Jong, groot, en goed voor miljoenenverliezen

Veel zorginstellingen fuseerden. Maar twee heel grote conglomeraten leden miljoenen verliezen. „Niet één fusie in de thuiszorg heeft succes.”

Logisch: als de vraag naar verpleeg- en thuiszorg explodeert en budgetten krapper worden, moet een zorginstelling efficiënter werken. Krachtenbundeling, schaalvergroting en fusie liggen voor de hand: meer kennis, inkoopkracht, geld voor innovatie. En tegenover die grote zorgverzekeraars, ook fusieproducten, ben je tenminste een partij die ertoe doet.

Tot zover de theorie. De praktijk blijkt anders.

Twee zorgconglomeraten verkeren nu in staat van ontbinding, Meavita Nederland en Espria. Hun overeenkomst: ze bestaan nog maar kort, ze zijn groot, en ze incasseerden miljoenenverliezen.

Meavita Nederland, met 100.000 cliënten en 20.000 medewerkers de tweede thuiszorggroep in Nederland, werkt aan ontvlechting. De noodlijdende groep ontstond twee jaar terug, na fusie van Thuiszorg Groningen, Sensire, Vitras/CMD en Meavita.

Jonger nog is Espria, gevormd door zorginstellingen Evean en Philadelphia en woningcorporatie Woonzorg Nederland (224.000 klanten, bijna 38.000 medewerkers). Philadelphia, vanouds groot in zorg aan en kleinschalige huisvesting van verstandelijk gehandicapten, blijkt nu diep in de problemen te zitten. Bestuursvoorzitter Bram Troost wil die eerst oplossen, en dan praten over ontvlechting.

Wat ging er mis bij Philadelphia? Bijna alles, rapporteerde het College Sanering Zorginstellingen (CSZ) aan staatssecretaris Bussemaker (Volksgezondheid, PvdA). Philadelphia zocht groei in sectoren, waarvoor het de competenties niet had. Het CSZ koppelt het verdampen van 24 miljoen euro eigen vermogen in 2008 niet aan de vorming van Espria, maar stelt wel vast dat „bestuurlijke, juridische en economische samenvoegingen te langzaam tot de beoogde synergie leidden” en dat „de samenvoeging veel bestuurlijke aandacht heeft opgeëist”. Het bestuur stelde niet de juiste prioriteiten, verhief kwantiteit boven kwaliteit.

Het CSZ vindt in zijn kritiek het personeel van Philadelphia aan zijn zijde. Dat bepleit op de website steunphiladelphia.nl ontvlechting uit Espria, een fusieproduct van „ambitieuze bestuurders” zonder draagvlak bij medewerkers, een „vlucht naar voren” die cliënten „niks” heeft opgeleverd.

Troost erkent: „We moeten het nog bewijzen. De schijn hebben we tegen. Maar groot heeft zeker ook voordelen.”

Charles Laurey kent het debat. Sinds enkele maanden is hij bestuursvoorzitter van Meavita Nederland, de vijfde in twee jaar. Hij mag zichzelf en de rest van het Amersfoortse hoofdkantoor overbodig maken, de werkmaatschappijen weer zelfstandig. Omdat zijn voorgangers verzuimd hebben „de beoogde fusiewinst te cashen”.

De werkmaatschappijen leden grote verliezen. Thuiszorg Groningen en Sensire besloten afgelopen zomer zelfs even tot een cliëntenstop, omdat veel zorg werd verleend die geen inkomsten opleverden. Eigen vermogen vervloog. Nu ontbreekt het geld om schaalvoordelen alsnog te realiseren.

Ook bij Meavita liep van alles fout. Bestuurders wisselden in hoog tempo. Tegelijkertijd werd de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) van kracht, waardoor thuiszorgbedrijven moesten concurreren om werk te behouden. Massaal werd onder kostprijs ingeschreven. Bestuurder Jennyke Kuiper van Meavita: „De zakelijkheid van de profitsector zit niet in je genen.” En de overheid beknibbelde ook nog eens op AWBZ-zorg. Volgens Kuiper kregen „randverschijnselen de overhand”. Miljoenen gingen verloren aan de tv-foon, een mislukte poging met technologie zorg op afstand te verlenen. Operationeel bracht de fusie geen winst.

Er is, zegt Laurey, niet snel genoeg gestroomlijnd. „Bij een fusie moet je onmiddellijk ict, planning en control integreren. Hier ontbrak het aan een heldere koers. De toegevoegde waarde van de fusie was intern niet duidelijk. En het was door alle veranderingen in de zorg toch al onrustig.”

Dat is de kostbare les voor Meavita. Schaalvergroting wijst Laurey nog steeds niet af. „Maar een fusie vergt tijd en legitimatie.” Complicatie is het streven naar marktwerking in de zorg. „Politiek en samenleving moeten reëel zijn in hun verwachting hoe snel dat gaat”, zegt de bestuursvoorzitter. Kuiper beaamt dat. Wat Meavita zelf „niet handig” deed, is volgens haar maar voor 30 procent oorzaak van het probleem.

Jan Kramer, bestuurder van vakbond Abvakabo FNV, ziet dat anders. „De teloorgang van Meavita zag ik zomer 2007 al aankomen. Megalomanie, mismanagement, verkeerde beslissingen, een organisatie die financieel out of control was.” Daarbij, zegt hij, ontbreekt het grote zorginstellingen aan draagvlak. „De politiek is niet gecharmeerd van grote organisaties. En gemeenten en zorgkantoren doen veel liever regionaal zaken.”

Kramer erkent dat veranderingen in Wmo en AWBZ ongunstig zijn voor de zorg. Dan is samenwerking rationeel. Maar fusie? „Nog niet één fusie in de thuiszorg heeft succes gehad. Als ik zorg nodig heb, dan zoek ik iemand om de hoek, die tijd en aandacht voor me heeft. Ik ga niet naar een of andere landelijke website.”

De vakbondsman ziet meer heil in zorgallianties: zelfstandige zorgbedrijven die diensten van elkaar afnemen of samen inkopen, maar wel afstand houden. „Zo houd je de financiën gescheiden, kan je risico’s spreiden en toch aan vernieuwende projecten werken.”

Ook zorgverzekeraars plaatsen vraagtekens bij sommige fusies. Bas Leerink, bestuurslid van Menzis: „Ik heb niets tegen grootschaligheid, maar fusieplannen hebben vaak een hoog gewenst maatschappelijk gehalte. Dan gaat het over ‘meerwaarde’ en ‘ketenzorg’. Maar cijfers ontbreken. Als thuiszorgorganisaties fuseren in gebieden die niet eens aan elkaar grenzen, dan is het moeilijk om uitvoerend personeel uit te wisselen. Dan is er alleen winst te halen in de ondersteuning. Dat is 10 procent van je kosten. Bespaar je daar 20 procent, dan ga je er 2 procent op vooruit.”

Ook de ‘maakmacht’ van zorginstellingen mag niet worden overschat, zegt Leerink. „Er wordt te weinig gepraat over de feitelijke zorg, en hoe je dat handiger en klantvriendelijker opzet. En het zijn geen bedrijven. Als Shell iets wil, kan het miljarden investeren. De zorgsector heeft bijna niks.”