Het jaar van?

Bent u klaar voor 2009? Dit wordt het jaar van de gorilla, Calvijn, de wetenschap, de verzoening, de sterrenkunde, Darwin en natuurlijke vezels, wat hoop op een goede afloop geeft.

Nu zijn er altijd goede redenen te vinden om een feestje te vieren. Zo stond 2008 onder meer in het teken van de aardappel, de planeet Aarde, hygiëne, creativiteit, cheerleaders, de kikker en de interculturele dialoog. Misschien was er wel een gelegenheid waarbij alles gecombineerd kon worden – liefst in een creatief en intercultureel gesprek. Alleen al in de wetenschap was 2008 een druk bezet jaar. Zo vonden we op de verjaardagskalender: 400 jaar telescoop, 200 jaar KNAW, 100 jaar vloeibaar helium, 50 jaar microchip en 25 jaar mobiele telefoons. De kleinere eenheden laat ik maar even zitten.

Maar het zal u niet ontgaan zijn dat het jaar 2009 twee verjaardagen brengt die vele andere overstijgen. Galilei richtte 400 jaar geleden als eerste mens een kijker naar de sterren en ontdekte hoe groot, oud en divers de kosmos was. Darwin publiceerde 150 jaar geleden zijn evolutietheorie en ontdekte hoe groot, oud en divers de levende natuur was. Ik wil graag stilstaan bij twee opvallende verschillen en een overeenkomst tussen deze monumentale gebeurtenissen.

Allereerst het tijdsgewricht. Met wat fantasie markeren de jaren 1609 en 1859 het begin van de eerste en het einde van de tweede wetenschappelijke revolutie. Die eerste, de geboorte van de moderne wetenschap in de zeventiende eeuw, kennen we maar al te goed, zeker in Nederland met aansprekende namen als Van Leeuwenhoek en Huygens. De tweede revolutie leeft hier minder – ten onrechte. In het zojuist verschenen boek The Age of Wonder komt deze de periode, ruwweg van 1750 tot 1850, prachtig tot leven. Sterbiograaf Richard Holmes richt zich nu eens niet op romantische dichters en schrijvers, maar op romantische scheikundigen en astronomen. Anders dan in de eerste revolutie, die zich grotendeels voltrok in een elitaire kring van welgestelde geleerden, vaak door adel of hof ondersteund, werd in deze tweede periode juist het grotere publiek betrokken. Dit was geen tijd van aartshertogen en pausen, maar van amateurgenootschappen, publieke demonstraties, populaire lezingen en geschriften.

Het tweede verschil betreft de persoonlijkheid en de werkwijze. Galilei was een snelle werker. Neem de week van 7 januari 1610. Binnen enkele dagen had Galilei door dat de sterretjes die hij bij de planeet Jupiter waarnam, van positie veranderden en manen waren. Een maand later had hij hun banen in kaart gebracht en ze vernoemd naar Cosimo de’ Medici, de groothertog van Toscane. Nog een maand later verscheen in Venetië zijn “Sterrenbode” in druk, zestig pagina’s vol prachtige afbeeldingen van nieuwe sterren, kraters op de maan en natuurlijk de vier “Cosmische sterren”. Over publicatiedruk gesproken.

Darwin daarentegen nam

zoals bekend de tijd. Tussen zijn eerste ideeën over evolutie en de publicaties van de Origin lag meer dan twintig jaar. Was het gebrek aan wilskracht?

Over het verschijnsel van zogenaamde laatbloeiers verscheen onlangs in The New Yorker een interessant essay van Malcolm Gladwell, welbekend van zijn bestsellers The Tipping Point en Blink. We kennen allemaal de klassieke voorbeelden van wetenschappers of kunstenaars die pas op latere leeftijd tot succes komen. Anders dan wonderkinderen die vanuit stilstand hun meesterwerken weten te scheppen, moeten zij een lange aanloop nemen, vaak anoniem doorploeterend, zonder enige erkenning en slechts met de volhardende steun van een kleine kring gelovigen. Wat geeft aanleiding tot deze verschillen?

Gladwell kan hier de laatbloeiers een hart onder de riem steken. Hij betoogt dat het niet zo zeer aan de persoonlijkheid ligt, als wel aan de aard van het resultaat. Zij die pas laat tot productie komen, doen dat vaak met een goede reden: hun werk vraagt een lange incubatietijd. Ze hebben meer tijd nodig om te onderzoeken, materiaal te vergaren, te ordenen en te overdenken. Zij gaan niet voor de snelle kill, maar voor de omtrekkende beweging van de sluipmoord. Waar de ene schrijver aan een enkel woord genoeg heeft om de fantasie de rest te laten doen, moet de andere eindeloos achtergrondinformatie vergaren, die vaak alleen tussen de regels door is terug te vinden.

Als ik een culinaire metafoor mag maken: sommigen houden van een snelle hap, anderen meer van stoofschotels. Ik zelf ben (zeker in de keuken, maar ook wel daarbuiten) een snelkoker. Ik kan niet het geduld opbrengen om urenlang achter het fornuis te staan, maar vlam juist op wanneer ik als short-order cook bij het ontbijt binnen een kwartier voor het hele gezin pannenkoeken, omeletten en gekookte eieren moet maken. Mijn gulden regel is dan ook: het koken mag niet langer duren dan het opeten. Aan de andere kant kan ik in mijn rol als consument juist enorm genieten van een maaltijd waar de kok wel uren, zo niet dagen de tijd voor heeft genomen. Darwin was duidelijk een meester van de stoofpot.

In Darwins rol als eenzame

en langdurige ontdekkingsreiziger, niet alleen op de Beagle, maar ook als intellectueel avonturier in het landschap van de wetenschap, herkennen we ook een typische negentiende-eeuws figuur. Je ziet hem zo in de schilderijen van Caspar David Friedrich staan: de kleine mens in de immense natuur, of het nu een in nevelen gehuld berglandschap is of een afschrikwekkende ijsvlakte die een scheepswrak vermaalt.

Als kind bladerde ik graag in de oude biologieboeken van mijn vader, vaak versierd met prachtige gravures uit die tijd. De mooiste illustraties vond ik altijd de enorme jungles waar volgens het onderschrift ergens tussen alle lianen en varens een dier was afgebeeld. Maar waar? Anders dan bij een helder technisch diagram, kon ik zo op papier de romantische zoektocht meemaken, terwijl mijn oog voorzichtig de afbeelding afspeurde om plotseling een panter of reuzenslang te ontdekken.

Maar er is ook iets wat Galilei en Darwin delen, en wel met een Nederlandse connectie. Niet alles gebeurt in ons land namelijk vijftig jaar later, soms zelfs een jaar eerder.

Eén jaar voor het verschijnen

van On the Origin of Spieces stuurde Alfred Russell Wallace aan Darwin zijn essay over de natuurlijke variatie van soorten. Zoals welbekend stimuleerde dit Darwin tot publicatie van zijn meesterwerk. Op het laatste moment leek de schildpad toch nog door een haas te worden ingehaald. De relatie met Nederland? Wallace verstuurde de brief van het Molukse eiland Ternate in het toenmalige Nederlands-Indië.

Eén jaar voordat Galilei zijn kijker naar de hemel richtte, diende brillenmaker en lenzenslijper Hans Lippershey uit Middelburg de eerste gedocumenteerde patentaanvraag voor een telescoop in bij de Staten-Generaal. Zijn demonstratie was een succes. Prins Maurits kon vanaf de toren van het Binnenhof de tijd op de klok van de Oude Kerk in Delft lezen. De aanvraag werd trouwens wel afgewezen, omdat de uitvinding al te wijd verbreid was.

Mag de wereld in 2009 met veel vuurwerk de verjaardagen van twee wetenschappelijke hoogtepunten vieren, in 2008 hadden we twee opwarmpartijtjes met een oranje tintje om ons eraan te herinneren dat succes nooit alleen komt.