Hoera, een crisis!

De economie is van ons allemaal. Van de wereldleiders, de media en de beursgoeroes, maar ook van Joe Sixpack en van de Hollandse deeltijdmoeder die boodschappen doet in de supermarkt.

Als het stormt zoals nu, vaart iedereen zijn eigen, meest voordelige koers. En je weet hoe dat gaat, met meer kapiteins op één schip. Het vaartuig kiest zwabberend een onduidelijke route. En eenmaal op stoom maakt die koers lang niet iedereen blij.

In beleidsrapporten lijkt de economie één geheel. In werkelijkheid is het een vat vol tegenstrijdigheden. Beleggers willen stijgende beurskoersen, spaarders hoge rentes, de overheid stabiele inkomsten en uitgaven, werknemers stijgende lonen, verkopers flinke winsten en consumenten een groeiende welvaart bij betaalbare prijzen.

Overheden hebben een middel gevonden dat velen tegelijk tevreden houdt. Men probeert de prijzen elk jaar lichtjes te laten stijgen. Bij deze ideale inflatie van zo´n twee procent kunnen de lonen steeds omhoog. En consumenten blijven kopen, want bij uitstel betaal je meer.

Inflatie is doping voor de economie, want we gaan er gretiger door lenen. De geldontwaarding verkleint immers je schuld – althans, zo gaat het verhaal – terwijl de waarde van je aankoop, bijvoorbeeld een huis, steevast meer dan de inflatie stijgt.

Totdat een kredietcrisis roet in het eten gooit. Nu consumenten en beleggers op hun geld blijven zitten, dreigen de prijzen te dalen. Dat heet deflatie. Dat gebeurde al op de beurs. Maar ook de Amsterdamse huizenmarkt verkeert nu officieel in zwaar weer. Vorig jaar augustus daalden de aankoopprijzen 10 procent.

Volgens de gemeente moet het ergste nog komen. Tegelijk dalen de huurprijzen in de vrije sector, want onverkochte woningen gooit men in de verhuur. En kijk eens naar de winkels. Aan de uitverkoop komt geen eind. Ook de horeca klaagt steen en been. In Engeland is de prijs van een pint kwaliteitsbier noodgedwongen gezakt van £2,75 naar £1.

Dalende prijzen (deflatie) zijn de schrik van menige overheid. De meute gaat aankopen uitstellen en sparen. Als je immers bij 3 procent deflatie 100 euro in je bureaula stopt, dan is dat geld een jaar later qua koopkracht zomaar 103 euro waard. Zuinigheid wordt aldus de trend, de economie raakt in het slop en ons welvaartspeil dreigt te zakken.

Is dat het begin van het einde? Dat vindt niet iedereen. Diverse economen wijzen op de mooie kanten van deflatie (zoek op www.wikipedia.nl op ‘deflatie’) en beweren dat zij de welvaartsgroei beslist niet in de weg hoeft te staan.

Een persoon of gezin is trouwens niet dé economie. Elk huishouden is een mini geldsysteempje met een eigen verlies- en winstrekening en een persoonlijke balans. Huishoudens met (veel) spaargeld zitten bij deflatie op rozen, want door prijsdalingen stijgt de koopkracht van hun kapitaal.

Schulden daarentegen zijn bij deflatie een blok aan je been. Stel je hebt 200.000 euro geleend om een huis van 220.000 euro te kopen. Door deflatie zakt je woningwaarde tot 180.000 euro. Je schuld blijft echter twee ton, meer dan de waarde van je huis. De koopkracht van dat bedrag dreigt ook nog te gaan stijgen. En dat terwijl je mogelijk al jaren hypotheekrente hebt betaald.

Terwijl schuldenaren bij deflatie lijden, vieren ‘suffe’ spaarders met leenaversie eindelijk eens feest. Nooit lieten ze zich gek maken door verhalen over slapend rijk worden en eindeloze welvaartsgroei. Al werden ze jarenlang bespot als angsthaas, domoor of dwaas. Nu mogen ze even juichen: “Hoera, een crisis!”

Lees Erica Verdegaal ophaar weblog nrc.nl/erica