Kabinet doet met gas en elektriciteit wat het eerder met ABN Amro deed

‘De crisis heeft het leiderschap teruggebracht bij de politiek”, schreef D66-leider Alexander Pechtold een week geleden in het Financieele Dagblad. Hij verbond aan die constatering een waarschuwing voor te veel ‘staat’ in de beleidsmix. Als oppositieparlementariër is zijn woord geen wet, maar Pechtold voelt de stemming in Den Haag meestal goed aan. Vergelijk deze nieuwe

‘De crisis heeft het leiderschap teruggebracht bij de politiek”, schreef D66-leider Alexander Pechtold een week geleden in het Financieele Dagblad. Hij verbond aan die constatering een waarschuwing voor te veel ‘staat’ in de beleidsmix. Als oppositieparlementariër is zijn woord geen wet, maar Pechtold voelt de stemming in Den Haag meestal goed aan.

Vergelijk deze nieuwe zelfverzekerdheid met het spoeddebat in de Tweede Kamer over de voorgenomen verkoop van energiebedrijf Essent. Vergeef me dat ik er op terugkom, nadat ik vorige week al mijn verbazing had uitgesproken over het gemak waarmee een aantal lagere overheden bezig is de beslismacht van Nederland over de energievoorziening uit handen te geven. Het bleek nog erger te kunnen.

Deze week was het woord aan Den Haag. Althans dat vond de SP, die het spoeddebat had aangevraagd en fractievoorzitter Kant in het veld bracht om het belang van de zaak te onderstrepen. In een overigens vrijwel uitgestorven vergaderzaal kreeg zij van minister Van der Hoeven (Economische Zaken) het verwijt dat zij de energiewoordvoerder van haar fractie niet was want „hij weet precies op welke manier ook hierover gesproken wordt”. Ons kent ons.

De vraag van Kant was of de minister uit geopolitieke- en duurzaamheidsoverwegingen de energiebedrijven zou willen overnemen van de lagere overheden, die op het punt staan Essent en Nuon te verkopen. Nationaliseren, bedoelt u, vroeg de minister? „Dat zullen wij dus niet doen.” En even later: „Het antwoord is Nee.” Kant vroeg of er ook argumenten voor waren, waarop de bewindsvrouwe de SP-leidster als outsider wegzette.

Stel dat de minister in staat was geweest zonder voorbereide tekst te antwoorden, dan was haar weigering in te gaan op deze fundamentele vraag des te meer een belediging van het parlement. Mevrouw Van der Hoeven vergat dat zij in de Tweede Kamer ook het Nederlandse volk antwoordt. Voor haar telt kennelijk effectiviteit in het politieke spel meer.

In plaats van te verwijzen naar alle ‘mondelinge overleggen’ van de afgelopen jaren zou zij in een paar zinnen kunnen zeggen: dit kabinet wil de energiebedrijven niet nationaliseren want door toedoen van de Splitsingswet blijven de buizen en kabels in publieke handen; de productie, aanvoer en verkoop van energie vinden wij geen overheidstaak - wij denken dat grote buitenlandse bedrijven even goed of beter voor gas en elektriciteit kunnen zorgen.

Dat is de redenering die leidt tot de heersende logica van voldongen feiten. Uitverkoop van de productie- en leveringsbedrijven is een gelopen race. Kennelijk kunnen we niet in eigen beheer (vracht)auto’s en staal produceren, warenhuizen of vrachtvervoer per spoor exploiteren, kunnen we de grootste internationale bank missen, maakt het niet uit van wie onze kabelnetten zijn en doet het er straks ook niet toe dat RWE, Gaz de France en Gazprom niet graag zien dat wij concurrerend vloeibaar gas uit Algerije aanvoeren of veel wind- en getijdenenergie willen gebruiken.

Of Nederland enige stem houdt in productie en aanvoer van gas en elektriciteit is een zaak van Noord-Brabant, Limburg, Tynaarlo, Twenterand en Dinkelland, om maar een paar lagere overheden te noemen aan wie mevrouw Van der Hoeven met zo veel égards deze beslissing van nationaal belang overlaat. En met haar het kabinet. De minister van Economische Zaken spreekt namens de ministerraad, tot het tegendeel blijkt.
Minister van Financiën Bos schaarde zich volledig achter collega Van der Hoeven en nam daarmee impliciet een paar centimeter afstand van zijn partijgenoot Samsom.

De PvdA had wél de fractiewoordvoerder ingezet. Die noemde de verkoopplannen ‘voorbarig’ en ‘onverstandig’, maar durfde zijn verkooplustige partijgenoten-bestuurders in de regio niet op te roepen tot hun verstand terug te keren. Vooral PvdA-wethouder Moons van Noord-Brabant droomde al heel publiek van een verbrede A96.

Het kabinet doet met gas en elektriciteit wat het eerder met ABN Amro deed: zich krampachtig vasthouden aan een paar onbewezen idee- fixen. Het netste knulletje van de Europese klas willen zijn. De vrije markt is nu eenmaal de wijze hand die de burgers het beste brengt. Wij, Balkenende IV, bellen alleen met andere leiders (Neelie daarbij inbegrepen) om een level playing field te vragen. Als het er op aankomt is Nederland te klein, we kunnen maar beter aansluiting zoeken bij de grote jongens.

Het extra laagje van zelfbedrog in de Essent-zaak is de eerbied voor lagere overheden. De voorzitter van het Interprovinciaal Overleg, commissaris der koningin in Zuid-Holland, zat op de tribune, merkte de minister op met gespeeld ontzag. Nee, zij kon echt niet anders doen dan zich aansluiten bij de wijsheid van de aandeelhouders van Essent. En straks bij Nuon. Of Eneco.

Toen de Splitsingswet de energiebedrijven verordonneerde zich in tweeën te knippen, deed de mening van die bedrijven en hun aandeelhouders er even niet toe. Toen Nuon en Essent dan maar samen wilden gaan, gaf het landelijke mededingingsbezwaar de doorslag. Eén grotere speler vormen mochten zij niet. En nu de zilvervloot bijna binnenvaart bij al die o zo capabele gemeentes (306 miljoen voor Den Bosch, 1,6 miljoen voor Opsterland) en provincies (2,5 miljard voor Noord-Brabant) zegt de minister van Financiën: je mag het vrij besteden, maar wel verstandig.

Een herschikking van de financiële verhoudingen tussen het Rijk en de lagere overheden hangt als een nucleaire optie boven de tafel, maar Bos was tijdens het spoeddebat zo behendig daar slechts omfloerst naar te verwijzen. Hij gaf alleen aan dat gemeentes en provincies die hun nieuwe rijkdom niet ‘verstandig’ gebruiken, ‘consequenties’ kunnen verwachten, ‘sancties’ in ‘extreme gevallen’. Juist door verstandigheid niet de definiëren is de inmengingsdreiging aanzienlijk.

Het ontzag voor het aandeelhouderschap van de lagere overheden is dus maar een gelegenheidsargument. Het kabinet doet met gas en elektriciteit wat het eerder met ABN Amro deed: niks.