We eten lekker de energie op

De gloeilamp wordt verboden, omdat het een energieslurpertje is. We moeten spaarlampen gaan gebruiken, die kil licht geven, en erger nog, zich niet laten dimmen, zodat je voortaan boven de tafel onverbiddelijk licht hebt, tenzij je van tijd tot tijd een andere lamp indraait - „even wachten jongens, ik maak het gezelliger”. Op plaatsen waar je maar steeds éven licht nodig hebt, in de voorraadkast bijvoorbeeld, kun je het beste het hele armatuur maar vervangen door iets waar een halogeen of een led lampje in kan, want tegen de tijd dat de spaarlamp op volle sterkte is opgegloeid ben je er al weer weg.

Besparen op energie is iets moois. Met eten kun je het ook doen, en het is ook in de mode om dat te doen. Ik ken bijna niemand meer die niet met afkeuring spreekt over Keniaanse boontjes, vanwege de voedselkilometers - al betekent dat niet per se dat niemand ze koopt.

In de winter is het toch al niet zo makkelijk om je aan het seizoen te houden, men is maar menselijk en verlangt soms ineens naar een tomaat of een courgette. Zodra die kassen van energievreters in energieleveranciers veranderen zijn we natuurlijk van dat probleem af. Maar ik geloof niet dat we al zo ver zijn.

Wat erger is, is de appel. Die voelt heel fijn Nederlands en seizoenerig - toch? Tot ik laatst iets las over de energie die de koelhuizen gebruiken. Want appels moeten koel bewaard worden, willen ze goed blijven. Iedereen die zelf appelen heeft weet dat: je plukt ze tot eind oktober en daarna moet je maar zien dat je ze bewaart. Dat valt niet mee. Je kunt ze in de kelder of op de zolder bewaren en ze steeds omdraaien, maar dan worden de appelen toch almaar zachter met steeds meer plekjes. Zulke appelen willen we niet in de winkel zien. En die zien we daar ook niet. Onze appels worden keihard gekoeld. Dat vraagt meer energie, zo las ik, dan een ananas laten overkomen uit Afrika…

Daar zitten we nu, met ons goeie gedrag en onze appeltaart. Toch appelmuffins gemaakt, ook van de gisteren al genoemde Diana Henry, die erbij waarschuwt: „these are seriously more-ish”. Ze zijn ook seriously machtig, maar ze eten inderdaad gevaarlijk gemakkelijk weg. Ze zijn het lekkerst op dezelfde dag, waarschuwt zij ook.
Zij maakt ze met pecannoten, ik had daar maar een paar van en verving de rest door gehakte blanke amandelen, dat ging ook prima.

Appelmuffins met noten (ong.12 stuks)

Strooisel:

125 gr. grofgehakte pecannoten
125 gr. beige basterdsuiker
1 theel. kaneel

Deeg:

400 gr. bloem
2 theel. bakpoeder
115 gr. zachte boter
½ theel. kaneel
250 gr. zure appel
200 ml. zure room
25 ml. melk
1 ei
80 gram suiker

Verwarm de oven op 180 graden. Meng de ingrediënten voor de vulling door elkaar en zet opzij. Vermeng de bloem, het bakpoeder (even door een zeefje doen tegen klontjes) en de boter met elkaar. Snijd de appels klein, of rasp ze boven de kom, doe er kaneel, suiker en een snufje zout bij. Meng de zure room met het ei en de melk en giet dat bij het deeg. Roer door elkaar.

Vet cake- of muffinvormpjes in en doe in elke vorm een lepel van het deeg/beslag (het zit er een beetje tussenin). Daarbovenop een laagje van het suikerkaneelnotenmengsel, beetje in het beslag drukken anders valt straks je muffin uit elkaar, dan weer deeg en bovenop weer het vullingmengsel.

Bak ze zo’n twintig minuten, laat ze vijf minuten in hun vorm staan en stort ze op een rooster om af te koelen.

Denk eraan: dezelfde dag nog eten! Zonder schuldgevoel.