Eindelijk, de uitstoot van kooldioxide daalt

Aan het eind van het jaar moet de wereld het eens worden over een nieuw klimaatakkoord. Hoewel iedereen dat wil, is het lang niet zeker dat het ook lukt.

Polish women speak backrounded by of a power plant chimneys where several Greenpeace activists take their camp at one of the top platforms in Patnow, some 80 kilometers east of city of Poznan, on December 2, 2008. Greenpeace activists scaled a 150-metre (500 foot) high smokestack at a power plant in central Poland to urge the government to agree to European environment reforms. Poznan hosts UN Climate Change Conference between December 01-12. AFP PHOTO/JOE KLAMAR
Polish women speak backrounded by of a power plant chimneys where several Greenpeace activists take their camp at one of the top platforms in Patnow, some 80 kilometers east of city of Poznan, on December 2, 2008. Greenpeace activists scaled a 150-metre (500 foot) high smokestack at a power plant in central Poland to urge the government to agree to European environment reforms. Poznan hosts UN Climate Change Conference between December 01-12. AFP PHOTO/JOE KLAMAR AFP

De kredietcrisis is een zegen voor klimaatverandering. Eindelijk daalt wereldwijd de uitstoot van broeikasgassen. Waar het Kyoto-protocol faalde, emissiehandel een farce bleek, milieubelastingen nauwelijks iets uithaalden en beloftes van wereldleiders even snel werden vergeten als ze werden uitgesproken, daar leidde de financiële crisis tot het gewenste resultaat. De uitstoot van kooldioxide zal dit jaar wereldwijd dalen, met misschien wel 3 procent. Voordat in 2008 de crisis toesloeg, werd nog rekening gehouden met een stijging van meer dan 2 procent.

En dit is nog maar het begin, denkt Terry Barker, directeur van het Center for Climate Change Mitigation Research van de universiteit van Cambridge. Hij berekende dat tijdens de Great Depression, tussen 1929 en 1932, de uitstoot van broeikasgassen wereldwijd daalde met maar liefst 35 procent. „Er bestaat een kans dat de daling tot 2012 nog groter zal zijn”, zei Barker vorige maand tijdens de klimaatconferentie van de Verenigde Naties in Poznan.

Niet iedereen is zo optimistisch. Dit soort dalingen zijn „niet meer dan een dipje in een stijgende lijn”, stelt Bert Metz van de European Climate Foundation en in 2007 hoofdauteur van het rapport van het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties. Niets wijst op grote verschuivingen in ons consumptiepatroon, zegt ook Bill Hare van het Potsdam-Institut für Klimafolgenforschung. Na een crisis is „de trend binnen vier tot vijf jaar meestal terug op het oude niveau”. Een recessie heeft op de opwarming van de aarde hetzelfde effect als een vulkaanuitbarsting, concluderen veel wetenschappers. De zon wordt door het stof in de atmosfeer even verduisterd, maar schijnt daarna weer net zo hard.

Dit jaar moet het gebeuren. In december willen regeringsleiders in Kopenhagen een nieuw klimaatakkoord sluiten. Veel later mag het ook niet worden, anders is er niet genoeg tijd om gemaakte afspraken uit te voeren voordat in 2012 het Kyoto-protocol afloopt. Wereldwijd wordt de noodzaak van een nieuw akkoord erkend. Toenemende droogte en hitte, extreme neerslag, slinkende gletsjers, smeltende sneeuwmassa’s en een stijgende zeespiegel hebben daarvoor wel gezorgd – hoewel lang niet alle weersveranderingen direct gerelateerd zijn aan klimaatverandering.

Toch ligt een klimaatakkoord niet voor het grijpen. Dat bleek wel uit de moeizame onderhandelingen tijdens de recente klimaatconferentie in Poznan, waar amper vooruitgang is geboekt. Zo moesten derdewereldlanden bij de geïndustrialiseerde landen bedelen om 80 miljoen dollar voor een aanpassingsfonds om hun klimaatbeleid te kunnen betalen. Diezelfde rijke landen namen intussen hun kwakkelende economieën met tientallen miljarden tegelijk in bescherming.

Regeringsleiders bezweren dat de financiële crisis hun klimaatbeleid niet zal verstoren. Maar in de praktijk gebeurt dat wel. Zo concludeerde de Zweedse premier Fredrik Reinfeldt rond de jaarwisseling in een interview met Svenska Dagbladet dat „een groot deel van de politieke energie [voor klimaatbeleid] die een paar jaar geleden nog bestond nu is verdwenen”. Door de financiële crisis zijn er minder politici „die hun schouders onder het proces willen zetten”, zegt Reinfeldt, iedereen lijkt zijn eigen doelen te formuleren om zichzelf in bescherming te nemen en onder vergaande maatregelen uit te komen. De premier van Zweden – een land met een voorbeeldig klimaatbeleid – heeft weinig vertrouwen in de uitkomst van de klimaatconferentie in Kopenhagen. „Wereldwijde en voor iedereen geldende afspraken” zullen er waarschijnlijk niet komen, hooguit „een verzameling toezeggingen”, die verschillen per land en die voor deelnemende landen net voldoende zijn om te accepteren. En of die toezeggingen in een bindend akkoord worden vastgelegd, is volgens Reinfeldt nog maar de vraag.

In tijden van crisis zijn landen beducht voor hun concurrentiepositie. Dat bleek wel tijdens de onderhandelingen vorige maand over een nieuw Europees klimaatakkoord. Polen vreesde dat zijn verouderde energiecentrales te duur werden, Duitsland was bang dat de auto-industrie te veel zou lijden en Italië was sowieso beducht voor de kosten.

Als Europa, tot voor kort de voortrekker in het klimaatdebat, het al bijna niet eens kan worden, hoe moet dat dan in Kopenhagen, waar bijna tweehonderd landen om de tafel zitten. De VS zullen alleen een klimaatakkoord accepteren als alle landen meedoen, dus ook opkomende economieën als China, India en Brazilië. Die houden vol dat het probleem door de rijke landen is ontstaan, en dat die het maar moeten oplossen – India is daarin halsstarriger dan China. Olielanden, aangevoerd door Saoedi-Arabië, zijn bang dat een klimaatakkoord ten koste gaat van de attractiviteit van hun bron van inkomsten en frustreren de onderhandelingen. Ontwikkelingslanden dringen aan op actie, maar hebben zelf weinig te bieden.

Regeringsleiders aarzelen om in tijden van crisis te investeren in duur klimaatbeleid. Een economische noodzaak is er niet. Toen een vat olie vorig jaar meer dan 100 dollar kostte was het interessant om te zoeken naar alternatieven. Maar nu de prijs in korte tijd is gedaald naar minder dan de helft, is er geen haast. Tekenend is dat de Deense Vestas groep, de grootste producent van windturbines ter wereld, in november de productie terugdraaide „totdat we weten hoe de financiële crisis van invloed is op de langere termijn”.

Behalve de olieprijs is ook de prijs die bedrijven moeten betalen om kooldioxide in de atmosfeer te brengen fors gedaald. In onzekere tijden is het veiliger om zogeheten emissierechten te kopen, dan om te investeren in energiezuinige productiemethodes.

Toch is er een kans dat de wereld het in Kopenhagen eens wordt. Al was het maar omdat over enkele weken een van de belangrijkste obstakels voor een akkoord, de Amerikaanse president George Bush, uit het Witte Huis vertrekt. Te lang, zei bijna-president Barack Obama na zijn overwinning in een videoboodschap, heeft Washington in het klimaatbeleid aan de zijlijn gestaan. „Daarin zal na mijn aantreden verandering komen.”

Obama heeft op sleutelposities mensen benoemd die klimaatverandering serieus nemen: Nobelprijswinnaar Steven Chu, die in het verleden regelmatig heeft gewaarschuwd voor het gevaar van klimaatverandering, als minister van Energie; John Holdren, een milieuprofessor van Harvard, als wetenschappelijk adviseur en Carol Browner, een protegee van Al Gore die in de regering-Clinton het milieuagentschap leidde, om het energie- en milieubeleid te coördineren. Daar staat wel Larry Summers tegenover als Obama’s economisch adviseur, die graag wijst op financiële risico’s van een al te ambitieus klimaatbeleid.

In zijn videoboodschap formuleerde Obama ook alvast de contouren van zijn plannen. Amerika zal de uitstoot van broeikasgassen in 2020 hebben teruggebracht naar het niveau van 1990 (en daarna nog eens met 80 procent in 2050). In 1997 beloofde Amerika een reductie van 7 procent onder het niveau van 1990, te bereiken in 2012. Obama veegt dus een grote hoeveelheid kooldioxide van de onderhandelingstafel.

Toch was Yvo de Boer, de Nederlandse klimaatchef van de Verenigde Naties, tevreden met Obama’s belofte. „De les van Kyoto is, dat we op zo’n manier vooruit moeten komen dat ook Amerika bereid is mee te doen”, zei hij. Obama’s doelstelling vond hij „een uitdaging, maar te doen”. En dat de aanstaand president beloofde leiderschap te tonen kan volgens De Boer alleen maar worden uitgelegd als „een krachtig, bemoedigend signaal aan de internationale gemeenschap”.