Leve het papieren zakdoekje

Het gebeurde na een minuut of tien in Aboutalebs toespraak voor de Rotterdamse gemeenteraad. Als ze toen bij Leefbaar Rotterdam een beetje beter hadden opgelet, zouden ze hun gedram over die dubbele nationaliteit achterwege hebben kunnen laten.

Aboutaleb was verkouden en wat deed hij? Hij trok een papieren zakdoekje uit zijn jasje, snoot erin, borg het weer op en zei: „De griep slaat ook bij mij toe.’’

Een Hollandser gebaar had hij niet kunnen maken. Er zijn immers in deze tijd van het jaar nergens zó veel verkouden mensen als bij ons. Hier regeert niet koning Winter, maar keizer Snot. Kijk om u heen, ga bij uzelf te rade, en u begrijpt wat ik bedoel. Hoeveel mensen zeggen niet vertwijfeld: „Het duurt langer dan ooit, het lijkt wel of ik het niet meer kwijtraak.’’

De koningin gehoord tijdens haar kersttoespraak? Haar stem had het nasale timbre van de nog maar net overwonnen verkoudheid. Als ze een Nederlandse profvoetballer was geweest, had ze onbeschaamd haar wijsvinger tegen een neusvleugel gedrukt, terwijl de camera op haar gericht was. (Tip: kijk ’s winters nooit naar Studio Sport als je zit te eten.)

Naast mij in de trein ontspon zich onlangs een vreemd gesprek tussen twee samenwonende mannen. Beiden waren snipverkouden en om zich thuis allerlei extra wasjes te besparen, hadden ze kennelijk afgesproken niet te snuiten, maar ‘op te halen’. Dat ging om de beurt na iedere zin die ze uitspraken, een duet pathétique van verstopte neuzen, en het was niet te harden. (Mijn vrouw roept nu achter mij dat dit weer eens een ‘vies stukje’ wordt en dat ze het zal weigeren te lezen. Ook dat is typisch Nederlands: wegkijken, de problemen niet willen benoemen, vraag maar aan Marco Pastors.)

Zelf was ik net twee weken verkoudheid te boven en ik had die mannen daarom wel willen toeschreeuwen: „Hoesten of niezen? Zakdoek kiezen!’’ Dat was de slogan waarmee het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) vorig jaar een campagne begon ten faveure van de papieren zakdoekjes. Ze vonden die veel hygiënischer dan ‘de stoffen snotlap’, omdat je ze meteen kunt weggooien.

De bedoeling van het RIVM was goed, maar ik moet er wel enkele kanttekeningen bij plaatsen. Er zijn volle neuzen waartegen ook het papieren zakdoekje geen dam kan… (ik word even afgeleid door slaande deuren achter mij). Bovendien, hoe had een spreker als Aboutaleb zijn zakdoekje moeten weggooien? Hij had hooguit kunnen overwegen het in Pastors’ envelop voor de Marokkaanse koning te stoppen en aan Pastors te retourneren.

Toch zie ik een gouden toekomst voor het papieren zakdoekje als de verkoudheidsvirussen steeds hardnekkiger worden. De papieren krant zal misschien verdwijnen – hoewel ik dat ook nog moet zien – maar het papieren zakdoekje zal altijd blijven.

Misschien – lumineus idee! – biedt het papieren zakdoekje wel juist die lucratieve niche (niesj) waarnaar de krantenwereld zo naarstig zoekt. Als je het krantenpapier zo zacht maakt als een papieren zakdoekje, dan zou je er na (of al tijdens) lezing ook je neus in kunnen snuiten. Eén hele krant zou wel eens genoeg kunnen zijn voor een zware verkoudheid. En als het ergste achter de rug is, kan de neus worden afgeveegd met een column als deze.

Wat let ons?