Geopolitiek bepaalt gasmarkt

Europa produceert steeds minder gas, terwijl de vraag blijft stijgen. Er moet meer gas worden geïmporteerd. Verslag van een ‘troebele markt’.

Het conflict tussen de Israëliërs en de Palestijnen is bepalend geweest voor de Europese gasmarkt. De Jom Kippoer oorlog van 1973 maakte de exploitatie van gasvelden in één klap rendabel. Op de Grote Verzoeningsdag werd Israël verrast door een aanval van Egypte en Syrië. Voor de Arabische olieproducenten was de oorlog aanleiding om het oliewapen in te zetten. Voor de duur van de Israëlische bezetting van de Golanhoogte en de Westelijke Jordaanoever werd besloten om de productie maandelijks met vijf procent te verminderen. De OPEC verhoogde de olieprijs met zeventig procent. Landen die Israël tijdens de Jom Kippoer oorlog steunden, zoals de Verenigde Staten en Nederland, kregen te maken met een boycot.

„De oliecrisis heeft grote invloed gehad op de economie omdat in één klap duidelijk werd hoe afhankelijk de Westerse landen van olie waren”, zegt Coby van der Linde. „Te afhankelijk”, signaleert de energiedeskundige van het onderzoeksinstituut Clingendael, „en het beleid werd gericht op diversificatie”. Er werd gezocht naar alternatieven: kernenergie, zon- en windenergie, èn aardgas. „Door de sterk gestegen prijs van olie, en daaraan gekoppeld de prijs van aardgas, werd het lucratief voor Groot-Brittannië, Noorwegen en Nederland om gas te gaan winnen op de Noordzee.”

Het aandeel van aardgas in het energieverbruik van de Europese Unie is gestegen van tien procent in 1973 tot ruim 25 procent. Op dit moment voorziet gas voor ruim 30 procent in de energiebehoefte van de industrie en gezinnen. De ruim 110 miljoen klanten verbruiken ongeveer 513 miljard kubieke meter aardgas.

Van de totale vraag wordt bijna veertig procent geleverd door landen van de Europese Unie zelf. Groot-Brittannië en Nederland zijn met een aandeel van zeventig procent de belangrijkste gasproducenten. De belangrijkste aanbieders buiten de EU zijn Rusland (23 procent), Noorwegen (18 procent) en Algerije (10 procent). Rusland en Noorwegen transporteren het gas per pijplijn. Algerije, levert per pijplijn en per schip, waarbij het gas eerst vloeibaar wordt gemaakt, het zogenoemde Liquefied Natural Gas, LNG.

„De Europese gasmarkt kent maar een klein aantal aanbieders”, zegt energieadviseur Arnoud van der Slot. Het is een markt die wordt bepaald door geopolitieke belangen. „De gasmarkt wordt gedomineerd door de landen met de grootste voorraden – Rusland, Noorwegen, Nederland, Algerije en Libië.” Deze landen sluiten contracten met de gasafnemers. „Hoe die contracten tot stand komen is een black box”, zegt Van der Slot. Gasimporteurs investeren fors in de gas exporterende landen om zo gunstige contracten te verkrijgen. „Het is een troebele markt”, zegt Van der Slot, „maar de prijsvorming van gas is vrij transparant, die is direct gekoppeld aan de prijs van olie.”

Clingendael heeft vorig jaar onderzoek gedaan naar de Europese gasmarkt en constateert dat in de gas exporterende landen de overheidsbemoeienis toeneemt. En ook in de importerende landen neemt de staatscontrole toe. „Ondanks de liberalisering en privatisering van de jaren negentig zien we een trend dat de overheidsinvloed op de energiesector weer groter wordt”, zegt Clingendaelonderzoeker Coby van der Linde. Overheden willen hun energievoorziening veilig stellen en de afgelopen jaren doet zich een ontwikkeling voor waarbij de vraag sneller stijgt dan het aanbod. Dan worden overheden, volgens Van der Linde „alerter” – alternatieven en verschillende importscenario’s (pijplijn of vloeibaar) worden opnieuw onderzocht.

In Europa ligt onder de grond een netwerk van pijpleidingen waar het gas doorheen wordt gevoerd. Het buizenstelsel heeft naar schatting een lengte van 200.000 kilometer. Naast gas via pijpleidingen wordt er vloeibaar gas geïmporteerd. Dit voorziet in 13 procent van de totale gasbehoefte. De belangrijkste leveranciers zijn Algerije, Libië, Qatar en Nigeria.

LNG neemt zeshonderd keer minder volume in dan gasvormig aardgas. In deze vorm laat gas zich gemakkelijk in grote hoeveelheden over grote afstanden transporteren. Dat is vooral belangrijk voor landen die wél grote aardgasreserves hebben, maar geen infrastructuur naar een consumentenmarkt.

Vloeibaar gas speelt een belangrijke rol in de energiediversificatie, zegt Catrinus Jepma, hoogleraar Energie en Duurzaamheid aan de Rijksuniversiteit Groningen. „Een pijpleiding ligt vast, de aanbieder kan de kraan dichtdraaien en heeft zo een machtspositie. Bij LNG ben je flexibeler, je kunt makkelijker switchen van leverancier.”

De Europese Unie heeft veertien terminals voor vloeibaar gas, met een capaciteit van 105 miljard kubieke meter. Via de pijpleidingen kan 375 miljard kubieke meter aan gas naar Europa worden getransporteerd. Het totale aanbod van 480 miljard kubieke meter is volgens het Internationaal Energie Agentschap (IEA) voor het komende decennium voldoende om aan de importbehoefte te voldoen. Toch wordt er stevig geïnvesteerd in nieuwe leidingen en wordt het aantal vloeibaar gas terminals uitgebreid.

Nederland wil een centrale rol spelen in de distributie van vloeibaar gas. Op dit moment is Nederland nog een exporteur van aardgas, maar over twintig jaar is die rol uitgespeeld omdat de velden leeg zijn. Daarom wil Nederland de ‘gasrotonde’ van Noordwest-Europa worden. Bestaande gasleidingen kunnen worden gebruikt om het vloeibaar aangeleverde gas als ‘normaal’ gas te transporteren.

Op de Maasvlakte bij Rotterdam wordt de eerste Nederlandse LNG-terminal gebouwd. De terminal heeft een capaciteit van twaalf miljard kubieke meter. Met de bouw is een investering gemoeid van achthonderd miljoen euro en de terminal moet in 2011 in gebruik worden genomen.

Door de groeiende vraag naar ‘groene’ energie, zal de vraag naar aardgas in de Europese Unie de komende twintig jaar verdubbelen. Het IEA voorziet dat de import van gas zal stijgen van 320 miljard kubieke meter in 2004 tot 540 miljard kubieke in 2020. Dat betekent dat bijna tachtig procent van het Europese gasverbruik wordt geïmporteerd. „De Europese Unie wordt omgeven door zestig procent van de bewezen gasreserves”, zegt Coby van der Linde. „Voorlopig is er voldoende om aan de Europese vraag te voldoen. De concurrentie met de rest van de wereld zal zich met name toespitsen op het vloeibaar aardgas. Rusland blijft met een groot stelsel van pijpleidingen de hofleverancier van de Europese Unie.”