Shakespeare voor beleggers

Regeringen zijn het niet gewend banken te besturen. Maar de Britse autoriteiten zijn de baas bij Royal Bank of Scotland en hun Amerikaanse collega’s hebben nu voor meer dan 300 miljard dollar aan belangen in hun bankensector. Hoe moeten en zullen zij die invloed aanwenden?

Het eerste principe zou moeten zijn: „Brevity is the soul of wit” (uit Shakespeares Hamlet, vrij vertaald: hou het kort). Chris Cox, voorzitter van de veel gehekelde Securities and Exchange Commission (de Amerikaanse beurswaakhond SEC), wees er in een recent artikel in The Wall Street Journal terecht op dat overheden moeten nadenken over de vraag hoe ze weer van hun beleggingen in financiële firma’s kunnen afkomen.

Hoe langer ze aan deze belangen vasthouden, des te waarschijnlijker is dat ze verstrikt raken in beleidsconflicten. Regeringen moeten banken aanmoedigen hen zo snel mogelijk uit te kopen.

De tweede stelregel zou moeten zijn dat ze het management in handen moeten leggen van een „pilot of very expert and approv’d allowance” (uit Shakespeares Othello, vrij vertaald: een buitengewoon kundig bestuurder). Nadat ze fundamentele richtlijnen voor hun beleggingen hebben uitgestippeld – en wellicht in ongenade gevallen topmannen hebben vervangen – moeten regeringen zich afzijdig houden, en niet proberen banken te dwingen de volledige daling van hun leenkosten aan klanten door te berekenen.

De uitzondering moet zijn wanneer banken misbruik maken van het belastinggeld dat zij nodig hadden om door de crisis heen te komen. De Britten hebben in dit opzicht helderder richtlijnen geformuleerd dan de Amerikaanse minister van Financiën Hank Paulson. Maar hoewel er sprake is van enige vaagheid, moet het niet al te moeilijk zijn om aan te geven wat echt niet kan totdat de belastingbetalers hun geld hebben teruggekregen: grote buitenlandse overnames, forse dividenduitkeringen en ongelimiteerde bonussen voor topbankiers.

Op de langere termijn moeten regeringen helemaal geen belangen in banken willen hebben, maar mikken op effectiever toezicht. Op dit punt is het essentieel geen „hare-brain’d Hotspur, govern’d by a spleen” te zijn (uit Shakespeares Henry IV, vrij vertaald: geen onbezonnenheid tentoon te spreiden). In plaats van zich vast te bijten in alles wat ingewikkeld of met kredieten gefinancierd lijkt, moeten wetgevers en toezichthouders hard werken aan de ontwikkeling van krachtiger, meer doelgerichte regels en effectievere preventie.

Zij moeten de financiering met geleend geld bij financiële firma’s nauwlettend in de gaten houden. Zij moeten overwegen toezicht te gaan uitoefenen op buiten de beurs om verhandelde derivaten.

Dat zal een ander beleidsmotto vergen: „Bristle thy courage up” (uit Shakespeares Henry V, vrij vertaald: toon moed). Er is jarenlang onderhandeld over de regels van het Basel-II akkoord voor bankkapitaal. En decennia van officiële erkenning hebben bepaalde kredietbeoordelaars een bevoorrechte positie gegeven. Radicale stappen zijn nodig. Het is minder waarschijnlijk dat dat nog zal gebeuren als de tijd de herinnering heeft doen vervagen en de banken hun financiën weer op orde hebben gekregen.

Vertaling Menno Grootveld

Voor meer commentaaruit Londen: www.breakingviews.com