Feestelijke verlichting op 25.000 Watt

Dromen van onbetaalbare kroonluchters. Foto Eric Brinkhorst De Aankoop Gerrit aan 't Goor, Kroonluchteratelier De Rode Hoeve Bovenpad 10 8096RN Oldebroek ©foto eric brinkhorst
Dromen van onbetaalbare kroonluchters. Foto Eric Brinkhorst De Aankoop Gerrit aan 't Goor, Kroonluchteratelier De Rode Hoeve Bovenpad 10 8096RN Oldebroek ©foto eric brinkhorst Brinkhorst, Eric

Gerrit aan ’t Goor (50) heeft in zijn leven de meest uiteenlopende dingen gedaan. Hij was verpleegkundige, had een antiekzaak, schreef het winnende Finse liedje voor het Eurovisie Songfestival in 2000 en bezit intussen de grootste collectie kroonluchters van Nederland en België. Zijn lievelingslamp kost 10.750 euro en zijn droom: een museum van kroonluchters.

Nogal een stap, van Songfestival naar kroonluchters?

„Toen ik eigenaar was van een antiekzaak en het liedje schreef, vond ik kroonluchters kitsch. Op een gegeven moment heb ik toch twee exemplaren gekocht. Ik wilde ze in mijn zaak ophangen, toen er een dame binnenkwam die zei, meneer dat hoeft niet. Ik neem ze meteen mee.”

U wist direct, dit is handel.

„Ik kocht er steeds meer, overigens tegen het advies van vrienden en collega’s in. Zij zeiden dat het een tijdelijke trend was. Intussen ben ik gestopt met de antiekzaak. Nu heb ik tegen de achthonderd kroonluchters hangen in onze boerderij in Oldebroek. We hebben ruimte genoeg in onze bijgebouwen. Geïnteresseerden kunnen alleen op afspraak langskomen. Dat doe ik uit praktische overwegingen: ik ben twintig minuten bezig om alle verlichting aan te krijgen, bij elkaar brandt er dan 25.000 Watt.”

Hoe komt u aan zoveel lampen?

„Je bent altijd op zoek naar iets en daarbij vind ik het inkopen zo leuk om te doen. Het is schatzoeken, je weet nooit wat je tegenkomt. Ik ben verbaasd hoeveel unieke kroonluchters er bestaan. Het moment dat ik er een ophang, dat de lamp omhoog gaat, de pegels geordend zijn en de lamp op stroom gaat, dat straalt iets feestelijks uit. Ik hoor het van de mensen die langskomen, ze voelen zich als in een snoepwinkel.”

Daarin hangt één heel bijzonder exemplaar.

„Een Frans ontwerp van messing met glazen pegels, kroonluchter, lamp van een prachtige allure. Ik vond deze in België. Omdat de lamp nogal kostbaar was, heb ik wel in dubio gestaan. Maar ik werd erdoor geraakt en heb gevraagd of ik er drie maanden over mocht nadenken. Zo kon ik gelukkig even sparen.”

De lamp hangt niet thuis?

„Onmogelijk, dat past niet. Ons plafond is niet hoog genoeg, helaas. En mijn vrouw heeft niets met kroonluchters.”

En u wilt deze niet verkopen.

„Het punt is dat ik wel eens in een antiekzaak kom waar sommige spullen niet te koop zijn. Dat zijn dan eigendommen van de winkeleigenaar waarmee hij de winkel wil aankleden. Maar als je dat nou net mooi vindt en dan hoort dat het niet te koop is, baal je ontzettend. Dus bij mij is alles te koop. Ik ben me in de loop der jaren niet meer gaan hechten aan spullen.”

En heeft u nog een droomlamp voor ogen?

„Voor het museum weet ik er nog wel een. Een bronzen lamp van twee meter doorsnee, met 54 lichtpunten en echt houten fittingen. Maar dan praat je wel over 35.000 euro, een koninklijke kroonluchter.”

Willemijn van Benthem