlijkste spullen inpakken. Hij ruimt een klein kastje in zijn slaapkamer uit. Hij heeft het al veertig jaar. Het dateert, zegt hij, uit zijn modetijd. In het kastje zitten in blauw leer gebonden boekjes, met, nou ja, pikante foto’s, dagboeken en zo meer. En, fluistert een van de verhuizers tegen de hulpofficier: een pistool. De verhuizer heeft het hem zien inpakken. De hulpofficier vraagt Max of hij in de dozen mag snuffelen. Dat mag. Hij treft drie revolvers aan, mét munitie en één geladen. Ze zitten in een linnen tasje.

Dat lijkt een overzichtelijk verhaal. Max hangt. Maar dan heb je Max nog niet gezien, en zijn advocaat, meester Loonstein, nog niet gehoord. Want zij schetsen het scenario, het plot en de karakters van een behoorlijk goede film.

Max is nogal frisjes gekleed voor de tijd van het jaar. Een baseballpetje met Hebreeuwse tekst, grijze krullen, witte linnen broek en hemd, twee zijden sjaaltjes. Tien jaar geleden, toen er nog geen vuil en gaten in zaten, stond het hem vast prachtig. Zijn Nike Air-schoenen hebben geen veters, onder zijn buik piept de rand van een Ralph Lauren onderbroek. Zijn wat verwaarloosde voorkomen kan zijn charisma niet verdoezelen.

Advocaat Loonstein verruilt voor hij de Amsterdamse rechtszaal binnengaat zijn keppeltje voor een zwarte baret en maakt direct problemen. De verhuizer is de dag van de rechtszaak nog telefonisch verhoord door de politie. Pas als de officier belooft de verklaring van de verhuizer erbuiten te houden, gaat de advocaat akkoord met de behandeling van de zaak.

De zaak die dus zo klaar als een klontje leek. Tot Max de achtergronden vertelt van het conflict tussen hem en zijn huisbaas. Laten we die Meijer noemen. Zijn vroegere buurjongen, die op zijn zestiende verkikkerd op een meisje was. En dat meisje werd de vriendin van Max. En sindsdien probeert Meijer Max te kwellen waar hij kan. De hele joodse gemeenschap, zegt Max, weet dat Meijer gefrustreerd, zielig en depressief is.

Dus toen Max’ bank besloot zijn huis te veilen, was Meijer er als de kippen bij om het huis te kopen. Max, ook niet gek, had zijn vriendin huurder gemaakt van het huis en zichzelf onderhuurder. En ja, als huurder heb je huurbescherming. Meijer had het huis, maar kon er door die huurders niks mee. Max kwam in de problemen toen zijn vriendin bij hem wegging en de huur niet meer betaald werd. Een maand huurachterstand was genoeg voor Meijer om een uitzettingsprocedure te starten wegens wanbetaling.

Max moest het huis uit. Het liefst voorgoed. Wat daarbij enorm zou helpen, zegt Max, is als er ergens in huis een wapen zou liggen. Dan draait Max de cel in, is hij geen gegoede burger en kan hij het vergeten ooit nog erkend te worden als onderhuurder.

En nu komt het complot: Meijer zou een van de verhuizers, voor een paar euro, een pistool hebben laten leggen in die kast. Want stond Meijer de ochtend van de ontruiming niet om zeven uur ‘s ochtends voor de deur tegen de deurwaarder te lispelen dat Max een wapen had?

Max heeft niks met wapens. Hij is, zegt hij, 61, een zieke man met longembolie, suikerziekte en artritis die rustig zijn tijd uitzit. Als hij al een pistool had, dan heeft hij het gekregen van de criminele inlichtingendienst. Dat zou dan moeten dateren uit zijn afperstijd.

Het gekke is, dat je nergens in Max’ verhaal denkt: hij is krankzinnig. Zijn advocaat denkt dat blijkbaar ook niet, want hij volgt de complottheorie van Max. Hij overlaadt de rechter met argumenten: de verhuizer zag één pistool, het waren er drie. Wélke zag hij dan? Om na veel spitsvondigheden uit te komen bij zijn conclusie dat éen niet hetzelfde is als drie, en dat Max dús vrijgesproken moet worden. Hij schmiert: ‘U denkt toch niet dat de verhuizer langs dat vette lijf van Max heeft kunnen zien dat hij een pistool in een doek wikkelde’. Zwaait triomfantelijk met een linnen zak. Dé zak, zegt hij, waar de pistolen inzaten. Geen doek dus.

De officier vat het bondig samen: u speculeert. Ze breekt elk stukje betoog van Loonstein af en blijft bij haar eis van vier maanden cel, waarvan twee voorwaardelijk.

Dit is zo’n situatie waarin je het steeds eens bent met de laatste spreker. Heeft de rechter daar ook last van? Normaal doet een politierechter meteen uitspraak. Maar rechter Davids wil er twee weken over nadenken.