Dr Jekyll in de Watergraafsmeer

Bernlef: De rode droom. Querido, 240 blz. € 22,95 / € 18,95 Horst, 26-04-2007; DendronCollege in Horst, waar leerlingen als eindexamengrap bomen en de ingang in wc-papier hebben ingepakt.
Foto Vincent van den Hoogen/HH.
Bernlef: De rode droom. Querido, 240 blz. € 22,95 / € 18,95 Horst, 26-04-2007; DendronCollege in Horst, waar leerlingen als eindexamengrap bomen en de ingang in wc-papier hebben ingepakt. Foto Vincent van den Hoogen/HH. vincent van den hoogen/Holland>

Herman Koch: Het diner. Anthos, 302 blz. € 19,95

Je komt ze in de letteren niet zo vaak meer tegen, de ‘Aristotelische’ eenheden van plaats, tijd en handeling. Herman Koch is zich in Het diner van het toneelachtige van zijn nieuwe roman goed bewust. Hij verdeelt het verhaal in zeven gangen – vijf bedrijven met een proloog en een epiloog, zou je kunnen zeggen – en becommentarieert bij monde van zijn ik-figuur Paul een veelzeggende gebeurtenis aan het begin van de avond met de volgende woorden: ‘En toch was er iets gebeurd dat mij de hoop deed behouden op een explosie later op die avond. Het was als met het pistool in het toneelstuk: wanneer er in het eerste bedrijf een pistool wordt getoond, kun je er donder op zeggen dat er in het laatste bedrijf mee zal worden geschoten. Dat is de wet van het drama.’

Het mag duidelijk zijn: Het diner is een plot-driven boek, zoals zijn eerdere romans dat ook waren. Beter dus om alleen het hoognodige van het verhaal prijs te geven – vergezeld van de aantekening dat Koch zijn plot op een superieure manier opbouwt. In het openingsdeel ‘Aperitief’ stelt Paul zich aan ons voor als een weldenkende, sympathieke man die op een gezonde en vooral humoristische manier zijn weerzin etaleert tegen de snobistische haute-cuisinecultuur van een duur restaurant in de Amsterdamse Watergraafsmeer; zijn sarcasme wordt van tijd tot tijd onderbroken door kleine terzijdes en flashbacks die suggereren dat het dinertje waarvoor hij is uitgenodigd niet zomaar voor de gezelligheid is. In ‘Voorgerecht’ worden de wederzijdse irritaties tussen de twee echtparen aan de dis zachtjes aangestipt. En in de gangen daarna verergert alles – tot een harde climax in ‘Digestief’.

Paul en Claire dineren met Serge en Babette. Paul en Serge zijn broers; Serge is lijsttrekker van de grootste oppositiepartij, gedoodverfd premier én onuitstaanbaar ijdel en glad. Uiteindelijk zal hij nog de menselijkste van het viertal blijken te zijn, aangezien de andere drie letterlijk over lijken gaan om hun kinderen te vrijwaren van straf na een uitbarsting van zinloos geweld. Want dat is waar Het diner om draait, om de arrogantie van ouders die koste wat kost willen voorkomen dat de toekomst van hun zoontjes in gevaar komt omdat ze toevallig een zwerfster hebben gedood die in de weg lag. Wie zich de klassieke film Benny’s Video van de Oostenrijkse regisseur Michael Haneke herinnert – en vooral de scène waarin Vati und Mutti het lijk van een meisje in stukjes door de wc spoelen om hun zoon voor vervolging wegens doodslag te behoeden – heeft een aardig beeld van de soort.

‘Wanneer ik een definitie zou moeten geven van geluk,’ schrijft Paul in het begin, ‘dan is het deze: het geluk heeft aan zichzelf genoeg, het heeft geen getuigen nodig. […] Het ongeluk is altijd op zoek naar gezelschap. Het ongeluk kan niet tegen stilte – het kan vooral niet tegen de stiltes die vallen wanneer het alleen is.’ Mooi gezegd, zoals alles wat Paul, de Jekyll & Hyde van de Watergraafs-

meer, zegt scherp geformuleerd en grappig is. De lezer voelt mee met de anti-burgerlijke rebel die – maar daar is hij voor behandeld – soms erg agressief uit de hoek komt.

Dat Kochs nieuwe boek gedrenkt is in humor, zal niemand verbazen. Ook in Het diner betoont hij zich een satiricus van de beau monde die als belangrijkste stijlmiddelen de droogkomische bespiegeling, de puntgave zin en de verklarende flashback hanteert. Dat Koch goochelt met raadsels en de lezer op een doortrapte manier voortdurend op het verkeerde been zet, is ook geen nieuws. De grote stap die Koch in Het diner zet is dat de hoofdpersoon ondanks zijn eigenaardige psychological make-up geloofwaardig en herkenbaar blijft – een vader in wiens onvoorwaardelijke liefde voor vrouw en zoon je blíjft geloven.

Het eindresultaat is de beste Nederlandse roman die ik in maanden las. Minder wijd uitwaaierend dan Odessa Star, minder aandoenlijk dan Denken aan Bruce Kennedy; maar van begin tot eind spannend en zelfs beangstigend. ‘Klonk dit geloofwaardig?’ vraagt Paul zich af als hij Claire een leugentje om bestwil vertelt. ‘En vooral: keek ik er geloofwaardig bij?’ Wij kunnen hem, en vooral zijn schepper Herman Koch, alleen maar hartgrondig een jawoord geven.

Pieter Steinz