Niet iedereen is ziek van de crisis

Amerikanen voelen de crisis in hun portemonnee.

Er zijn ook mensen die nu profiteren van de crisis. Drie voorbeelden uit New York.

Het biermerk Pabst Blue Ribbon, dat nu populair is in de VS, publiceerde in 1911 deze advertentie. Pabst Blue Ribbon is the most famous product of the Pabst Brewing Company. Originally called Best Select, and then Pabst Select, the current name came from the blue ribbons that used to be tied around the bottle neck, a practice that ran from 1882 until 1916.
Het biermerk Pabst Blue Ribbon, dat nu populair is in de VS, publiceerde in 1911 deze advertentie. Pabst Blue Ribbon is the most famous product of the Pabst Brewing Company. Originally called Best Select, and then Pabst Select, the current name came from the blue ribbons that used to be tied around the bottle neck, a practice that ran from 1882 until 1916.

Zelfs de stafchef van aankomend president Barack Obama, die een van de slechtste economieën uit de recente geschiedenis erft, probeert het positief te benaderen. „Je wilt nooit dat een serieuze crisis onbenut blijft.”

De neerwaartse spiraal van dalende investeringen, afnemend consumentenvertrouwen, verminderde uitgaven, teruglopende winsten en groeiende werkloosheid brengt hele bedrijfstakken in de problemen. Producten zonder franje maar met een prettig prijskaartje zijn daarom plots populair.

Kerstinkopen deden Amerikanen dit jaar massaal bij de goedkope winkelketen Wal-Mart, of bij de 99-centwinkel. De hamburgers van McDonald’s verkozen velen als redelijk alternatief voor dure diners buiten de deur. Maar er zijn, al vallen ze minder op, ook mensen die het ondanks de recessie zo slecht nog niet vergaat. Drie voorbeelden uit New York.

Schoenmakers

‘King Arthur’, zoals klanten hem noemen, heeft sinds kort een werkweek van zeven dagen. Arthur Rubin repareert schoenen in het krappe en met spullen volgehangen winkeltje dat hij samen met zijn vader runt. Hij merkt dat mensen geen nieuwe schoenen kopen, maar liever hun oude laten maken. Gemiddeld repareert hij twintig paar per dag, „maar het zijn er ook wel eens veertig”. Door de drukte werkt hij nu ook op zondag. „Ik verdien nu dus meer geld.”

Niet iedere schoenmaker ervaart zulke hoogtijdagen; vraag het Jim Rocco, de beste schoenmaker van Manhattan (volgens de website Citysearch, dat recensies van klanten plaatst over hun ervaringen in restaurants en bars en bij bijvoorbeeld kappers en schoenmakers). Rocco zegt dat hij op dit moment in het verkeerde gedeelte van de stad zit. „Ik zit tussen de grote kantoren, waar veel mensen zijn ontslagen. Dus voor mij gaat het niet op, maar de lokale schoenmakers varen wel bij de crisis.”

„Het gaat fenomenaal”, juicht John McLoughlin, voorzitter van Shoe Service Insititute of America (SSIA), over de handel van veel van de grote en kleinere schoenmakerbedrijven die hij vertegenwoordigt. „Ik reis door het land en hoor van veel bedrijven dat ze hard nieuwe mensen nodig hebben.”

Cijfers voor de bedrijfstak door het hele land heeft hij niet. Dat komt doordat de SSIA een vrijwilligersorganisatie is. „Ik denk dat we zeker 25 procent meer werk hebben”, schat McLoughlin. „En dat is een voorzichtige schatting.”

Bibliotheek en boekhandel

Andrei Jacobs is een jonge zwarte dertiger. Hij pakt A guide to America’s Federal Jobs uit de boekenkast in het baneninformatiecentrum van de New York Public Library. Jacobs was voorheen onderdirecteur bij een zorgorganisatie in Alaska en kwam naar New York voor de „economische kansen”. Drie maanden later heeft hij nog geen baan gevonden. „Het is overal moeilijk. Dus ik dacht: laat ik eens kijken of de bibliotheek kan helpen.” Dat deze onlangs in een persbericht trots vertelde dat aankomend president Barack Obama in 1985 hetzelfde deed en zo zijn eerste baan in Chicago vond, beurt hem op.

Bij de grootste keten van boekhandels in de VS, Barnes & Noble, zit Jessica Long (23) in kleermakerszit op de grond. Ze leest een novelle van bestsellerauteur Jodi Picoult. Voorheen kocht ze bij deze winkel haar boeken, maar sinds de danstheatergroep waar ze voor werkt steeds minder kaarten verkoopt en zij dus minder verdient, komt ze alleen nog om te lezen. En ze is niet de enige. „Het wordt hier steeds voller.”

De crisis dwingt mensen „eens goed na te denken”, zegt Jon Minners, woordvoerder van de bibliotheek in New York. Het aantal bezoeken bij de vestiging middenin Manhattan steeg in oktober met 43 procent „Mensen denken in deze tijd al snel: ik kan beter een boek lenen dan het kopen.”

Bier

Succesvol dankzij een goedkoop imago, dat is het biermerk Pabst Blue Ribbon. Voorheen werd Pabst vooral op het Amerikaanse platteland gedronken. Maar tegenwoordig vinden juist stedelingen het goedkope biermerk trendy.

„Bier blijft populair, en er bestaan veel variaties”, zegt Jeff Becker. Hij is woordvoerder van The Beer Institute, een koepelorganisatie van bierbrouwerijen. In deze tijden kiest de consument voor goedkoop bier. MillerCoors, een grote Amerikaanse brouwer, zag dit jaar bijvoorbeeld een verkoopstijging van 15 procent voor zijn budgetmerk Keystone.

Concurrent Anheuser-Busch en ook Pabst publiceren geen specifieke verkoopcijfers. Becker ziet echter een duidelijke verschuiving; van wijn en sterke drank naar bier, en van importbieren naar Amerikaanse bieren. „De ‘budgetbieren’, vaak binnenlands, doen het dus goed.”

Barvrouw Emily Fawcett – lang haar, wijd shirt, brede bouw – van de kroeg Blue & Gold kan erover meepraten. Dit café staat bekend om het serveren van Pabst. Het heeft zelfs een mixdrank, The Redneck, van sterke drank met Pabst. „Vroeger bestelden alleen studenten het goedkoopste bier”, vertelt Fawcett. „Nu zijn het ook oudere mannen.” Terwijl kroegeigenaren overal klagen over verminderde klandizie, is Fawcett allerminst bezorgd. „Last van de recessie, of wat er ook aan de hand mag zijn, hebben wij hier helemaal niet.”