Mager bedankje voor Bank of America

De greep die Bank of America in de schatkist van de Amerikaanse regering heeft mogen doen, lijkt een goede deal. De voorwaarden zijn net zo soepel als bij de tweede steunoperatie in november voor Citigroup, en veel beter dan alles wat de markt zou hebben geboden. Maar als de autoriteiten BofA bij zijn reddende overname van Merrill Lynch, dat in het vierde kwartaal liefst 15 miljard dollar verloor, hebben aangemoedigd dan lijkt deze nieuwe hulp maar een mager bedankje.

Neem de kapitaalinjectie van 20 miljard dollar in de vorm van preferente aandelen. Die gaat vergezeld van een dividend van 8 procent. Dat is minder dan wat Goldman Sachs of Barclays moet betalen voor hun kapitaaluitbreiding. En het is meer dan de 5 procent die de VS in rekening hebben gebracht voor hun eerste kapitaalronde. Maar het is dezelfde rente die Citi betaalt voor zijn tweede tranche belastinggeld.

Net als Citigroup heeft BofA ook overheidsgaranties in de wacht gesleept voor een ‘slechte bank.’ Het bedrag van 118 miljard dollar voor de te waarborgen ‘giftige bezittingen’ van BofA is aanzienlijk kleiner dan de 306 miljard dollar voor Citi. Er is sprake van een curieuze discrepantie tussen de kapitaalpercentages die in de gewaarborgde bezittingen zijn geïnjecteerd. Wellicht verkeerde de balans van Merrill in een aanzienlijk slechtere staat dan die van Citi. Maar het zou ook kunnen dat er een flinke verslechtering is opgetreden in de twee maanden na de tweede steunoperatie voor Citi. Misschien is het een zorgwekkend teken dat Citi klaar is voor de derde ronde.

De extra voorwaarden die aan BofA zijn opgelegd, duiden erop dat de instrumenten van de overheid bot zijn geworden. Zij omvatten een dividendbeperking tot één cent per aandeel en een salarisherziening voor topfunctionarissen. Deze maatregelen zijn dezer dagen nauwelijks een schouderophalen waard, als je bedenkt hoeveel banken al onder dezelfde beperkingen opereren.

De expansiedrang van BofA-topman Ken Lewis maakt het moeilijk te geloven dat de autoriteiten veel druk op hem hebben moeten uitoefenen om Merrill te redden, in hetzelfde weekend dat Lehman Brothers bezweek. Er kan meer dwang voor nodig zijn geweest om Lewis ervan te weerhouden de overeenkomst te laten varen nadat hij spijt had gekregen. Maar BofA was, anders dan Citi, een van de weinige beschikbare banken om de regering in september te helpen bredere systeemschade te voorkomen. Als die hulp op prijs werd gesteld, komt dat in deze reddingsactie niet zo duidelijk naar voren.

Jeffrey Goldfarb

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen: breakingviews.com