Dit is een artikel uit het NRC-archief De artikelen in het archief zijn met behulp van geautomatiseerde technieken voorzien van metadata die de inhoud beschrijven. De resultaten van deze technieken zijn niet altijd correct, we werken aan verbetering. Meer informatie.
Bekijk hele krant

NRC Handelsblad

Wintersporten

Schaatsen en schrijven

Journalisten waren ooit ook topsporters. NRC-redacteur Foeke Libbe Tjalma deed mee aan de allereerste Elfstedentocht in 1909.

Deelnemers en bestuur na de eerste Elfstedentocht in januari 1909. Foto Spaarnestad Schaatsen, Elfstedentocht 2 januari 1909. De deelnemers en bestuur na de allereerste Elfstedentocht, (nummer 5) de winnaar Minne Hoekstra (nummer 6) uit Warga, Gerlof van der Leij uit Marrum werd 2e, en Tiete Solke Roozenboom (nummer 7) uit Amsterdam werd 3e. Op de voorgrond het bestuur van de IJsbond, vlnr: G.W.Koopmans, voorzitter S.H. Hielkema, penningmeester J.D. van der Plaats, en secretaris J. Lucardi. Nederland, Leeuwarden, 2 januari 1909.
Deelnemers en bestuur na de eerste Elfstedentocht in januari 1909. Foto Spaarnestad Schaatsen, Elfstedentocht 2 januari 1909. De deelnemers en bestuur na de allereerste Elfstedentocht, (nummer 5) de winnaar Minne Hoekstra (nummer 6) uit Warga, Gerlof van der Leij uit Marrum werd 2e, en Tiete Solke Roozenboom (nummer 7) uit Amsterdam werd 3e. Op de voorgrond het bestuur van de IJsbond, vlnr: G.W.Koopmans, voorzitter S.H. Hielkema, penningmeester J.D. van der Plaats, en secretaris J. Lucardi. Nederland, Leeuwarden, 2 januari 1909.

In 1909 stapte NRC-journalist en schaatser Foeke Libbe Tjalma even van het Elfstedenijs. Bij Bolsward schreef hij een verslag, dat hij doorbelde naar de krant. In de NRC-avondeditie viel te lezen wat Tjalma’s kennersoog had waargenomen tijdens die allereerste Elfstedentocht, die nu precies een eeuw geleden werd verreden.

Over de latere nummer twee, de 21-jarige boerenzoon Gerlof van der Leij, schreef Tjalma: „Hij rijdt een beetje stijf, met vrij korte slagen, maar (hij) bleek bewonderenswaardig taai. Ook was hij heel pienter; op een bochtige vaart nam hij met economische zin, als het een beetje kon om de toestand van het ijs, altijd de binnenkant van de bochten, terwijl de anderen daar in het geheel niet op letten.”

Het verhaal van Foeke Tjalma (1869-1943) staat beschreven in het nieuwe boek van schaatshistoricus Johannes Lolkama (71), It sil heve, dat ter gelegenheid van het 100-jarig jubileum van de Vereniging De Friesche Elf Steden is verschenen. Acht jaar werkte Lolkama aan het boek, waarin hij vooral de belevenissen van de ‘gewone man en vrouw’ belicht. Via via wist de schaatshistoricus de inmiddels bejaarde kleinzoon van journalist Tjalma te achterhalen. „Hij bleek in Oosterbeek te wonen en had thuis nog een soort archiefkist met allerlei medailles en andere spullen van zijn opa.” Van 1901 tot aan zijn pensioen in 1933 werkte Tjalma bij de Nieuwe Rotterdamse Courant. Hij schreef boekrecensies en was ook landbouwspecialist. Maar vooral ook was hij topsporter: een wonderlijke combinatie, die eind negentiende eeuw niet ongewoon was. Sportjournalist Jan Feith van het Algemeen Handelsblad bijvoorbeeld was een getalenteerd schaatser en wielrenner. In 1909 reed hij de laatste 140 kilometer van de Elfstedentocht mee met de koplopers. De latere Telegraaf-hoofdredacteur Christiaan Schröder, een begenadigd cricketspeler, was ook schaatsfanaat. Hij verdwaalde overigens bij de tocht van 1909 op een mistig Slotermeer.

De geboren Fries Tjalma beoefende behalve schaatsen ook kaatsen, turnen, zeilen en wielrennen. Hij won een wegwedstrijd in Balk en werd kampioen kortebaanschaatsen (sprint van 160 meter) in Leeuwarden en haalde ook als turner prijzen. In 1889 en 1890 deed hij mee aan het WK schaatsen in Amsterdam. Op de halve mijl, een verlengde sprint, verloor hij toen nipt van de Duitser Fritz Ahrend. Ook in 1912 en 1917 schaatste hij delen van de Elfstedentocht. Tjalma kon niet vermoeden dat de Elfstedentocht in de verre toekomst mythische proporties zou aannemen. Schaatshistoricus Lolkama: „Friesland was het land van de kortebaan. Veel mensen vonden het compleet gekkenwerk om 200 kilometer te schaatsen.”

Toch voorzag journalist Tjalma wel dat de Elfstedentocht tot een mooie traditie zou kunnen uitgroeien. „Ik heb de indruk dat het publiek, dat vooraf een beetje het hoofd had geschud, zich al verzoend heeft met de gedachte dat de tocht, elke winter waarin dat wegens ijs mogelijk zal zijn, verreden zal worden. Aan deelnemers zou het niet ontbreken.”

Karin de Mik