Afwachten of de politie dit keer wel blijft

In Rio de Janeiro staan veel favela’s onder controle van bendes. De overheid wil nu terugkeren in de wijken. De inwoners zijn sceptisch en vrezen het politiegeweld.

Agenten patrouilleren in de favela Dona Marta in Rio de Janeiro. Eind vorig jaar verjoeg de politie de drugsbende uit de sloppenwijk. Nu probeert ze die macht vast te houden. (Foto AE) Around 130 police officers carry out an operation at the Dona Marta slum to curb drug trafficking and take the local drug lord into custody, in Rio de Janeiro, southeastern Brazil, on November 19, 2008. Photo: SEVERINO SILVA/AGÊNCIA O DIA/AE
Agenten patrouilleren in de favela Dona Marta in Rio de Janeiro. Eind vorig jaar verjoeg de politie de drugsbende uit de sloppenwijk. Nu probeert ze die macht vast te houden. (Foto AE) Around 130 police officers carry out an operation at the Dona Marta slum to curb drug trafficking and take the local drug lord into custody, in Rio de Janeiro, southeastern Brazil, on November 19, 2008. Photo: SEVERINO SILVA/AGÊNCIA O DIA/AE Agência Estado

Jongens waren het eigenlijk nog. Met kalasjnikovs om de schouder en handgranaten aan de broekriem weliswaar. Maar toch, weinig mensen hadden problemen met de traficantes, zoals de drugshandelaren worden genoemd. „Het was hier altijd rustig”, zegt Rodrigo Rodrigues, inwoner en bakker van sloppenwijk Dona Marta in Rio de Janeiro. „Sinds de politie ze heeft weggejaagd en hier de dienst uitmaakt, is het echter een stuk onrustiger.”

Alleen de graffiti in de wijk verwijst nog naar de drugsbende. Op een enkele muur staat C.V. gekalkt, van Comando Vermelho (Rode Commando). Deze beruchte bende heeft nog altijd verschillende sloppenwijken in Zona Sul, de strandrijke zone van Rio de Janeiro, in zijn greep. Maar in Dona Marta is de politie sinds december de baas. „Voor hoe lang?”, zegt dertiger Rodrigues vertwijfeld, terwijl hij met zijn rechterhand het zweet van zijn voorhoofd veegt.

Zijn opmerking is begrijpelijk. Want meestal gaat het anders in de stad met meer dan zevenhonderd sloppenwijken. Doorgaans trekt de politie zwaarbewapend een favela binnen als er weer eens een bende verjaagd moet worden. Daarop volgt dan een heuse stadsguerrilla met heftige schietpartijen, ontploffende granaten en dodelijke slachtoffers – vaak ook onder onschuldige inwoners. Na een paar weken vertrekken de agenten weer uit de wijk. Vervolgens keren de bendes terug om de macht weer over te nemen. En zo blijft uiteindelijk alles bij het oude.

Dit keer is het echt anders, lieten de gouverneur (Sérgio Cabral) en de nieuwe burgemeester van Rio de Janeiro, Eduardo Paes, deze maand nog weten. De ‘bezetting’ van Dona Marta is een proefproject. De politie blijft aanwezig. Je zou ze wijkagenten kunnen noemen. Bovendien: de overheid zal ook sociale projecten, op het gebied van sport, school en cultuur in de wijk opzetten. Alles voor de lange termijn, luidt de boodschap.

Op de smalle trappetjes van Dona Marta, wellicht de steilste sloppenwijk van de stad, is het een komen en gaan van mannen in blauwe werktenues. Op hun schouders dragen ze cementzakken. Het zijn werknemers van Emop, het constructiebedrijf van de deelstaat Rio de Janeiro. Huizen opknappen, gebouwtjes optrekken, riolering aanleggen, dat zijn ze aan het doen, namens de overheid.

Dona Marta is niet zo maar geselecteerd als ‘laboratorium’ voor een andere aanpak van sociale problemen en drugshandel in sloppenwijken. Het is een kleine favela, waar ongeveer tienduizend mensen wonen, gelegen in Botafogo. Niet meer dan zo’n honderdvijftig agenten zijn er nodig om de drugsdealers buiten de deur te houden. Overzichtelijk dus.

Met de entree van de overheid in de wijk zijn eveneens de spelregels veranderd. Een van de redenen ook waarom niet alle inwoners, zoals bakker Rodrigues, staan te juichen. Of, zoals de achttienjarige João het zegt: „Het is niet beter geworden. Internet kostte vrijwel niets, maar nu niet langer.” Officieel bestaan sloppenwijken niet, toch heeft iedereen er elektriciteit, internet en kabeltelevisie. Vaak illegaal afgetapt. Daar is een einde aan gekomen: er moet betaald worden voor deze diensten.

Het project wordt argwanend in de gaten gehouden door maatschappelijke organisaties. „De politie in Rio kan nogal gewelddadig zijn. Toen ze Dona Marta binnentrokken, hebben ze huiszoekingen gedaan waarbij ze zich niet altijd even netjes hebben gedragen”, zegt Rafael Dias, onderzoeker van Justiça Global, een mensenrechtenorganisatie in Rio. „Vooralsnog zijn er echter geen mensenrechten geschonden.”

Net als de inwoners van de sloppenwijk vraagt Dias zich af of de overheid echt blijft of dat het slechts een pr-stunt is. In een andere favela, Cidade de Deus (Stad van God), wereldberoemd dankzij de gelijknamige film, heeft de politie deze maand ook de drugshandelaren weten te verdrijven. Hij zegt: „Voorlopig is het onduidelijk wat de overheid van plan is daar. En in het noorden van de stad, waar zeeën van sloppenwijken liggen, wat gaat zij daar doen? Daar liggen honderden favela’s tegen elkaar aangeschurkt.”

Deze wildgroei van sloppenwijken is de afgelopen jaren fors toegenomen, gevoed door de toestroom van armlastige Brazilianen, vaak uit het achtergebleven noordoosten van het land. Volgens het Instituut Pereira Passos, verantwoordelijk voor stedelijke planning van de gemeente Rio de Janeiro, is tussen 1999 en 2008 het gebied in de stad dat door sloppenwijken wordt ingenomen, gegroeid met 3 miljoen vierkante meter. Om deze onstuimige groei enigszins in toom te houden, is het noodzakelijk voor de overheid aanwezig te zijn in de sloppenwijken.

„Het water staat ons aan de lippen”, zegt Rossino Dinis, voorzitter van de federatie van favela’s in Rio de Janeiro. „De wijken groeien, terwijl er niet genoeg werk is. De sociale problemen nemen toe. De overheid heeft het uit de hand laten lopen. Je moet dit breed aanpakken. Het is niet genoeg alleen politie op de favela’s af te sturen.”

Dinis is een kleine, gedrongen man. Aan zijn riem hangen twee mobiele telefoons. Hij woont in Cidade Alta, een sloppenwijk waar een drugsbende de dienst uitmaakt. Het kantoor van de federatie is gevestigd in een oud pand dat op instorten lijkt te staan, in het centrum van de stad.

Over het experiment in Dona Marta is Dinis gematigd positief. Slechts als de overheid de buurt niet verlaat en er echt sociale projecten lanceert, dan heeft het kans van slagen. „Misschien dat de mensen nu even niet zo blij zijn met de regulering van de wijk, maar uiteindelijk is het positief. Wij zijn alleen bang dat de politie weggaat en er een drugsbende of militie van ex-politieagenten voor terugkomt. Het is afwachten.”