Het spookschip 'De Vaarbijdrage'

Als een spookschip koerst de vaartuigenbelasting door de parlementaire geschiedenis. Deze week is zij weer opgedoken.

Van de 4.400 kilometer aan vaarwegen voor watersporters, vertoont 40 procent knelpunten. Ook de brug- en sluisgelden kunnen de watersporters dwars zitten, evenals een reeks lokale heffingen. Bureaucraten in Brussel werken aan een simpele, uniforme watersportheffing voor heel Europa, maar Nederland wil een eigen koers varen. Daarom heeft Gerda Verburg, de CDA-minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, vorig jaar snel een commissie ingesteld. Een normale Haagse reactie in zulke situaties.

Voor de afwisseling kreeg deze commissie de naam ‘taskforce’ mee. Vanaf 1979 hebben heel wat commissies een vaartuigenbelasting voorgesteld, maar er is nooit wat van gekomen. Dat ter geruststelling van watersporters met een allergie voor belastingen.

Overigens wil de taskforce niet over een ‘belasting’ spreken. Zij houdt het op ‘een bijdrage’; dat klinkt een stuk vriendelijker. Watersporters zijn gevoelig op dat punt. Om hen te winnen voor de heffing, moet het geïnde geld meteen worden teruggesluisd naar de watersport zelf; buiten de overheid om. Ter wille van de aanvaardbaarheid, mag de Belastingdienst niets met de inning te maken hebben. Daarvoor worden organisaties als de ANWB en de Vereniging HISWA verantwoordelijk. Die worden beloond met 10 procent van de heffing. De opgehaalde 45 á 50 miljoen euro komt terecht in een potje (Blauwfonds) waar Kamerleden niets over te zeggen hebben. Zo weinig overheid en zo veel private sector zou in elk geval de VVD genoegen moeten doen. Dat is niet het geval. Het kersverse, liberale Tweede Kamerlid Ton Elias constateert dat de ‘bijdrage’ wettelijk verplicht is. Dan is het een belasting. Iedere nieuwe belasting roept bij de VVD heftige reflexen op, hoeveel suiker men ook door de naam mengt.

De watersportorganisaties zelf weten nog niet hoe ze de smakelijke worst van extra macht moeten afwegen tegen de impopulariteit van een vaarbelasting. Ze hebben het rapport niet vooraf mogen lezen en het was ook niet uitgelekt. In de Haagse politiek is dat kunststukje een compliment waard aan commissievoorzitter Dzsingisz Gabor. Tien jaar geleden was hij CDA-Kamerlid en staatssecretaris van Natuurbeheer.

Van de 510.000 mensen met een boot(je) moeten er 300.000 verplicht aan het fonds doneren. Maar hoe regel je dat? De mogelijkheden zijn een belastingsticker op de boot, een persoonlijke vaarpas of een kenteken. Dat kan een plaat of een chip op de boot zijn in combinatie met een document voor de eigenaar. Daar beginnen de moeilijkheden. Is het echt zo simpel honderdduizenden boten te identificeren vervolgens op kenteken te zetten en daarna toezicht uit te oefenen? De ambtenaren van veel overheidsinstanties willen dat graag. De politie kan overtreders vlotter bekeuren, de belastinginspecteur kan fraudeurs makkelijker opsporen en voor verzekeraars is het ook handig. De commissie vindt een vaarsticker simpeler. Maar die is helaas ook makkelijker na te maken.

De vaarbelasting zou acht euro per vierkante meter moeten bedragen. Boten tot tien meter vallen buiten de heffing, maar dan mogen ze geen (buitenboord)motor hebben. Dat roeiende watersporters daardoor buiten de heffing blijven en alle grachtensloepen worden belast, lost voor de PvdA niet meteen alle problemen met de heffing op. Aan de ene kant hebben de sociaal-democraten altijd gezocht naar een manier om de eigenaren van patserige jachten mee te laten betalen aan de voorzieningen van de recreatievaart. Aan de andere kant wil de financiële woordvoerder in de Tweede Kamer, Paul Tang, eerst zeker weten dat de voorgestelde regeling niet uitmondt in een particuliere bureaucratie die vooral ergernis oproept en weinig vereenvoudigt.

De race voor Gabor is nog niet gelopen. De minister heeft beloofd nog vóór de zomer met een kabinetsstandpunt te komen. Verscheidene eerdere – soms bijna aangenomen – wetsvoorstellen zijn overigens nooit ingevoerd. Oud-minister Zalm (Financiën, VVD) betitelde de vaarbelasting ooit als ‘een van de nachtmerries van het ministerie van Financiën’. En die spookt maar door. Tot op de dag van vandaag zit in de prijs van elke liter diesel een halve eurocent als compensatie voor een eerdere op de valreep niet-ingevoerde vaarbelasting.

Aertjan Grotenhuis

Lees meer hierover op nrc.nl/geld