Hoeveel geld is er op de hele wereld in omloop?

Diederik Majoor uit Amsterdam vraagt zich af hoeveel geld er op de wereld is. Want, zegt hij, „ik wil wel eens weten om hoeveel nullen het gaat”, én omdat „de vraag volgens mij moeilijk te beantwoorden is, terwijl hij toch heel eenvoudig lijkt.”

Moeilijk is het zeker, blijkt na een belronde langs economen en instituten. Ze zeggen het antwoord niet te weten. „Het is voor een land al moeilijk uit te rekenen”, zegt emeritus hoogleraar monetaire economie Jacques Sijben aan de Universiteit van Tilburg. „Laat staan voor de hele wereld.” Ook het Internationaal Monetair Fonds (IMF) en De Nederlandsche Bank hebben geen bruikbare cijfers.

Dat is niet zo vreemd, legt economieredacteur Maarten Schinkel van NRC Handelsblad uit. „Er is geen duidelijke definitie van geld.” Meest logisch is volgens hem om de geldhoeveelheid te definiëren als al het geld dat op korte termijn opgenomen kan worden. Daartoe hoort dus niet geld dat een jaar vaststaat op een spaarrekening. En economen blijken niet zo geïnteresseerd in het berekenen van de wereldwijde geldhoeveelheid. Hoogleraar Sijben vraagt zich zelfs af waarom je dit überhaupt zou willen weten. „Stel het is zoveel biljoen en je weet dat. Wat héb je daar dan aan?”

De waarde van alle geproduceerde producten en diensten van de wereld bij elkaar opgeteld is wél te achterhalen, dit is het Gross World Product (GWP). Dit cijfer wordt elk jaar berekend door de Amerikaanse inlichtingendienst CIA in hun World Factbook. In 2007 was dit 65.600 miljard dollar, dus 65.600.000.000.000 dollar.

Om economieën draaiende te houden is een bepaalde geldhoeveelheid nodig. Die groeit ieder jaar, legt Sijben uit. „Economieën groeien, en dat moet worden betaald.”

Volgens Schinkel is de geldhoeveelheid vooral de laatste vijftien jaar fors toegenomen. En vooruit, hij wil wel een schatting doen. „Ik denk dat de geldhoeveelheid ergens rond het GWP ligt, met een beetje daarbij opgeteld.” Een getal van veertien cijfers dus. Daar moeten we het mee doen.