Tolerant toetje van glühwein

Ja nu moet-ie toch echt weg, die kerstboom. Overdag lijkt-ie al behoorlijk misplaatst maar ’s avonds gloeien en pinkelen die ouderwetse zilveren en gouden ballen zo leuk en dan denk je dromerige dingen van vrede en lichtjes. Gisteravond stond-ie heel leuk te pinkelen naast filosoof Tariq Ramadan op de televisie, die werd geïnterviewd door Joris Luyendijk in Wintergasten en die, Ramadan bedoel ik, liet zien wat subtiliteit kan betekenen. Sommige mensen schijnen zich heel kwaad te maken dat hij niet allerlei onomwonden standpunten inneemt zoals ‘het homohuwelijk moet kunnen’ en ‘de doodstraf is principieel verkeerd’, maar hij legde uit dat multiculturaliteit, of tolerantie, niet betekent dat je precies dezelfde standpunten hebt, maar dat je elkaar de ruimte laat om te leven zoals je wilt en te denken wat je wilt. Nu ja, het spreekt vanzelf, maar het moet toch steeds weer gezegd.

En daardoor leek die kerstboom van mij, pinkelend naast een overtuigde moslim, ineens heel multicultureel.

Begon ook meteen te denken wat je dan voor multicultureels zou kunnen eten. Eigenlijk is ‘fusion’ hét voorbeeld van tolerant eten; verschillende stijlen en streken door elkaar. Maar zolang er geen Tariq Ramadan van de keuken is opgestaan die met subtiele redeneringen, fluwelen stem en dito glimlach uitlegt dat dat nu juist precies is wat je moet doen, doe ik het niet. Het is toch alweer passé. Of eigenlijk: het heet geen fusion meer, we gebruiken gewoon allerlei dingen die we geleerd hebben van andere keukens als het ons uitkomt.

Hete pepertjes bijvoorbeeld. Maakte onlangs een recept van Rick Stein uit de nieuwe Delicious. dat neerkomt op glühwein met gedroogde chilivlokken, en dat dan als puddinkje, met gemberroom eroverheen. Heel winters en toch niet zo braaf als glühwein en room doen vermoeden. De peper geeft pit aan dit vriendelijke toetje, dat daarmee volmaakt bij Tariq Ramadan past. En bij de kerstboom.

Maar ook zonder kerstboom is er niets tegen hoor, integendeel, het is bepaald opwekkend om aan dit toetje te denken als je autoportieren vastgevroren zijn, je ruitenwisservloeistof op en in het hele land is er geen drupje meer te krijgen. Aan het eind van de dag ben je thuis en als je dit toetje gewoon even ’s avonds maakt (het is een werkje van niets) en het in de ijskast zet om op te stijven, wacht het je de volgende avond op, gloeiend en dieprood en warm en koel en – nu ja. Doe het gewoon maar, een dezer vriesdagen.

Giet de fles wijn in een pan, doe er de specerijen bij. Boen de sinaasappel zo goed mogelijk schoon en snijd de schil er in een dunne sliert vanaf. Zet op het vuur, breng tegen de kook aan en laat een kwartiertje trekken (maar niet koken) op een plaatje.

Leg de gelatineblaadjes te weken in koud water. Zeef de wijn, doe ‘m terug in de pan (het gas kan uit) en roer de suiker erbij. Knijp de geweekte gelatineblaadjes uit en roer die door de warme wijn, ze lossen meteen op. Verdeel de wijn over zes wijnglazen en zet die als de wijn wat is afgekoeld in de ijskast, minstens een uur of zes.

Voor het serveren de slagroom, gembersiroop en een snuif kaneel opkloppen tot lobbig. Wat stukjes gember fijnhakken. Op elk glas wijn een lepel kaneelgemberroom doen en daar de gehakte gember overheen.