Rapport: toezicht veiligheid TU Delft ontbrak

Het toezicht op de brandveiligheid van de faculteit bouwkunde van de Technische Universiteit Delft was jarenlang gebrekkig of ontbrak geheel. Dat telt extra zwaar, omdat de brandweer extra voorwaarden had gesteld wegens het ontbreken van een gebruiksvergunning voor dit drukbezochte gebouw.

Dat stelde voorzitter Uri Rosenthal van het COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement gisteren bij de presentatie van een rapport over de brand die op 13 mei vorig jaar het faculteitsgebouw bijna geheel verwoestte.

De brand begon met een storing in een koffieautomaat, nadat lekkage een aantal verdiepingen had blank gezet. Na het uitbreken van de brand bleek al vrij snel dat het gebouw niet te redden was. De brandweer wist wel een verzameling stoelen en maquettes te behouden.

Volgens de onderzoekers van het COT, te hulp geroepen door de gemeente Delft, is het aan de bedrijfshulpverlening te danken dat de hevige brand in het gebouw, waar honderden mensen aanwezig waren, zonder persoonlijke ongelukken is verlopen. „De ontruiming was succesvol en de investeringen om het gebouw te kunnen ontvluchten zijn lonend gebleken”, aldus het onderzoek.

De onderzoekers van het COT hebben kritiek op de brandweer, die volgens hen veel te lang in het gebouw bleef en zo een te groot risico liep. „Er waren terechte twijfels over de mogelijkheid de brand te beperken”, aldus Rosenthal.

Hij vindt dat er op landelijk niveau snel duidelijkheid moet komen over de vraag in welke omstandigheden brandweerlieden een pand moeten binnengaan en wanneer niet. De discussie hierover is verhevigd na de brand in De Punt, eveneens in mei vorig jaar, waarbij drie brandweermannen om het leven kwamen.

Het COT is verder kritisch over de gang van zaken bij de gebruiksvergunning.

Burgemeester Bas Verkerk van Delft beaamde dat het toezicht niet voldoende is geweest.