Boven

Een warme bries uit het zuiden rimpelt het water in de gracht. Hier en daar ligt nog wat ijs, glanzend zwart, flinterdun, messcherp. De laatste resten van onze korte winter, smeltende herinneringen aan de grote ijspret van 2009. De winter komt dit jaar niet terug, dat heb ik Van Boven doorgekregen. Een weerbericht, op lange termijn betrouwbaarder dan dat van het KNMI. Je kunt ook zeggen dat het een vorm van bijgeloof is, maar dat is dan het oordeel van de buitenstaander. Iedereen laat zich onder bepaalde omstandigheden leiden door een eigen bijgeloof, voert bepaalde geheime handelingen uit, mompelt een bezwerende formule, raakt even een speciale lantarenpaal aan. Het kan allemaal.

Als je een internationale inventaris van het menselijk bijgeloof zou maken, zou je verbaasd staan van de eindeloze verscheidenheid. Zolang de bijgelovige niet over zijn geheim praat, is het een doeltreffend geloof. Zodra hij het openbaar maakt, wordt het tot bijgeloof en dan gaat de kracht eraf. Alleen het afkloppen werkt altijd, ook internationaal. Ik wil niemand kwetsen, maar het is beter dan op je knieën gaan liggen. Mijn betrouwbare weerbericht op lange termijn komt dus Van Boven. Dat gaat vanzelf, spontaan. Vraag ik Van Boven wat voor zomer we dit jaar krijgen dan weet ik bijna zeker dat mijn mysterieuze kracht me het verkeerde antwoord geeft. Bijna. Want Van Boven heeft zijn eigen gevoel voor humor.

Vandaar dat ik geen speler ben. Wie verslaafd is aan kansspelen, houdt er een heel arsenaal van methoden tot lotsbeïnvloeding op na. In tegenstelling tot wat de speler gelooft, werkt het niet, zeker niet op den duur. De speler raakt in de schulden, wordt failliet verklaard, moet afkicken. Ieder systeem kan zijn betrouwbaarheid alleen op lange termijn bewijzen. Alleen Van Boven is onfeilbaar, zolang ik er tenminste met niemand over praat. En of de duvel ermee speelt, terwijl ik dit zit te tikken, krijg ik Van Boven door wat voor soort zomer ons te wachten staat. Daar kan ik dus niets over prijsgeven want anders wordt die hele meteorologische constellatie weer veranderd. Het is wel ingewikkeld, maar zo is het nu eenmaal.

Voor één aspect van de nabije toekomst hebben we Van Boven niet nodig: de crisis. Die wordt erger. Voor een deel is dat het gevolg van het feit dat we elkaar iedere dag via alle media met toenemende opwinding vertellen dat het ergste nog moet komen waardoor we onszelf in de spiraal van de hype winden. Zo gaat het in deze hypertijd met ieder opzienbarend nieuws: over de ontslagen trainer van Feyenoord, het roken, en natuurlijk die week van de half strenge halve kwakkelwinter. We tuimelen van de ene razernij in de andere en dat vinden we leuk. Leueuk. Zo moet je het spellen, denk ik, en niet: leuuuk. Of misschien op z’n GeenStijls: lööök.

De crisis nadert, onvermijdelijk als de avondschemering. Om een voorbeeld te noemen: het afgelopen jaar zijn er 10,2 miljoen toeristen naar Nederland gekomen. Nog veel, maar toch een daling van 7 procent vergeleken met 2007. Minder Duitsers, Britten en Spanjaarden en 800.000 Amerikanen lieten het afweten. Voor dit jaar verwacht het Nederlands Bureau voor Toerisme en Congressen een daling van 4 procent. Zulke voorspellingen zijn altijd optimistisch. Bedenk dat het Rijksmuseum nog altijd in staat van halve verbouwing is en het Stedelijk helemaal gesloten en dat de wereldberoemde Walletjes, eens Amsterdams toeristische trots, in staat van afbraak zijn, en je kunt al begrijpen dat de armste buitenlandse toeristen liever goedkoop dicht bij huis blijven.

Versnelde vermindering van het toerisme is maar één aspect van de crisis. Overal krimpt de bedrijvigheid. De geschiedenis zal zich nooit herhalen, maar bij gebrek aan beter gaan we te rade bij de recente geschiedenis, de Grote Depressie van de jaren dertig. Ik was toen een kleine jongen, ik heb er scherpe herinneringen aan. Het straatbeeld, de stemming. De aanblik van het openbare leven in die jaren was, volgens mijn geheugen, grijs, bruin in de donkerste nuancen, grauw. Het was ook doordrongen van politieke extremen, de communisten en de NSB. En let op: ik wil in de verste verte niet beweren dat we nu in Nederland, of het Westen dergelijke bewegingen in staat van wording herbergen. Alleen vraag ik me nu af hoe ons volk van leuk een vergelijkbare achteruitgang zou verdragen. De verongelijktheid zit al diep. Wat gaan we doen als we terechtkomen in een toestand waarin ‘het theoretische recht op alles gepaard gaat met het bezit van steeds minder’ (zoals Menno ter Braak het in 1937 heeft geformuleerd). Het volk van leuk, gedompeld in uitzichtloze grauwheid. Wat gaat dat worden? Hoor ik iets Van Boven dan laat ik het u weten.