De miljarden van Essent

Jongste onheilsbericht over de Nederlandse economie: de industriële productie blijkt in november met 6 procent te zijn gedaald, en de omzet met maar liefst 14 procent. Het is de grootste daling sinds begin jaren negentig met de meting werd begonnen. De cijfers komen na een reeks zeer negatieve berichten over de economische activiteit en stemming. Daarmee is Nederland geen uitzondering. Duitsland zag vorige week zijn handelsoverschot verdampen. De wereldhandel, die een forse invloed heeft op de Nederlandse economie, zal volgens de Wereldbank in 2009 met 2,1 procent krimpen. Dat is sinds begin jaren tachtig niet vertoond.

De Nederlandse regering lijkt in internationaal perspectief wat passief. Een stimuleringsplan van het afgelopen najaar bevatte weinig nieuw geld. Vandaag komt het kabinet met nieuwe voorstellen. Duitsland voerde deze week al eerder alsnog een stimuleringsplan door ter waarde van 50 miljard euro, hetgeen volgens veel Europese partners nog aan de bescheiden kant is. Het Nederlandse equivalent van de Duitse aanpak zou een kleine 10 miljard euro moeten bedragen. Zoveel geld wordt er vooralsnog niet vrijgemaakt.

Tegelijkertijd stroomt er straks, door de verkoop van Essent aan het Duitse RWE, bijna 8 miljard euro binnen bij 132 gemeenten en 6 provincies die de aandeelhouders zijn van het energiebedrijf. Volgens de eerste geluiden zullen de gelden duurzaam worden aangewend. Maar de verleiding in Den Haag moet groot zijn om er, al was het maar voor een deel, de hand op te leggen. Het verweer van met name de provincies dat dit Limburgs of Brabants geld is, waar anderen van af moeten blijven, oogt zwak. Zij zouden vreemd opkijken als de noordelijke provincies zich onder dit motto voortaan de aardgasbaten zouden toe-eigenen. Anderzijds zijn de lagere overheden aandeelhouder en is er dus formeel weinig tegenin te brengen dat het geld bij hen blijft. Deze overheden missen straks immers dividendinkomsten.

Uiteindelijk zal het er om gaan hoe het vermogen wordt aangewend. Daarbij mag het karakter van het vermogen niet veranderen. De duurzame langetermijninvestering in Essent zal moeten worden omgezet in duurzame investeringen elders. Dus niet in lopende uitgaven. Of de betrokken lagere overheden die lijn geheel zullen volgen is niet gegarandeerd.

Maar ook de rijksoverheid heeft op dit vlak geen onbevlekt blazoen. Slechts een deel van de aardgasbaten is financieel duurzaam aangewend. Het deel dat in het Fonds voor Economische Structuurversterking terecht is gekomen, wordt uitgegeven volgens een steeds bloemrijker interpretatie van wat een duurzame investering is.

De lagere overheden kan zeggenschap over hun baten uit de verkoop van Essent moeilijk worden ontzegd. Tegelijkertijd zou het in deze zeer lastige economische periode vreemd zijn als er geen enkele regie zou bestaan over de aard en timing van hun plannen.

In een economisch actieplan tegen de recessie mag coördinatie over dit nieuwe kapitaal niet ontbreken.