Martelaar

Gertjan Verbeek maakte nog een nummertje van zijn afscheid. Aan de voordeur liet hij zich een laatste keer toejuichen door de diehards van Feyenoord. Toen hij later wegreed, stak hij ostentatief de hand omhoog. Een pauselijk handje.

Het was een populistisch afscheid. Ik moest aan Pim (en zijn twee hondjes) denken die zijn hitsige aanbidders destijds ook vanuit de auto toeriep dat hij op weg was naar het Catshuis. Zo ver komt Verbeek niet, maar de illusie dat hij door het plebs van Rotterdam in een baldakijn werd rondgedragen, zal hij tot het einde van zijn dagen koesteren. Even brak hij uit zijn ondoorgrondelijkheid: de ontslagen coach genoot intens van zijn pathetisch plebiscietje. Eindelijk was hij iemand. Bijna het Berlusconi-gevoel.

Minder presidentieel was hij in zijn kritiek op de spelersgroep. Het ontbreekt hun aan integriteit, zei Verbeek. Een slag met de voorhamer, diep onder de gordel. Een karaktermoord. Je kan bij voetballers aan alles twijfelen, maar niet aan hun integriteit. Je kan zeggen dat ze lui aan de bal zijn, rotverwend in het leven, boosaardig in de machtsspelletjes, ja zelfs geboren stoethaspels, maar aan de integriteit van spelers raak je niet. Al helemaal niet als je zelf met het raffinement van een shovel door het leven gaat. Bij mijn weten is er nooit een trainer geweest die de integriteit van zijn spelers publiekelijk in twijfel durfde te trekken. Michels niet, Van Gaal niet, Mourinho en Benitez niet. Met zijn allusie op integriteitsuitval zette de ex-coach van Feyenoord zijn spelers in de donkere hoek van het lagere soort mensen. Tussen Rijkman Groenink en Nina Brink.

Dan ben je een schoft.

Allicht had Verbeek kritiek op zijn spelers. Veel weelde was er niet terug te vinden in het spel van Feyenoord. De passie voor stad en volk was niet dat je zegt: laat de moffen maar komen. Er zat geen spat vreugde in het elftal en week na week won de angst het van aplomb. Daar kwam nog bij dat de helft van de selectie van lappenmand naar lappenmand paradeerde. Dit was niet des Rotterdams.

De spelers hebben zeker gefaald, maar waar was het gezag van de trainer? Het was er niet. Verbeek liep zich de hele tijd te beroezen aan zijn eigen integriteit. Om dat duidelijk te maken blafte hij zich in het krachthonk en op het trainingsveld in de rondte. En altijd met het menselijk gelaat van een oorwurm. Tijdens de wedstrijden lukte het hem ook niet uit de hengsels te treden van een Albanese buitenwipper van een nachtclub. De hooggeplaatste Verbeek: zuur en ontoegankelijk. Altijd bovenbaas in grimas en pose. Nooit eens een woord van nederigheid, laat staan een schuldbekentenis.

Toen ik hoorde dat hij met Feyenoord op winterstage in Turkije zou gaan, wist ik: dit is het einde. Een beetje mensenkenner was er niet aan begonnen. Een paar uur op het trainingsveld en een wedstrijdje toe, dat konden de spelers nog wel hebben van Verbeek. Maar in Turkije wordt het ook avond, en dan moet er nog iets te zeggen zijn. Dan moeten trainer en spelers zich openvouwen voor gezelligheid en onnozel vertier. De confrontatie inruilen voor pretentieloze levensverhalen. In de stillere uren van zo’n trainingskamp haakt Verbeek af. Hij staat buiten het leven. Allicht heeft ook hij binnenkant, maar hij wil zich er niet op laten aanspreken. Een strelinkje kan er niet af. De avonduren in Turkije waren een hel. Zeker voor de kwetsbare youngsters, maar ook voor de oude vedetten die bij hun buitenlandse club geoefend zijn in sfeergevoeligheid en liefde. Zij wilden zo graag een paar uurtjes weg uit de kadaverdiscipline van een sportschoolgek.

Dat verlangen had Verbeek niet in het pakket.

De kortstondige passage bij Feyenoord heeft Verbeek de status van martelaar bezorgd. Ik weet niet of hij daar zo blij mee moet zijn. Voetballers houden niet van heiligenlevens. En supporters zijn kort van geheugen. Straks zetten ze het hart open voor Mario Been of voor Leo Beenhakker. Nee, niet meer voor het lamento Willem van Hanegem – te veel folklore. Na drie gewonnen wedstrijden spreekt niemand nog over Verbeek in de Kuip.

De trainer die zichzelf heeft afgebrand, zal zich een tijdje moeten gaan herbronnen. In Emmen of Zwolle. Hij kan ook op cursus gaan: leer mij de vreugde van een hand, leer mij gezag zonder laarzen, leer mij lachen.

Met Feyenoord komt het sowieso niet meer goed. De bouw van een nieuw stadion zal de laatste stuiptrekking van wanbeheer zijn.