Om het bestendigen van de dynastie

Als het gaat om het registreren van feest- en treurdagen van de koninklijke familie, is de NOS paraat, ook zonder Maartje van Weegen. Bij sensationele historische onthullingen werpen alle omroepen zich in de strijd. RTL Boulevard verzorgt de bewegende roddelpagina’s, ook qua royalty. Maar de rest van het vorstelijke speelveld wordt geclaimd door de EO, mede omdat verder niemand zich geroepen lijkt te voelen om de natie bewust te maken van haar verbondenheid met Oranje.

De wekelijkse rubriek Blauw bloed doet braaf maar degelijk verslag van de actualiteit rond de Europese vorstenhuizen en diept daarnaast aardige ditjes en datjes uit heden en verleden op.

Twee jaar geleden presenteerde de EO een grootscheepse vierdelige dramaserie over prinses Juliana. Waar die toen ophield bij de geboorte van prinses Beatrix (1938), pakte het eveneens vierdelige vervolg Juliana de draad gisteren weer op vlak voor de Duitse inval in 1940.

De beslissing van koningin Wilhelmina en haar familie om in ballingschap te gaan was van cruciaal historisch belang. Er zijn genoeg documenten die de toedracht beschrijven, maar het is ook zinnig om die in aantrekkelijke vorm voor een breed publiek toegankelijk te maken. Dat is precies wat de dramaserie doet.

Volgens het scenario van Sabine van den Eynden dwingt Wilhelmina (Ria Eimers) haar dochter in Londen tegen haar zin om door te reizen naar het veiliger Canada, want „het gaat om het bestendigen van de dynastie”. Daar begint ook de verwijdering tussen Juliana en Bernhard, en het politieke idealisme van de latere vorstin, mede onder invloed van de Amerikaanse First Lady Eleanor Roosevelt (Marisa van Eyle).

Er wordt soms wat stijfjes geacteerd in Juliana, maar zelden door Marieke de Kleine als Juliana en Hylke van Sprundel als Bernhard. Hun namen zijn tamelijk onbekend in de kleine wereld van de Nederlandse film- en televisiefictie, net als die van regisseur Robin Pera, die vooral afleveringen van de serie Costa! op zijn naam schreef. Aankleding en historische accuratesse zijn rijk en zorgvuldig, en de EO schuwt geen ongemakkelijke details: een kettingrokende kroonprinses, een miskraam in 1941, het overspel van Benno met zijn Little Squirrel in Londen.

Toon en vorm zijn wel traditioneel en weinig verrassend. De surprise is vooral dat relatieve buitenstaanders een ambachtelijk zo bevredigend resultaat weten te behalen. Ik heb weinig externe publiciteit waargenomen rond dit prestigeproject dat absoluut een functie vervult in het publieke bestel. In dit geval bewijst de EO meer dan ooit niet alleen zijn eigen achterban te bedienen.