Diskwalificatie van schaatser Fabris was onnodig

De start van de 5000 meter is zo ingericht dat de schaatser in de buitenbaan in de problemen komt. Met een simpele wijziging is dit te verhelpen, betoogt Herbert Blankesteijn.

We hebben dit weekend een saai Europees Kampioenschap schaatsen gehad, mede door de diskwalificatie van de Italiaan Enrico Fabris. Fabris was een van de weinige schaatsers die het Sven Kramer lastig had kunnen maken. Zijn diskwalificatie was terecht, zoals Fabris zelf toegaf. Maar het had iedereen kunnen overkomen.

Een bescheiden aanpassing in de manier waarop de 5000 meter wordt gereden, kan voorkomen dat we nog eens een favoriet verliezen (of welke rijder dan ook) door zo’n onbenulligheid.

Het gaat om de regel dat een schaatser in de bochten de lijn die zijn bocht markeert, niet mag overschrijden. Een vanzelfsprekende regel. In het verleden respecteerden de deelnemers zo’n lijn maar half en vlogen de blokjes in het rond, waardoor je je ging afvragen of ze soms de kortste weg namen. Fabris, die in de buitenbocht reed, kwam met zijn linkerschaats op het terrein van de binnenbocht.

Maar zoals iedereen heeft kunnen zien, sneed Fabris de bocht niet af. Hij moest bij de start van de 5000 meter midden in de eerste bocht een extra slag maken, omdat hij nog geen vaart had. Met pootje-over kun je niet op gang komen. Ook Sven Kramer vindt dat het maken van zo’n extra slag eigenlijk niet meer mogelijk is.

Dat maakt de start van de 5000 meter nog oneerlijker dan hij al is. Let maar eens op bij de wedstrijden die nog komen: bijna altijd komt degene die op de 5000 meter in de binnenbocht start, met voorsprong de eerste bocht uit. Hoe komt dat?

Twee factoren. De schaatsers gaan zó van het startschot de bocht in. Pootje over is dan lastig, maar het is lastiger naarmate de bocht flauwer is. De binnenbocht is dus minder een probleem dan de buitenbocht. De schaatser in de binnenbocht gaat bovendien met meer vaart de bocht in, omdat hij eerst een paar meter extra schaatst. Op de 5000 meter beginnen de schaatsers met een half rondje, en daarna volgen twaalf hele. De rijder die in de binnenbocht start, krijgt vóór de bocht een paar extra meters omdat zijn bocht korter is. En daarin kan hij vaart maken. De eerste buitenbocht op de 5000 meter was dus al een nadeel (het scheelt in tijd een paar tiende), nu komt daarbij dat de noodgreep waarmee de buitenbochtrijder vaart probeert te maken, die extra slag, wegens dreigende diskwalificatie niet meer kan.

Dit is heel makkelijk op te lossen. Sterker, er is een andere afstand die hetzelfde probleem zou hebben en waar de oplossing die ik bedoel allang staande praktijk is. Dat is de 1000 meter. Op de 1000 meter start men midden op het rechte stuk en is de finish, na tweeënhalf rondje, midden op het het andere rechte stuk. De 5000 meter is exact tien ronden langer; daarbij kan van dezelfde start- en finishplekken gebruikgemaakt worden. Beide rijders zijn dan bij de eerste bocht op snelheid en extra slagen zijn onnodig. De buitenbochtrijder riskeert geen schlemielige diskwalificatie en begint niet met achterstand aan de race.

Waarom wordt dit niet allang gedaan?

Herbert Blankesteijn is medewerker van NRC Handelsblad.