Werkloos, berooid en terug naar Mexico

De economische crisis heeft ook Mexico in zijn greep. Dit jaar krimpt de economie van het olieland, dat voor zijn export vrijwel helemaal afhankelijk is van de Verenigde Staten. En migranten keren terug.

Verkopers bij de piramide van de Zon bij Teotihuacan, 60 km boven Mexico-stad. Foto Reuters Two vendors sit near the pyramid of the Sun at Teotihuacan 60km (36 miles) north of Mexico City, in this March 9, 2004 photo. Deep under the huge Pyramid of the Sun north of Mexico City, physicists are installing a device to detect "muons," sub-atomic particles left over when cosmic rays hit earth. The particles pass through solid objects, leaving tiny traces which the detector will measure, like an X-ray machine, in a search for burial chambers inside the monolith. REUTERS/Daniel Aguilar/FEATURE MEXICO-ARCHEOLOGY DA/HB
Verkopers bij de piramide van de Zon bij Teotihuacan, 60 km boven Mexico-stad. Foto Reuters Two vendors sit near the pyramid of the Sun at Teotihuacan 60km (36 miles) north of Mexico City, in this March 9, 2004 photo. Deep under the huge Pyramid of the Sun north of Mexico City, physicists are installing a device to detect "muons," sub-atomic particles left over when cosmic rays hit earth. The particles pass through solid objects, leaving tiny traces which the detector will measure, like an X-ray machine, in a search for burial chambers inside the monolith. REUTERS/Daniel Aguilar/FEATURE MEXICO-ARCHEOLOGY DA/HB REUTERS

Ook voor Alberto González sloeg de economische crisis in alle hevigheid toe. Hij is een van de tientallen dagloners die zich elke werkdag verzamelen bij het Zócalo, het centrale plein van Mexico-Stad. Langs de hekken van de kathedraal wachten zij om opgepikt te worden voor een dag zwart klussen. Hun tas met gereedschap stallen ze voor zich uit, er bovenop een bordje met hun specialisme: loodgieter, metselaar, schilder, timmerman.

González had elke dag werk. Dat was tot enkele maanden geleden. Nu zit hij om half vier ’s middags nog te wachten. Kleine kans dat er zo laat nog een opdrachtgever komt, zegt hij. Zijn meegebrachte familiefles cola is al voor meer dan de helft op, de inhoud lauw geworden in de felle zon. In ruil voor een koud blikje frisdrank wil de klusjesman wel vertellen wat de economische crisis voor hem inhoudt. „Normaal verdiende ik ongeveer 100 peso’s (5,45 euro) per dag. Nu word ik amper opgepikt. Een, soms twee keer per week. En altijd korte klussen, soms maar voor een halve dag. Het valt niet mee.”

In Mexico werkt naar schatting 40 procent van de beroepsbevolking net als Alberto González in de informele, niet geregistreerde economie. Al hebben zij zelden een bankrekening, laat staan een hypotheek, betalen ze geen inkomstenbelasting en biedt de overheid hun geen sociaal vangnet – ook voor hen werd de Amerikaanse hypotheekcrisis die uitgroeide tot een mondiale crisis dagelijkse realiteit.

Mexico is economisch nauw verbonden met de Verenigde Staten (bijna alle export, 82 procent, gaat er naartoe). Mexico lijdt mee nu het buurland in een ernstige recessie is geraakt. Door de ingestorte olieprijzen (Mexico is een grote olieproducent) en teruglopende vraag naar uitvoerproducten – beide in gang gezet door de economische neergang in de Verenigde Staten – liep in oktober het handelstekort op tot 2,7 miljard dollar, het hoogste in 17 jaar.

In Mexico zelf zorgen Amerikaanse bedrijven voor veel werkgelegenheid met de assemblagefabrieken die ze er hebben. Nu worden productiestops afgekondigd, vooral in de textielindustrie en de auto-industrie. In 2009, voorspelde het nationale planbureau IMEF in december, zal de Mexicaanse economie krimpen, met 1 procent.

Ook Carlos („Nee, geen achternaam in de krant”), die snoep, sigaretten en nootjes verkoopt in de uitgaansbuurt Zona Rosa, voelt de crisis. Normaal heeft hij op een dag een omzet van duizend peso’s. Nu is dat nog geen derde, schat hij. Hij knijpt in de lege sloffen die hij in zijn kraampje heeft uitgestald. „Normaal waren die allemaal vol. Nu kan ik het me niet veroorloven zoveel voorraad te houden”.

„De onzekerheid is groot”, beaamt Carlos Alba, econoom aan het Colegio de México die onderzoek doet naar de informele sector. Marktkooplui, straatverkopers en handelaren in piratendvd’s en-cd’s verliezen klandizie, zegt hij. De middenklasse en lagere klassen worstelen met de afbetaling van hun creditcardschulden of met de leningen die ze afsloten bij winkels die elektronica, witgoed en andere luxeartikelen op de pof verkopen. Alba: „Iedereen let nu op zijn uitgaven.”

Dagloner González kan dat bevestigen: „Mensen met echt veel geld kiezen voor een professionele aannemer en een architect. Mijn klanten komen uit de middenklasse, soms de lagere klassen.” En het zijn juist deze groepen die het de afgelopen tijd als eerste moeilijk kregen.

González’ eigen vrouw, bijvoorbeeld, was huishoudster bij een middenklassefamilie. Zij werd deze zomer ontslagen. Ze moeten nu geld lenen van familieleden. Als González weer opdrachten heeft gehad, kan hij het terugbetalen. „Zo redden we het. Maar het houdt een keer op”, zegt hij.

Snoepverkoper Carlos geeft ook de overheid de schuld van de crisis. Zijn vrouw had ook een kraampje, vertelt hij, maar zij werd vorig jaar door de autoriteiten weggestuurd. Carlos heeft geen goed woord over voor het stadsbestuur, vandaar dat hij niet met zijn achternaam in de krant wil. Ook de chauffeurs van clandestiene passagiersbusjes worden nu op veel plekken niet meer gedoogd, waardoor het rustiger is geworden in zijn buurt, zegt hij. „Al hun regels doen ons de das om”, moppert Carlos.

Ook het gezin van Carlos („Vijf kinderen”) bezuinigt, vooral op luxere zaken. Hij pakt zijn horloge van een plankje. „Kapot. Normaal had ik het allang laten maken.” Als de crisis voortduurt, hebben ze nog reserves. Uit een verfrommeld mapje haalt hij een geplastificeerd kentekenbewijs. „Een Ford Escort uit 1993. Daar vang ik nog wel wat voor.”

Mexico’s informele sector is zo omvangrijk geworden door de snelle bevolkingstoename, legt econoom Alba uit. Vooral in de hoofdstad, die de afgelopen eeuw onstuimig groeide tot ruim 20 miljoen inwoners. Tijdens vorige recessies, begin jaren tachtig en midden jaren negentig, versnelde de groei van de informele sector. Alba: „Het is traditioneel een van de uitwijkopties in Mexico om te overleven in tijden van crisis. Net als migreren naar de VS, maar dat is nu veel minder aantrekkelijk geworden door de recessie daar.”

De Mexicaanse kranten staan vol met berichten over landgenoten die werkloos terugkeren uit de de VS. Van de naar schatting 10 miljoen Mexicanen die geëmigreerd zijn naar het rijke buurland, werkt ongeveer 30 procent in de bouw. Toen vanaf 2006 de Amerikaanse huizenbouw instortte, verloren zij als eersten hun werk. In Mexico werd dit meteen merkbaar doordat er minder geld naar huis gestuurd kon worden.

Het bleek een voorproefje van wat er in 2008 zou gebeuren. In de VS vindt nu niet alleen de Mexicaanse bouwvakker, maar ook de bordenwasser, fruitplukker of schoonmaker moeilijk werk. Vorig jaar stuurden zij voor het eerst minder geld op naar hun familie: 17 miljard dollar in de eerste negen maanden van 2008, een krimp van bijna 4 procent.

Ook dagloner Alberto González heeft een zoon in de VS. „Die verdient 300 dollar per week, zegt hij. Maar de laatste tijd stuurt hij niets meer op. Hij zegt dat hij te veel vaste lasten heeft.” Zijn zoon heeft dus ook last van de crisis? Welnee, schudt González lachend het hoofd, en hij brengt een denkbeeldige fles naar zijn mond.

Volgens econoom Alba is het nog te vroeg om nu al te concluderen dat de Mexicanen die terugkeren, ook zullen blijven. „Er komen er altijd veel terug voor de feestdagen. Pas in de loop van dit jaar valt te zeggen of ze niet meer naar de VS teruggaan.” Mexicanen die zonder de juiste papieren in de VS werken, zullen zich volgens hem wel twee keer bedenken voor ze remigreren. „Die blijven wel in de VS, waar je met één uur werken nog steeds evenveel verdient als in Mexico in één dag”, zegt hij.

Voor Mexico zal veel afhangen of straks onder de Amerikaanse president Obama de economie herstelt, zegt Alba. „En van de reactie van de Mexicaanse regering zelf.” Die wil met grootscheepse investeringen in de infrastructuur de economie op gang houden. Mexico heeft reserves, zegt hij. De begroting is afhankelijk van de olieproductie (3,5 miljoen vaten ruwe olie per dag), die in handen is van het staatsbedrijf Pemex. „De regering is zo slim geweest om voor 2009 een minimumprijs van 70 dollar af te spreken met de [voornamelijk Amerikaanse] afnemers, waardoor zij minder last heeft van de ingestorte olieprijzen.”

Alberto González weet niet of de regering veel kan doen. Zelf zou hij nooit voor de overheid willen werken. Hij wijst naar een stel tieners die voor de plantsoendienst van de stad de perkjes rondom het plein aanschoffelen. „Weet je wel wat zij verdienen? Hoogstens 1.100 peso’s per quincena (60 euro per halve maand). En dan moet de belasting er nog af.”

Het is ook de vraag of hij werk zou krijgen, zegt hij. Toen hij twintig was, werkte hij voor het laatst voor een baas. „Werkgevers nemen alleen jongeren aan. Ik ben bijna zestig, te oud.”