In memoriam: een restaurant

Dineren na middernacht, het kon in het New Yorkse restaurant Florent in het Meatpacking District. Je moest je wel onoverwinnelijk voelen, want dat trekt mensen aan en dan eet je namelijk nooit alleen.

De aankondiging van het einde op de vensterruit van het restaurant. Foto AFP TO GO WITH AFP STORY by Paola MESSANA, USA-restoration-society A customer leaves famed 24-hour French diner “Florent” by French restaurant owner Florent Morellet in Manhattan’s meatpacking district May 27, 2008 in New York. “Florent”, which opened in 1985 and became a symbol of New York’s transgressive ideas, will have to close on June 29, 2008. Morellet called it quits as he cannot afford to pay 30,000 USD per month, the rent asked by his landlord for the restaurant, in what now became an ultra fashionable night district. AFP PHOTO/Emmanuel Dunand
De aankondiging van het einde op de vensterruit van het restaurant. Foto AFP TO GO WITH AFP STORY by Paola MESSANA, USA-restoration-society A customer leaves famed 24-hour French diner “Florent” by French restaurant owner Florent Morellet in Manhattan’s meatpacking district May 27, 2008 in New York. “Florent”, which opened in 1985 and became a symbol of New York’s transgressive ideas, will have to close on June 29, 2008. Morellet called it quits as he cannot afford to pay 30,000 USD per month, the rent asked by his landlord for the restaurant, in what now became an ultra fashionable night district. AFP PHOTO/Emmanuel Dunand AFP

Er zijn niet veel plekken waar je na middernacht in Manhattan goed kunt dineren. Florent in het Meatpacking District was er een van.

De illusie van onoverwinnelijkheid, een kortstondige maar noodzakelijke illusie, gaat gepaard met bijverschijnselen, bijvoorbeeld dineren na middernacht.

Toen ik in januari 1995 naar New York verhuisde, deed het Meatpacking District zijn naam eer aan. Je had er nog een paar groothandels in vlees, zij het niet veel meer, waardoor het er vooral in de zomer aangenaam naar bederf kon ruiken. Er waren enkele ietwat dubieuze cafés waar vrachtwagenchauffeurs kwamen of althans mensen die op vrachtwagenchauffeurs leken. Na tien uur ’s avonds liepen op straat travestieten rond die ook dienst deden als prostituee.

En er was Florent.

Eind van de vorige eeuw beleefde ik een korte maar intense periode van onoverwinnelijkheid. Dientengevolge dineerde ik na middernacht. Altijd in gezelschap, onoverwinnelijkheid trekt mensen aan.

Ik was een keer meegenomen naar Florent, bij onoverwinnelijkheid hoort ook dat je je naar allerlei plekken mee laat nemen, en sindsdien kwam ik er geregeld. Het aardige van Florent was dat het niets had van een naargeestig nachtcafé waar ze vroeg in de ochtend nog wel een biefstuk voor je in de pan willen gooien.

Florent was vierentwintig uur per dag open en zoals het in Alice in Wonderland altijd theetijd is, zo was het in Florent altijd zeven uur ’s avonds. In welke toestand je het etablissement ook betrad, je kreeg het idee dat je daar opnieuw aan je eerste aperitief kon beginnen.

De steak frites was er uitstekend, maar ik heb er vooral mosselen gegeten.

Florents clientèle was ver verwijderd van ‘de hopelozen van de nacht’. Er kwamen halve en hele beroemdheden, enkele toeristen, wat buurtbewoners, maar naar mijn idee zaten er ook veel hardwerkende heren die gewoon last hadden van slapeloosheid.

Toen het gedaan was met mijn illusie van onoverwinnelijkheid was het ook gedaan met Florent. Ik ben er nog een keer teruggeweest, per ongeluk eigenlijk, maar Florent leek me veranderd. Het was er niet meer altijd zeven uur.

Het Meatpacking District zelf heeft ook al niets smoezeligs meer. Apple zit er, een warenhuis met merkkleding voor dames en heren, een hip hotel met een Japans restaurant waar de bediening uitblinkt in traagheid.

Enkele van mijn vrienden menen dat die smoezeligheid misschien terugkomt, dankzij de economische crisis.

Ik betwijfel dat. Voor dergelijke smoezeligheid moet je nu in andere steden zijn. Mumbai bijvoorbeeld.

Het bericht dat Florent op 28 juni is dichtgegaan, bereikt mij met vertraging, en het herinnerde me aan een deel van mijn leven dat ik vrijwel was vergeten, een deel van mezelf dat ik had afgestoten.

De hoogmoed waarmee ik kon zeggen: „Laten we mosselen eten in Florent.”