We doen wat anderen doen, dat voelt zo veilig

Irrationele overwegingen spelen een grote rol in het nemen van besluiten. Niet alleen bij beleggers, ook bij de top van bedrijven.

Gedragseconoom De Bondt legt het fenomeen uit.

Werner De Bondt verblijft al meer dan een kwart eeuw in de VS. Maar onlangs was de 52-jarige Belg enkele dagen te gast op de Erasmus Universiteit in Rotterdam om een promotie bij te wonen. De Bondt is professor economie aan DePaul University in Chicago en wordt al jaren gezien als een geestelijke vader van behavioral finance, een wetenschapstak die het verband legt tussen economie en psychologie.

In 1985 publiceerde De Bondt met zijn mentor Richard Thaler een veel geciteerde verhandeling waarin empirisch werd aangetoond dat de doorsneebelegger allerminst rationeel denkt en handelt. Zo worden we vaak gedreven door kuddegedrag. Fondsen die goed presteren, zijn meestal duur omdat iedereen die wil hebben.

Ten onrechte, zegt De Bondt. „Als je sinds 1926 de fondsen van ondernemingen had gekocht waarover de analisten negatief oordeelden, die dus niemand wou hebben en erg goedkoop waren, zou je elke jaar 8 procentpunten beter hebben gepresteerd dan wanneer je de winnaars had gekocht.”

Beleggers kopen vooral bij hoge koersen en verkopen bij lage koersen. In het eerste geval worden ze geleid door overdreven optimisme. In het andere geval zijn ze pessimistisch en willen ze er zo snel mogelijk van af.

Traditionele economen verliezen vaak die menselijke factor uit het oog. In behavioral finance worden beleggers, bankiers en topmanagers niet als koele cijferaars beschouwd, maar als mensen die onlogische inschattingen maken met irrationele gedragspatronen tot gevolg.

Heeft de financiële crisis u verrast?

„Het heeft iedereen verrast. Er was een mogelijkheid dat een dergelijke crisis stond te gebeuren, maar de omvang heeft iedereen verbaasd.”

Waarom?

„Ik zie vier oorzaken. Een: er was een lage rente en het geloof dat je in vastgoed veel geld kan verdienen. Twee: er waren erg veel spelers actief, van ontwikkelaars van hypothecaire leningen die werden herverpakt in andere beleggingen, tot bankiers, effecten- en obligatiehandelaars die er een rationeel belang bij hadden om de zeepbel op te blazen. Drie: er was een manifest gebrek aan regulering, we zaten met een parallel bancair systeem [waarin producten een eigen leven gingen leiden buiten de balans van de bank] dat onvoldoende gecontroleerd werd. Vier: het statistische risicomodel dat de bankiers gebruikten, klopte niet. Dit model erkende niet dat extreme situaties zich nu en dan kunnen voordoen.”

Hebben we de financiële crisis vooral aan onszelf te wijten?

„Niet de gebeurtenissen zelf zijn van belang, maar de menselijke reactie op die gebeurtenissen. Uiteindelijk komt alles neer op de wijze waarop mensen een oordeel vormen over iets – de quality of judgement. Als je wilt weten hoe mensen tot beslissingen komen, dan is het nuttig om die processen onder de loep te nemen. Dat is de kern van behavioral finance.”

Maken we fouten doordat we ons eerder door intuïtie en emotie laten leiden dan door rationele overwegingen?

„Absoluut. De mens is een work in progress. Alle wetenschappelijk bewijs toont ons dat er zeer systematische afwijkingen zijn tussen wat het koele, rationele denken ons voorschotelt en hoe mensen zich in werkelijkheid gedragen. In de meeste gevallen doen we wat we doen goed, maar de manier waarop ons brein werkt en de manier waarop we beslissingen nemen leidt ons soms naar voorspelbare fouten. ”

Zoals?

„Mensen zijn van nature geneigd om te doen wat ze de meeste anderen zien doen. Dat geeft hen een vals gevoel van veiligheid. Als veel mensen in vastgoed investeren, denken anderen dat het goed is hun voorbeeld te volgen. Zo ontstaat een vorm van irreëel optimisme. Dit leidt tot wishful thinking. Tot de realiteit de hype achterhaalt en de zeepbel barst.”

Worden mensen niet vooral gedreven door eigenbelang?

„De cruciale vraag is hoe mensen dit eigenbelang definiëren. Zelfs de terroristen die zich met vliegtuigen in de WTC-torens boorden, deden dit omdat ze dachten dat het goed was voor de eigen zaak. Ook de werknemers van grote Amerikaanse financiële instellingen die besmette kredieten uitschreven, deden dit omdat het goed was voor hun loopbaan. Je kunt de loketbediende van Citibank of Fortis niet verwijten dat hij hebzuchtig was. Bij de mensen aan de top was er sprake van schuldige nalatigheid. Er was op zich niets verkeerd met de financiële instrumenten die op de markt kwamen. Wel met de manier waarop de top daarmee omging. Die nam daarmee enorme risico’s.”

Mensen zijn geneigd grotere risico’s te nemen als er erg veel geld op het spel staat, zo blijkt.

„Als je succesvol bent en massa’s geld hebt verdiend, voelt dit aan als speelgoedgeld. Het is alsof je een casino binnenwandelt, 20 cent in de gokmachine steekt en er 1.000 euro komt uitgerold. Dit zal je gedrag voor de rest van de avond beïnvloeden. Je zult sneller bereid zijn om risico’s te nemen. Een ander fenomeen is wat we het Jérôme Kerviel-of Nick Leeson-syndroom noemen. Als je grote verliezen hebt gemaakt en er doet zich een gelegenheid voor waarbij je theoretisch gezien de teller terug op nul kan zetten, zal je die kans niet lagen liggen, zelfs als je daardoor nog meer kan verliezen.”

Geldt dit ook voor topbestuurders die met grote bedragen omgaan?

„Er zijn aanwijzingen dat bestuurders in het bedrijfsleven grotere risico’s nemen als het hun voor de wind gaat. Er is in de literatuur ook zoiets als de escalation of commitment: als mensen een of meerdere beslissingen hebben genomen die hun veel geld hebben gekost, kunnen zij weigeren van koers te veranderen omdat ze vinden dat het project niet alle kans kreeg. Het is een beetje zoals bij de inval in Irak: er zijn zo veel Amerikaanse soldaten gesneuveld, stierven zij dan voor niets? Moeten we ons nu terugtrekken en dit alles vergeten? Dat kunnen we niet doen, we moeten het probleem te gronde aanpakken.”

Is er een theorie denkbaar die ons de mogelijkheid geeft de uitwassen van financiële crises beter te bestrijden?

„De reële wereld is ongelooflijk complex. Einstein zei dat God alle gemakkelijke problemen aan de fysici en chemici heeft overgelaten. Hij had groot gelijk. Als ik de zwaartekracht bestudeer heb ik slechts twee of drie variabelen nodig om het fenomeen voor 99,99 procent te verklaren. Sociale processen zijn veel ingewikkelder. Het aantrekkelijke van behavioral finance is dat ze verifieerbaar is. Als we een stelling willen bewijzen testen we die, we experimenteren. Dit creëert een discipline die zeer ongewoon is voor de economische wetenschap. Wat we doen is ook veel fascinerender dan logische deductie of mathematisch bewijs op papier.”

Welke rol moet de overheid spelen?

„In de jaren dertig was er een bijna magisch geloof dat overheden een verschil konden maken. Sturing van de economie door de overheid was nooit uitgeprobeerd. Terwijl de gemiddelde burger vandaag even cynisch is over politici als over bedrijfsleiders. In die zin is er erg veel kapitaal verloren gegaan.”

Welke conclusie levert dat op?

„Kapitalisme is gaan teren op een traditie waarin sommige mensen aan de top niet meer lijken te begrijpen wat het algemene belang is. Als mensen daarover cynisch worden, gaan we de verkeerde kant op. Dat fenomeen is ook in behavioral finance bestudeerd. Als ik ervan overtuigd ben dat andere mensen de omgeving vervuilen, zal ik sneller geneigd zijn mijn afval op straat te gooien. Als ik denk dat anderen mij niet vertrouwen, waarom zou ik hen dan nog vertrouwen? Wat mensen doen, hangt in grote mate af van wat zij denken dat andere mensen doen. Dat is een reden waarom leiderschap belangrijk is. Elke echte leider is een morele leider, hij geeft het voorbeeld. Daar hebben we behoefte aan, ook in het bedrijfsleven.”