Een zwakke Updike - en daar dan een vervolg op

John Updike: The Widows of Eastwick. Knopf, 308 blz. € 21,– This photo released by Alfred A. Knopf shows the cover of "The Widows of Eastwick," by John Updike. (AP Photo/Alfred A. Knopf) **NO SALES**
John Updike: The Widows of Eastwick. Knopf, 308 blz. € 21,– This photo released by Alfred A. Knopf shows the cover of "The Widows of Eastwick," by John Updike. (AP Photo/Alfred A. Knopf) **NO SALES** Associated Press

John Updike: The Widows of Eastwick. Knopf, 308 blz. € 21,–

En nu ook al de ‘Lifetime Achievement Award for Bad Sex in Fiction’! Nadat John Udike voor de vierde keer in zestien jaar de shortlist voor dit dubieuze eerbetoon had gehaald, besloot de Britse jury hem vorige maand op deze manier te honoreren. Blij zal hij er niet mee zijn, al zal het hem minder dwars zitten dan het besef dat de Nobelprijs hem vermoedelijk altijd onthouden zal worden, na de terechtwijzing, eerder dit jaar, van Horace Engdahl, de permanente secretaris van de Nobelprijs voor literatuur. De Amerikaanse literatuur is te geïsoleerd, te insulair, oordeelde de functionaris. ‘Ze vertalen niet genoeg en nemen niet echt deel aan de grote dialoog van de literatuur.’

Ridicule verwijten aan het adres van met name de twee auteurs die al decennia als kandidaten worden genoemd: naast Updike natuurlijk Philip Roth. Vooral Updike heeft in de zes turven met essays en beschouwingen die hij sinds 1965 publiceerde, laten zien dat je hem veel kunt verwijten, maar niet dat hij zich afsluit voor wat zich op de internationale literaire kaart afspeelt.

Maar met zijn laatste roman The Widows of Eastwick vergroot hij, op zijn zachtst uitgedrukt, zijn kansen niet. Het is een sequel van een van Updikes zwakste romans, The Witches of Eastwick uit 1984 – al moet ik aan dat oordeel meteen toevoegen dat het gekleurd is door de erbarmelijke verfilming ervan, enkele jaren later. De heksen van Eastwick zijn nu rond de zeventig, alle drie weduwe en hebben alle drie ook hun tweede echtgenoot overleefd. Alexandra, de oudste van de drie, woont het verst weg, in Taos, New Mexico, waar ze, uiteraard zou je bijna zeggen, aan keramiek doet en zich incidenteel zorgen maakt over haar falende moederschap – en grootmoederschap. Sukie, de jongste en de voormalige roddelverslaggeefster van de lokale krant, wijdt zich nu aan stuiverromans en lijkt nog het meest in de markt voor een nieuwe seksuele ervaring. En Jane speelt cello en maakt de anderen (en de lezer ) wanhopig met haar woordspelingen.

Ze besluiten gedrieën voor de zomer naar Eastwick terug te keren om te zien of de oude magie nog werkt. Ze nemen zelfs hun intrek in het huis waar ze hun seksuele en andersoortige orgieën hielden. Maar opvallend afwezig is de man die het object was van hun zwarte magie, Darryl Van Horne, de vroegere bewoner van het huis. Zijn plaats in het verhaal wordt ingenomen door Chris, zijn zwager en blijkbaar ook kortstondig zijn minnaar, die de intentie lijkt te hebben zijn dode zus te wreken: stierf zij aan kanker of toch vanwege de hekserij van het jaloerse drietal?

Updikes proza is hier en daar nog steeds spectaculair. Hij is op zijn best wanneer hij beschrijft wat de tijd met de bejaarde dames heeft gedaan en met het stadje waar ze hun hekserij opnieuw bedrijven. Maar er is iets mis met deze roman, iets wat een Updike op volle kracht zelden is overkomen: het boek valt nauwelijks op waarde te schatten zonder dat de voorganger van 24 jaar geleden herlezen wordt. En dat is iets wat van de Rabbitt- en Maples-cycli, en zeker van de amusante serie met de joods-Amerikaanse auteur Henry Bech in de hoofdrol, nooit gezegd kon worden. Of is het dat die boeken zoveel meer in het geheugen van de lezer gegrift bleven dan het flauwe verhaal over de drie heksen?

Ook compositorisch ligt het boek on- Updike-iaanse wijze uit het lood. Het eerste van de drie hoofdstukken wordt geheel in beslag genomen door beschrijvingen van reizen door Canada, Egypte en China die de drie weduwen maken alvorens naar Eastwick terug te keren. Pas na die honderd pagina’s komt het verhaal op gang en bereikt het een climax aan het eind van hoofdstuk twee, wanneer een nieuwe séance een van de drie heksen fataal wordt. Maar de verwachtingen die deze gruwelijke en intrigerend beschreven scène oproept, worden in de laatste honderd pagina’s niet ingelost. Nooit eerder, of het moet in zijn allerslechtste roman Brazil zijn geweest, heb ik Updike zo zien worstelen met het creëren van relevantie, en uiteindelijk met het beantwoorden van de vraag: waarom moet dit boek eigenlijk geschreven worden?