Chaos in mediapark

De publieke omroep voelt zich ineens weer bedreigd. Een paar jaar hebben de zuilen van weleer zich op de borst geklopt dat ze de commerciële concurrenten, dankzij de nieuwe zenderprofilering, in het defensief hadden gedrongen. Maar die rust is van korte duur geweest. Op een nieuwjaarsreceptie heeft voorzitter Hagoort van de Nederlandse Publieke Omroep (NPO) gisteren een noodklokje geluid.

Hagoort is bang dat het mediapark onbestuurbaar wordt als er nieuwe zendgemachtigden binnenkomen. GeenStijl, dierenomroep Piep! en zeven andere kandidaten proberen een plaatsje te veroveren door voor 1 april meer dan 50.000 leden in te schrijven. Moeilijk is dat niet. Een Nederlander is al voor de prijs van twee haringen lid van een omroep. „Als we niet oppassen, dreigt bestuurlijke chaos”, waarschuwde Hagoort. Volgens hem is de keuze helder. Of de deuren gaan dicht voor aspirant-omroepen. Of het bestel blijft openstaan voor nieuwkomers, maar dan moet het ook mogelijk zijn via de achterdeur afscheid te nemen van oudgedienden. „Eigenlijk heb je aan tien omroepen al genoeg om het hele Nederlandse publiek te bedienen”, aldus Hagoort.

Zijn vrees voor een bestuurlijk infarct is terecht. Maar die grens van tien is geflatteerd. Eén omroep is al genoeg. Daarmee zijn natuurlijk niet alle vragen beantwoord. De organisatie van die ene publiek gefinancierde omroep kan worden opgetuigd naar Brits of Vlaams model. Die ene omroep kan wel of geen sport en reclame uitzenden op twee of meer zenders. Maar uitgangspunt is dat het publieke domein niet tientallen quasipublieke clubs, maar slechts één publieke omroep met belastinggeld faciliteert. En wel omdat het in het algemeen belang is dat kijker en luisteraar worden voorzien van maatschappelijk broodnodige, maar commercieel niet renderende actuele en culturele informatie.

Die benadering is niet alleen principieel maar ook praktisch. De publieke omroep gooit de netten steeds verder uit. Ooit was alleen de gids (of bode), die openbare programmagegevens mocht monopoliseren, branchevreemd. In het tijdperk van mobiele telefonie en internet zijn de publieke omroepen echter hybride concerns geworden die dankzij staatssteun op vele markten een voorsprong kunnen nemen op private concurrenten. Eurocommissaris Kroes (Mededinging) heeft de publieke omroep daarom op de korrel.

Doel en middel van de publieke omroep moeten dan ook opnieuw worden gedefinieerd. De ervaring in Nederland leert dat de uitkomst daarvan vaak niet bevredigend is. Maar over één ding zouden kabinet en parlement het toch eens moeten kunnen worden, nu er wederom nieuwe clubs publieke zendtijd claimen. De huidige Omroepwet, die wel wat meer voorwaarden stelt aan zendgemachtigden dan alleen een minimum aantal leden, moet strikt worden gehandhaafd. De omroep die niet aan de eisen voldoet, moet geen zendtijd krijgen. Of die al driekwart eeuw bestaat of pas een paar maanden. De publieke omroep is een publiek goed en mag dus niet van binnenuit worden uitgehold.