Groot onderzoek kunst uit nazi-tijd

Musea in Nederland beginnen dit jaar met een groot onderzoek naar hun kunstaankopen sinds 1933. In vier jaar tijd willen zij achterhalen welke kunstvoorwerpen al voor de Tweede Wereldoorlog door joodse verzamelaars zijn afgestaan.

Directeur Siebe Weide van de Nederlandse Museumvereniging maakte dit gisteren bekend. Vrijwel alle 440 musea die zijn aangesloten bij de Museumvereniging, waaronder ook privécollecties en provinciale musea, werken mee aan het onderzoek. Na afronding in 2013 publiceren zij een lijst met objecten waarover twijfel bestaat. Eventuele erfgenamen kunnen vervolgens aanspraak maken op deze werken. Het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen betaalt het onderzoek.

Tot nu toe richtte het onderzoek naar oorlogskunst, uitgevoerd door Bureau Herkomst Gezocht, zich op de periode 1940-1948. Maar ook in de periode 1933-1940 werden joodse families gedwongen hun kunst te koop aan te bieden, of lieten zij hun verzamelingen achter. De kans bestaat dus dat ook in niet door het Rijk gesubsidieerde musea schilderijen hangen van joodse herkomst. „Musea handelden te goeder trouw”, aldus Weide, „omdat ze niet wisten waar de aankopen vandaan kwamen.” Hij benadrukt dat de verantwoordelijkheid bij de musea ligt. „Zij moeten zelf hun collectie tegen het licht houden. De Museumvereniging staat buiten de claims.”

Weide denkt niet dat het onderzoek een nieuwe hausse aan claims zal opleveren. „Er is de afgelopen jaren al veel onderzoek verricht.” Ook Rudi Ekkart, hoofd van het Bureau Herkomst Gezocht, zei eerder in deze krant dat hij „geen leegloop bij de Nederlandse musea” verwacht. „In de periode na 1933 was het armoe troef in de Nederlandse kunstwereld. Als er al kunst uit die periode geclaimd zal worden, dan gaat het voornamelijk om particuliere schenkingen.” Volgens Ekkart willen de musea het hoofdstuk oorlogskunst graag afsluiten. „Maar dat kan alleen als je al het mogelijke gedaan hebt.”