'Kranten moeten sponsors vermelden bij kunstrecensies'

Journalisten moeten opener zijn over kunstsponsors, vindt museumdirecteur Benno Tempel. „De website en de catalogusprijs staan toch ook bij artikelen?”

Benno Tempel
Benno Tempel

Amsterdam, 6 jan. - „De pers moet een belangrijke bondgenoot worden van het museum bij het propageren van kunstsponsoring.” Dit heeft Benno Tempel, de nieuwe directeur van het Gemeentemuseum Den Haag, gisteren gezegd tijdens de nieuwjaarsreceptie van de Nederlandse Museumvereniging (NMV). Volgens Tempel, voormalig conservator van het Van Gogh Museum en de opvolger van Wim van Krimpen, moeten kranten voortaan in hun kunstrecensies de naam vermelden van de sponsor die een expositie, evenement of aankoop financieel heeft ondersteund.

Hoe komt u op dit idee?

„Dat heb ik al langer. De Nederlandse musea zijn zeer belangrijk, we hebben fantastische collecties die ook in het buitenland een grote betekenis hebben, maar op dit moment beginnen onze musea wel achter te lopen. Er is te weinig geld, terwijl sponsoring steeds belangrijker wordt voor musea. Dat komt omdat wij, in vergelijking met buitenlandse musea, kleine aankoopbudgetten hebben. Bovendien wil de overheid dat musea hun eigen broek ophouden. Dan zijn sponsors onmisbaar.”

Maar dat betekent toch nog niet dat het de taak moet worden van de journalistiek om in recensies te adverteren voor een sponsor?

„Als de overheid wil dat musea meer geld genereren, dan vind ik dat alle betrokken partijen mee moeten werken. Er moet iets veranderen in Nederland. De pers moet opener zijn over wie er geld geeft aan musea. Dat klinkt misschien niet al te sexy, maar het is voor de volledigheid wel noodzakelijk.”

Voor de volledigheid? Wat bedoelt u daarmee?

„Bij een kunstrecensie staat allerlei informatie. Zo wordt de website van een museum vermeld en staat er hoeveel de catalogus van een expositie kost. Waarom dan niet ook vermelden welk bedrijf een tentoonstelling financieel ondersteunt?

„In Engeland wordt zonder enig probleem in een recensie vermeldt dat een bedrijf als Unilever een bepaalde kunstenaar steunt. Maar in Nederland schrijven we alleen iets over een sponsor als er iets misgaat met de financiering, niet als het goed gaat.”

Toch maak je zo reclame en een krant is geen advertentieblad.

„Sponsoring is geen vorm van reclame. Als Shell ergens een advertentie plaatst, bereiken ze veel meer mensen dan wanneer ze het Van Goghmuseum ondersteunen. Sponsoring komt voort uit maatschappelijke betrokkenheid.”

Als het daarom gaat, hoef je het als bedrijf dus ook niet van de daken te schreeuwen dat je een museum steunt.

„Zo werkt het niet. Als de overheid het mogelijk maakt dat kinderen onder de twaalf gratis naar het museum kunnen, dan wordt dat ook op allerlei mogelijke manieren bekendgemaakt. In zo’n geval vindt niemand dat vreemd.”

U zegt dat de Rabobank de wielersport ondersteunt, maar dat dit in de kunst niet het geval is. Maar wij hebben toch ook bijvoorbeeld de Robeco Zomerconcerten?

„Ja, dat klopt, maar dat is op het gebied van de muziek. Maar in de museumwereld is dat anders. Bedrijven als Shell en ABN Amro sponsoren relatief veel, maar je merkt dat ze in Nederland tegen een calvinistische geest aanlopen. Het wordt niet sjiek gevonden om je naam aan een expositie te verbinden.”