Ik waardeer de manier waarop Wilders een punt maakt

Het kerstreces eindigt, het Binnenhof loopt zich warm.

Een serie interviews met jonge politici. Vandaag: Farshad Bashir van de SP.

Het eerste wat hem opviel in de Tweede Kamer was de felle toon. Dat was in de gemeenteraad van Leeuwarden wel anders, beweert de 20-jarige Farshad Bashir. In 2007 maakte hij daar nog deel van uit, als jongste raadslid van Nederland. „Die fellere toon bevalt me wel.”

In 2002, vijf jaar nadat hij vanuit Afghanistan met zijn ouders in Nederland aankwam, was Bashir al eens op bezoek geweest in de Tweede Kamer. Als lid van de ‘jargonbrigade’ zat hij op de publieke tribune, waar hij in een schriftje bijhield hoe Kamerleden zich uitdrukten. „Dat viel niet mee. Heldere, begrijpelijke taal bleek voor de meeste politici een te grote opgave.”

Heldere taal is niet Bashirs probleem. Dat bleek al voor hij begon als Tweede Kamerlid. Zo had hij Balkenende, Bush en Blair in een internetcolumn ‘oorlogshitsers’ genoemd. Ze zouden moeten terechtstaan voor een internationaal tribunaal. Op de avond van zijn beëdiging, op 15 januari vorig jaar, werd Bashir, het jongste Kamerlid ooit, in een televisie-uitzending met zijn uitspraken geconfronteerd.

„Ik kreeg direct een lesje in publieke kwetsbaarheid. Je moet je als Kamerlid verantwoorden voor alles wat je zegt. En dat is ook goed.”

Website GeenStijl.nl, die Bashir „een linkse lastpak” noemde, had de uitspraken opgerakeld. Opvallend genoeg noemt Bashir GeenStijl op zijn eigen website als een van zijn favoriete links. „GeenStijl wordt vaak in de rechterhoek geplaatst. Begrijpelijk, maar het is vooral ook grappig wat ze schrijven. Prikkelend. Net als Wilders eigenlijk. Bij de Algemene Politieke Beschouwingen heb ik echt om hem zitten lachen. Ik ben het zelden tot nooit met hem eens, maar ik waardeer de manier waarop hij zijn punt maakt. Daar kunnen andere politici van leren.”

De klachten over de verhardingen van het taalgebruik in de Tweede Kamer getuigen volgens Bashir van een versleten regentenmentaliteit. „Politici moeten hun eigen toon kiezen. Ze moeten daarvoor rekenschap afleggen aan hun kiezers, en aan niemand anders.”

Bashirs vader, die tijdens het communistisch bewind in Afghanistan journalist was voor het dagblad Anis, werd op zijn woorden afgerekend door de Afghaanse mujahedeen, die hem oppakten. Onder de Taliban wist hij uit de gevangenis te ontspannen. Hij kreeg politiek asiel in Nederland. „Ik was negen jaar oud. We belandden in het Friese Mantgum. Achteraf ben ik blij dat we in zo’n dorp zijn beland. Wij konden niets anders dan snel Nederlands leren. Meedraaien in de Nederlandse samenleving. En het lukte ook. Nederlanders kijken er nog wel eens van op als ik dit zeg, maar het is waar: de gastvrijheid van de Nederlanders hielp ook mee. Die staat me ook nog altijd goed bij.”

In de Tweede Kamer is Bashir nog aan het warmdraaien, momenteel onder hoede van Kamerlid Ewout Irrgang. Die voert binnen de fractie het woord over financiën. Bashir doet fiscale kwesties. „En daarom leek het me wel handig fiscaal recht te studeren.” Dat doet hij nu, aan de Universiteit Leiden. Bashir is gestopt met zijn studie wis- en natuurkunde aan de Groningse Universiteit. Hij en zijn vriendin hebben hun intrek genomen in een woning in Zoetermeer. „Ik heb het even geprobeerd, heen en weer reizen naar Friesland. Maar dan was ik, van deur tot deur, vier uur onderweg.”

Zijn „heftigste” moment in de eerste maanden van zijn Kamerlidmaatschap beleefde Bashir in de fractiekamer. „Toen Jan Marijnissen zijn afscheid aankondigde. Dat kwam voor de meesten onverwacht. Ook voor mij. Ik vond het mooi hoe hij het deed. Gewoon, direct voor de rondvraag. Open en duidelijk. Mensen werden erg emotioneel. Kort daarvoor hadden we nog gewoon vergaderd, alsof er niets aan de hand was.”

Niet Jan Marijnissen, maar Pim Fortuyn maakte hem politiek bewust. „In mijn eerste jaren in Nederland leek dit een a-politiek land. Ik keek ook nooit naar Den Haag Vandaag. Met mijn ouders luisterde ik naar een BBC-zender in het Perzisch, om de politiek in Afghanistan te volgen. Fortuyn veranderde dat, in één klap. Plotseling werd alles politiek om me heen; het onderwijs, de zorg, maar ook mijn eigen aanwezigheid in Nederland. Het was een interessante gewaarwording: ik was het niet met hem eens, maar zag in hem wel direct een politicus die tot de verbeelding spreekt.”

Met grote interesse volgt Bashir de debatten over de Nederlandse aanwezigheid in Afghanistan. „Wat me daarbij vooral opvalt, is het gebrek aan historisch besef. Het lijkt soms alsof mijn collega-Kamerleden helemaal niet weten hoe vaak, en door welke buitenlandse machten, al is geprobeerd Afghanistan te beheersen.”

Ook verwonderde Bashir zich, als nieuweling, over de „grote hoeveelheid zinloze moties.” Ook zijn eigen partij is daar niet vies van. „Ik begrijp het wel”, zegt Bashir.

Volgens hem zijn er drie soorten moties. Moties om het kabinet te overtuigen, en waar een parlementariër een meerderheid voor in de Kamer zoekt. Moties om andere partijen in verlegenheid te brengen. „Zoals wij soms punten uit het partijprogramma van de PvdA in een motie zetten, om hen bij stemming te dwingen kleur te bekennen.” En dan zijn er de kansloze moties, louter bedoeld om een statement te maken. „Die moet je ook kunnen inbrengen. Maar je moet er wel voorzichtig mee zijn. Bij veelvuldig gebruik treedt inflatie op. Dat dreigt nu, vooral door het gedrag van de PVV en de Partij voor de Dieren.”

Bashir zegt een politicus te willen worden die helder spreekt en tegelijk meerderheden voor elkaar weet te boksen. „Iemand die niet genoegen neemt met gelijk hebben, maar het ook wil krijgen.”