Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Weer

Met honderd kilometer per uur over het ijs

Nederlandse ijszeilers zijn voor wedstrijden veelal actief in het buitenland. Dit weekeinde was de nationale titelstrijd in Groningen. „Sommigen kunnen niet eens op water zeilen.”

IJszeilers suizen over het bevroren Oldambtmeer tijdens het Nederlands kampioenschap dat minimaal drie races moet tellen. Foto Michael Kooren Nederland,,NK ijszeilen , Blauwe Stad, Groningen, 110109 © foto Michael Kooren
IJszeilers suizen over het bevroren Oldambtmeer tijdens het Nederlands kampioenschap dat minimaal drie races moet tellen. Foto Michael Kooren Nederland,,NK ijszeilen , Blauwe Stad, Groningen, 110109 © foto Michael Kooren Kooren, Michael

„Weet je, wij zijn eigenlijk een stelletje zigeuners bij elkaar”, onthult ijszeiler Dennis de Ruiter, bij het Nederlands kampioenschap waarbij hij als zesde zou eindigen. „We trekken door heel Europa, op jacht naar ijs, wind en absoluut geen sneeuw.” Vlak voor de jaarwisseling reed hij met een groep gelijkgestemden nog 3.400 kilometer kriskras door Zweden, tot aan de Oostzee. Slechts twee dagen kwam het tot ijszeilen, wegens sneeuw en windstilte. „Zonde, maar ook dat hoort erbij.”

De Ruiter (28) beleefde mooiere momenten in de sport die hij van zijn ouders meekreeg. „Het Lipnomeer in Tsjechië is hartstikke mooi door de omgeving”, vertelt de composietbouwer uit Lelystad, die elk jaar zo’n twee weken met andere Nederlanders zeilt op bevroren meren in Scandinavië, Polen, Estland en Tsjechië. „En bij het Siljan in Zweden kun je twintig minuten met tachtig kilometer per uur dezelfde kant op zeilen, zonder dat je de kant dichterbij ziet komen. Maar veertien dagen in eigen land kunnen zeilen is ook heel speciaal.”

De Nederlandse ijszeilers hielden afgelopen weekeinde voor het eerst sinds 1996 een nationaal kampioenschap, dat minimaal drie races moet tellen. Op het Oldambtmeer bij het Oost-Groningse prestigeproject Blauwestad verzamelden zich tientallen ijszeilers met schaatspakken, spikes, skibrillen en ijszeilboten van het wedstrijdtype ‘DN’.

DN staat voor Detroit News, het Amerikaanse dagblad dat in 1937 een ontwerpwedstrijd had uitgeschreven voor een eenvoudig te bouwen ijszeiler. De hedendaagse uitvoering van het winnende model met drie ijzers is zo’n drieënhalve meter lang en 65 kilogram zwaar, met een mast van bijna vijf meter en een zeil van ruim zes vierkante meter. Amerikanen, Zweden, Duitsers en een enkele Pool bleken bij Europese en wereldkampioenschappen de beste DN-ijszeilers.

De Nederlanders bereiken op het kunstmatige meer bij windkracht 4, met uitschieters naar 5, snelheden tussen 80 en 100 kilometer per uur. „Het werkt verslavend zo hard over het ijs te gaan met alleen een stuk zeil”, zegt De Ruiter. „Het ijs is over vijf vierkante kilometer spiegelglad, met maar een paar remmende sneeuwduintjes. Echt geweldig.”

„De snelheid is het mooist aan de sport, naast het feit dat het in Nederland niet vaak kan”, zegt wedstrijdorganisator Daan Schutte, die zelf niet zeilt vanwege tijdelijk beperkt gezichtsvermogen. „Dat wordt veel te link. Vooral voorin is er echt competitie in de beste afstelling van de boten. De meesten zijn ook goed in waterzeilen en horen daarin bij de nationale top. Maar sommigen kunnen niet eens op water zeilen. Iedereen kan ijszeilen op zijn eigen manier.”

„Je moet wel handig zijn, willen klussen en plezier hebben in het verbeteren van je spullen”, zegt de latere Nederlands kampioen Johan Tolsma, ook voorzitter van de Nederlandse DN-ijszeilvereniging, die na een decennium zonder strenge vorst minder dan 400 leden heeft. „Twaalf matige winters zijn funest voor het ledental. We kunnen wel wat verjonging gebruiken. Maar de ijszeilers van nu zijn de fanatiekelingen die altijd weer hun bootje van stal zullen halen. Weer natuurijs bij de achterdeur is voor ons echt genieten. Maar als nu op internet verschijnt dat het WK over twee dagen wordt gehouden op een meertje in Polen, staan daar tweehonderd ijszeilers aan de start, zelfs vanuit de Verenigde Staten en Canada. Zo gek is iedereen gewoon.”

„We zijn een grote, rare familie die het mooi vindt door de natuur te zoeven”, beaamt Margreet Bosker, een van de twee vrouwen die op het Oldambtmeer zeilden. Ze zeilde jaren op ijs als fotografe en is nu wedstrijdzeilster. „We zijn einzelgängers die opeens bij elkaar komen voor dezelfde kick. Ik vind het bij deze Nederlandse wedstrijd mooi te zien dat de jonge jongens het zo langzamerhand van de ouderen winnen. De aanvangssnelheid is heel belangrijk voor het verloop van je race, dus moet je goed kunnen sprinten bij de start. De getrainde lichamen winnen daarbij.”

Naast Bosker genieten twee deelnemers van het schurende geluid dat de ijzers van langs suizende ijszeilers maken. Piet Ploum hoort het al niet meer tijdens zijn wedstrijden. „Ik ben doodop, het gaat vandaag weer zo snel”, zegt de veteraan tussen de races door. „Ik ben drukker met opletten voor schaatsers. Iedereen wil dit weekeinde natuurlijk op het ijs.”