'Laag salaris recherche schaadt opsporingswerk'

Het grote personeelstekort bij de nationale recherche beperkt de opsporing van de georganiseerde misdaad. Volgens korpschef Ruud Bik van het Korps landelijke politiediensten (KLPD), waaronder de nationale recherche valt, is dat „doodzonde”.

De oorzaak is volgens Bik het te lage salaris dat de rechercheurs krijgen. Hij vindt dat het salaris van rechercheurs van de Nederlandse politie met voorrang moet worden verhoogd.

Volgens een KLPD-woordvoerder zijn de brutosalarissen bij de recherche per 1 januari op basis van een 36-urige werkweek als volgt: een hoofdagent (schaal 7) verdient maximaal 2.850 euro, een brigadier (schaal 8) 3.240 euro en een inspecteur (schaal 9) 3.540 euro.

Op de in totaal 960 arbeidsplaatsen zijn er op dit moment 150 openstaande vacatures. Dat is veel te veel, constateert Bik. „Het verloop is 20 procent per jaar. Dat is doodzonde, want je kunt minder zaken draaien. We hebben er het afgelopen jaar 150 gedraaid. Ons doel was 180 zaken te behandelen.”

Door nieuwe doelstellingen van de nationale recherche is het werk intensiever geworden, aldus Bik. „Tot vorig jaar was de opsporing met name gericht op het pakken van individuele criminelen en kilo’s drugs. Nu is het de bedoeling dat hele criminele netwerken worden opgespoord, in kaart worden gebracht en worden uitgeschakeld. Ook brengen we hun geldstromen in kaart.”

Tot Biks teleurstelling stappen veel rechercheurs over naar het bedrijfsleven. Verder raakt hij mensen kwijt aan bijvoorbeeld de fiscale opsporingsdienst FIOD, omdat deze dienst beter betaalt. „Om rechercheurs te behouden, is het noodzakelijk ze goed te gaan belonen.”

Volgens een woordvoerster van het ministerie van Binnenlandse Zaken is een versnelde loonsverbetering niet aan de orde. De rechercheurs moeten wachten op een nieuw beloningssysteem dat voor de hele politie gaat gelden. Daar wordt nu aan gewerkt. (ANP)