Afscheid van een teleurgestelde president

Het opvallendste aan de laatste persconferentie van Bush vond ik niet eens z’n spijt dat hij na de inval in Irak iets te vroeg victorie had gekraaid. Fascinerender was z’n bekentenis inzake de massavernietigingswapens – u kent ze nog wel.

Saddam Hoessein zou ze bij tientallen of misschien wel duizenden tegelijk in zijn land verstopt hebben. Onder de grond natuurlijk, maar ook openlijk tussen paleizen in aanbouw, of in de kashba’s van Bagdad, in moskeeën waar niemand ze ook ooit zou zoeken, en in campers die de hele dag argeloos door het land reden alsof ze op weg waren naar een zonnige vakantiebestemming. De CIA had van een aantal verborgen installaties foto’s weten te maken, die Colin Powell toentertijd gedurende een diashow van anderhalf uur aan de hele Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft laten zien.

Alle nette regeringen wisten er tenslotte van. Bush uiteraard voorop, maar ook de Europese bondgenoten, de voorganger van Jaap de Hoop Scheffer, en zelfs de inlichtingendienst van Niger. In Nederland had de historicus Arend Jan Boekestijn, naar we achteraf hoorden, meteen al een sterk vermoeden gehad, en premier Balkenende was door Washington in codetaal bijgepraat, op voorwaarde dat hij het later nooit zou doorvertellen.

Iedereen zat in de piepzak. Saddam hoefde immers maar op z’n knop te drukken, en binnen een kwartier zouden de nucleaire, de biologische en de chemische bommen om ons heen ontploffen, en de hele christelijke beschaving lag in duigen. Wat kon de president van Amerika anders doen dan zich verantwoordelijk tonen, Irak veroveren, Saddam naar een konijnenhol jagen, en het dodelijk wapentuig laten demonteren?

Maar verdraaid nog aan toe. Toen het karwei was geklaard (Mission Completed!), de mijnenopsporingsdienst op pad was gestuurd om alle massavernietigingswapens te verzamelen en er filmopnames van te maken zodat de hele wereld nog eens goed op televisie kon zien waaraan we ternauwernood waren ontsnapt – waar kwamen de mineurs toen mee terug?

Met niks.

Begrijpelijk dat de White-House-correspondents zes jaar later nieuwsgierig waren naar het antwoord op de vraag wat er allemaal in Bush was omgegaan toen hij besefte dat iemand hem bij de neus moest hebben genomen, of dat hij in de voorafgaande weken en maanden in iets was gaan geloven wat niet bestond (zoals hij tenslotte ook altijd in God had geloofd) en dat hij alom misschien wel voor aap stond. Maar wat antwoordde hij, na even te hebben teruggedacht?

‘Tja, het was een teleurstelling’.

Ik wou het eerst niet geloven. Ik heb disappointment voor de zekerheid nog even in het woordenboek opgezocht om na te gaan of het onder bepaalde omstandigheden, of in Amerikaans slang, wellicht ook nog iets heel anders kon betekenen. Maar nee. Teleurstelling. Toen tot Bush na al die opwinding, en die angst, en die piepzak, plus dat invasieleger dat op zijn bevel tot de tanden toe bewapend die kant op was gestuurd, eindelijk was doorgedrongen dat in de wereld dus veel minder massavernietigingswapens lagen opgeslagen dan iedereen had gevreesd – heeft hij niet eerst de Here gedankt, toen het Oval Office kort en klein geslagen, niemand trouwens ontslagen, ook niet onmiddellijk dat invasieleger teruggeroepen, of z’n excuses aangeboden aan het Amerikaanse volk, en is zelfs niet snikkend in de Laura’s armen gevallen – hij voelde zich alleen maar teleurgesteld.

En toch is die man acht jaar president van de Verenigde Staten geweest. Eerst is hij in het jaar 2000 democratisch gekozen, en vier jaar later (toen hij over z’n teleurstelling heen was) werd hij nog eens democratisch herkozen. Hadden we vorig jaar eigenlijk wel reden om opgelucht te zijn over de democratische meerderheid voor Obama?

Soms weet ik het echt niet meer.

jan Blokker