Gloeilamp kan nog lang niet worden gemist

Ontwerpers, technici en museummensen hebben geen goed woord over voor het komende gloeilampverbod. Kunnen culturele instellingen geen ontheffing krijgen?

Hanglamp van Gerrit Rietveld met drie buisvormige gloeilampen (circa 1920).
Hanglamp van Gerrit Rietveld met drie buisvormige gloeilampen (circa 1920).

De vraag voor culturele instellingen zal worden: moeten we een voorraadje gloeilampen inslaan, of krijgen we misschien ontheffing?” Agnes Brokerhof doet bij het Instituut Collectie Nederland onderzoek naar verlichting van kunstvoorwerpen. Ze maakt zich zorgen over het gloeilampverbod. Na 1 september 2012 zal er als gevolg van een Europees besluit geen gloeilamp meer te koop zijn, en al dit jaar worden de eerste lampen in de ban gedaan: alle matte gloeilampen en heldere gloeilampen van 100 watt. Daarna volgen de andere typen. Ook veel soorten halogeenverlichting zullen verboden worden. Ze gebruiken te veel energie, vindt de Unie. „Maar wat moet je dan met historische interieurs?”, vraagt Brokerhof zich af. „Gloeilamparmaturen en gloeilamplicht zijn daar vaak essentieel. Ik vind dat je pas producten uit de markt moet halen als er volwaardige vervangers zijn.” Ze pleit voor een ontheffing voor culturele instellingen. „Dat zou toch een redelijk verlangen zijn.”

De woordvoerder van het ministerie van VROM deelt mee dat dat er niet in zit. „We moeten consequent zijn, en er zijn tegenwoordig heel goede vervangers voor de gloeilamp. We gaan geen uitzonderingen maken.”

„Dat lijkt me niet zo verstandig”, zegt John Leerdam, cultuurspecialist van de Tweede Kamerfractie van de Partij van de Arbeid en partijgenoot van minister Cramer van Milieu. „Dat moeten we dan nog maar eens uitvechten.” Hans van Leeuwen, die voor de SP de cultuur behandelt is het met hem eens. „Als gloeilampen werkelijk onvervangbaar zijn, moet er een ontheffing komen. Laat minister Plasterk van Cultuur het daar maar eens met Cramer over hebben.”

Bij de VVD-fractie is cultuurspecialist Han ten Broeke niet verbaasd over de zorgen van de experts. „Ik krijg van dit soort verboden toch al vlekken voor mijn ogen. Het is net als met het rookverbod: je gaat doodgewoon gedrag criminaliseren. Ik zou zeggen: importeer die gloeilampen dan van buiten Europa. Maar als dat niet kan, wil ik best meewerken aan een ontheffingsregeling.” En Nicolien van Vroonhoven, cultuurspecialist van het CDA: „Dit soort geluiden moeten we serieus nemen. Ik ga er eens naar kijken.”

Dat zouden veel lichtontwerpers en verlichtingsdeskundigen op prijs stellen, want ze vinden het gloeilampverbod een buitengewoon onverstandig idee. Robert Jan Vos, verantwoordelijk voor de verlichtingsafdeling van technisch adviesbureau Grontmij, heeft culturele instellingen als het Joods Historisch Museum geadviseerd. „Zo gooi je het kind met het badwater weg”, zegt hij over het gloeilampverbod. „Alsof spaarlampen zo milieuvriendelijk zijn. Er zit heel wat elektronica en kwik in.” De kleurweergave is wel verbeterd, maar is nog lang ziet zo goed als die van een gloeilamp. „Gloeilampen zijn uniek, vindt hij. Ze zijn goed te dimmen en dan verschuift de kleur op een natuurlijke manier naar het rood – net als bij een ondergaande zon. Dat zit in ons, daar zijn we aan gewend. Spaarlampen en leds kunnen ook gedimd worden, maar dan heb je niet die mooie kleurverschuiving.”

Henk van der Geest, lichtontwerper voor theaters en musea als het Catharijneconvent, Teylers Museum en het Centraal Museum, en veel geprezen voor zijn belichting van de diamanten schedel van Damien Hirst in het Rijksmuseum, wordt van het gloeilampverbod „steeds verdrietiger”. Nieuwe verlichtingstypen, zoals de led, worden wel beter, maar zonder gloeilamp gaat het nog steeds niet, zegt hij. „De gloeilamp en de halogeenlamp zijn de enige bronnen van kunstlicht waarin alle kleuren goed zijn vertegenwoordigd.” Hij heeft zelf een verzameling klassieke designlampen. „Lampen van de Deen Louis Poulsen, of zo'n Italiaanse, paddestoelvormige Pipistrello-lamp. Daar horen gloeilampen in, dus ik heb in mijn kelder al een voorraadje aangelegd.”

Dat heeft Hans Wolff, verlichtingsontwerper met een lange staat van dienst inmiddels ook gedaan. „Als je voedsel of huidskleuren goed wil weergeven kun je niet zonder een gloeilamp of een halogeenlamp. We zijn nu bezig met de verlichting van het Emma Kinderziekenhuis in Amsterdam. Daar gebruiken we allerlei vormen van verlichting, ook spaarlampen en leds. Maar als je het van gezelligheid moet hebben, of van intimiteit - zoals in een healing environment - dan kun je niet zonder gloeilampen en halogeen. Gloeilampen in de ban doen is heel dom.”