'Geld verdienen is een spel, verliezen hoort daarbij'

Hij vond vroeger werken iets voor „dommen”, maar bouwde wel een keten kringloopwinkels op en werd rijk door de verkoop van de website Marktplaats. Nu doet hij in brandnetels.

Als je in de bijstand hebt gezeten, weet je dat geld gelukkig maakt, zegt Bob Crébas. Foto Bas Czerwinski 09-12-2008, Kraggenburg. Bob Crebas. Foto Bas Czerwinski
Als je in de bijstand hebt gezeten, weet je dat geld gelukkig maakt, zegt Bob Crébas. Foto Bas Czerwinski 09-12-2008, Kraggenburg. Bob Crebas. Foto Bas Czerwinski Czerwinski, Bas

In 2004 verkocht Bob Crébas (57) de website Marktplaats voor 224,5 miljoen euro aan het Amerikaanse internetbedrijf eBay. Hij hield er zelf 78,5 miljoen euro aan over. Daarvoor was hij al van alles geweest. Fabrieksarbeider, afwasser, milieuactivist, werkloos, ondernemer in kringloopwinkels, en toen was hij in één klap multimiljonair.

Hij investeert nu in brandnetels, waarvan hij kleren laat maken. Brennels, heet deze onderneming die hij samen met zijn vrouw en twee zonen voert. „Hoe voelt het als er brandnetels in je broek zitten? Daar kun je iets mee in de reclame.” En hij heeft midden in de Noordoostpolder bij het dorpje Kraggenburg een recreatiepark aangelegd. Er groeien velden vol brandnetels voor zijn kleren. Er is een bamboebos geplant. In een hoek van het park staat een Russische straaljager, een echte. Dat vond zijn zoon Frank leuk. En in het midden van het terrein liggen duinen met een strandje en een groot strandpaviljoen.

Crébas hoopt dat mensen in het „brandnetelbelevingspark” van de natuur genieten. Wat rondwandelen, zwemmen, eten, de teelt van brandnetels bekijken en dan de zon onder zien gaan in de polder. Zelf gaat hij zelden op vakantie. „Het is hier waanzinnig mooi. Waarom moet ik dan weg?”

Crébas geeft graag interviews. Iedere week, als het kan. Want dan kan hij zijn boodschap over duurzaamheid uitdragen. „Ik wil graag een bijdrage leveren aan een betere wereld.” Hij is even stil en grinnikt. „En ik heb natuurlijk een zaak die ik wil verkopen.”

Want hij wil ook geld verdienen. Het liefst veel geld. Daar is niets mis mee, zegt hij. „Geld is hartstikke belangrijk. Geld maakt wel gelukkig, dat weet je als je jaren in de bijstand hebt gezeten.” En als hij nu winst maakt, betekent het dat zijn zaken aanslaan. Zoals de stof van brandnetels, als milieuvriendelijk alternatief voor katoen. Luxegoederen, daar is hij niet in geïnteresseerd. Een nieuwe auto had hij ook niet nodig na de verkoop van Marktplaats. „Ik had net een Audi A6 gekocht.”

Pardon?

„Tja, ik wist toen niet dat een diesel slechter is voor het milieu dan een benzineauto. Daar heb ik me onvoldoende in verdiept. Ik dacht, een diesel, dat is lekker zuinig. Hij rijdt super.” Maar zich verdedigen doet hij niet. Kom zeg, hij is toch geen milieugoeroe die zich beter voelt dan een ander? „Ik ben geen kluizenaar op de hei. Ik sta midden in de maatschappij.”

Terug naar zijn brandnetelbusiness. In 2005 kwam hij in aanraking met de brandnetelkleren door een Duitse ondernemer. Die was er al een poosje mee bezig, maar had geen geld meer. De familie Crébas vond het een goed idee en stak er geld in.

Maar met die Duitser heeft hij nu ruzie. Hij heeft een rechtzaak tegen hem aangespannen. De man hield alles geheim, zegt Crébas. „Ik stak er geld in, maar mocht niets weten van het productieproces.” En toen bleek na tests ook nog dat er veel minder brandnetels in de stoffen zaten dan de man had gezegd. „Als hij dat gewoon eerlijk had gezegd, had ik het helemaal niet erg gevonden.”

Nu heeft Crébas zelf textielingenieurs en een professionele ontwerper in dienst genomen. Hij werkt met allerlei bedrijven samen. Zo doet de stoffenspinner van het bedrijf G-star in Turkije proeven met brandnetels. De proeflap bestaat nu voor dertig procent uit brandnetels. Meer is nog niet mogelijk.

Het park is in mei geopend en loopt aardig. Het restaurant wordt goed bezocht en in het weekend spelen er vaak bekende bandjes. Maar duurzaamheid verkoopt niet, zegt hij zelf. „Het heeft een negatief imago.” Zo bestaan er over biologisch voedsel volgens hem allerlei vooroordelen. „Duurder, vreemd en het ziet er niet uit.” En genieten, dat associëren mensen altijd met slechte dingen zoals roken en drinken, zegt hij.

Dan pakt hij een paar stukken spijkerstof in zijn kantoor in Kraggenburg. „Niets bijzonders aan te zien, toch?” Nee, antwoordt hij zelf, maar als mensen weten dat er brandnetels in verwerkt zijn, willen ze het ineens niet meer. Hij wijst naar een jurk van zijn merk Brennels. „Prachtig. Zie je toch ook niet aan dat er brandnetels in zitten?” Maar hoe omschreef een krant vervolgens kleding van duurzame kledingmerken? Als hobbezakken van brandnetels. Daar wordt hij zo pissig van. „We hebben mooie kleding, ontworpen door een vrouw die prijzen heeft gewonnen.” Maar ontwerpt ze kleren waar brandnetels in zitten, dan wordt ze afgezeken, verzucht hij.

Mensen willen geen kleren van brandnetels?

„We hebben een winkel in Arnhem. In het begin kwamen daar de echte milieuliefhebbers en die vonden het prachtig dat er brandnetels in de kleren zaten. Alleen kochten ze niks. Ze geven niks om mode en breien thuis hun eigen kleren. Toen kwamen de modeliefhebbers die de kleren wel apart vonden. Maar zij vragen zich vervolgens af of het wel trendy is. Inmiddels hebben we onze doelgroep ontdekt. Mensen die van wandelen houden en bijvoorbeeld country fairs bezoeken. Nu loopt het veel beter, maar we zijn niet voor de massa.”

Hoe wilt u het imago van duurzaamheid veranderen?

„ Misschien moeten we bij onze kleren helemaal niet zeggen dat er brandnetels inzitten. Neem het restaurant bij ons strandpaviljoen. Iedereen vindt de gerechten heerlijk. De meeste zijn gemaakt met biologische producten. Maar dat zeggen we niet. Nee, want dan verkoopt het veel minder. Een gedragswetenschapper gaat nu onderzoeken hoe we brandnetels kunnen verkopen.

„Wat betreft duurzaamheid loopt Nederland achter bij de rest van de wereld. Van de gebruikte energie in Nederland is slechts 2,5 procent duurzaam. Van alle landbouwgrond in Nederland werd in 2007 op slechts 2,5 procent biologisch geteeld.”

Hij vertelt over de bezetting van de Poldertoren in Emmeloord in 1980. De actievoerders protesteerden tegen de mogelijke komst van een kerncentrale in de Noordoostpolder. Hij was in die periode als werkloze tewerkgesteld en legde fietspaden aan in Marknesse. Werken was voor de dommen, vond Crébas toen. „Je moest vooral doen wat je leuk en belangrijk vond.” En actievoeren vond Crébas belangrijk. De radio, televisie, allemaal kwamen ze langs bij de Poldertoren. „Ik wilde zoveel mogelijk mensen bereiken. Toen ben ik allerlei reclame- en managementboeken gaan lezen om te leren hoe je mensen beïnvloedt.”

En, lukte dat, het beïnvloeden van mensen?

„Ik heb daarna als werkgelegenheidsproject een kringloopwinkel opgezet in Emmeloord. We haalden afval op, sorteerden dat en richtten er onze winkel mee in. En ondertussen moest ik met alle politieke partijen praten, voor het regelen van vergunningen, uitbreiden, subsidie, dat soort dingen. Dat ging heel goed. Bij de VVD was ik een liberale ondernemer. Bij het CDA was ik een rentmeester. Ik kan dat verkopen, want ik ben het allemaal.”

Dat klinkt niet echt positief. Een kameleon die mensen naar de mond praat.

„Vind ik niet. Ik wilde toch iets verkopen? Voor de VVD was ik ook echt een ondernemer. Maar ik richtte me vooral op het CDA. Dat was de heersende partij hier. Dat betekende een nette winkel, die lekker rook, op tijd open was en verzorgde spullen verkocht.”

De kringloopwinkel werd een succes en verschillende gemeentes vroegen Crébas bij hen ook een kringloopwinkel op te komen zetten. Het bedrijf Het Goed groeide. Eind jaren negentig telde het bedrijf ruim 350 werknemers en had het een heuse raad van commissarissen. „We hadden het heel druk.”

Terwijl werken voor de dommen was...

„Tja, ik kwam er toen wel achter dat dat niet zo is. Werken is heel belangrijk. Mensen willen nuttig zijn. Voor zichzelf, voor een ander: iedereen wil een bijdrage leveren.”

In 1999 kocht u voor zes ton, in guldens, de website Markplaats. Waardoor was u ervan overtuigd geraakt dat internet de toekomst was?

„Ons principe was heel eenvoudig. Mensen wilden hun overtollige spullen kwijt. Die haalden wij op, maakten we schoon en verkochten we. Maar toen konden mensen ineens hun spullen zelf op internet zetten in plaats van ze aan ons te geven. En als ik een ding heb geleerd uit al die managementboeken, is dat je de klanten moet volgen. Dus kochten we Marktplaats.”

Vijf jaar later verkocht u het voor een enorm bedrag aan eBay.

„We hadden geen grote drang om de zaak te verkopen, maar we waren wel altijd in gesprek met de concurrentie. De biedingen werden steeds hoger. Van 1 miljoen naar 30, naar 40, naar 100 miljoen.”

Geweldig, dacht u.

„Helemaal niet. Ik vond het niet genoeg. Dat was een heel simpele rekensom. Als ik 100 miljoen op de bank zet en ik krijg 5 procent rente, dan krijg ik elk jaar 5 miljoen euro. En onze winst was meer dan 5 miljoen euro. Toen kwam dat bod van die Amerikanen. Dat was zoveel geld. Toen hebben we het verkocht. Van dat geld konden we zoveel leuke dingen doen. En bovendien wil ik toch niet de rest van mijn leven blijven internetten.”

Een enorme verandering. Van werkloze milieuactivist die afgedankte spullen van de straat plukt naar een multimiljonair die in een Audi A6 rondrijdt en nooit meer hoeft te werken.

„Dat klopt. Het is een voordeel dat ik rijk ben, daardoor kun je van alles ondernemen. Maar ik heb ook geen enkele moeite met geld verliezen. Vorig jaar heb ik nog belegd in Fortis. Een half miljoen euro. Ik dacht dat ik winst zou maken. Dat ben ik kwijt.”

Speculeren heeft toch weinig te maken met de wereld verbeteren?

„Het heeft er niets mee te maken. Maar als belegger ben je ook betrokken bij de wereld. Ik beleg in de opkomende markten, en bijvoorbeeld Vietnam en Zuid-Afrika.”

Maar met dat geld dat u in Fortis stak, had u bijvoorbeeld ook een of ander drinkwaterproject in Kenia kunnen steunen.

„Dat doe ik ook. In dat soort dingen steek ik ook geld.”

Is de huidige economische crisis mede veroorzaakt door speculatie?

„Nou, dat denk ik niet. Eens in de zoveel tijd hebben we een economische crisis. Daar heeft speculeren niet zoveel mee te maken. Iedereen speculeert toch de hele dag? Als je naar school gaat speculeer je dat je met een diploma betere kansen hebt op een goede toekomst. Speculeren op de beurs is gewoon een spel. Geld verdienen is een spel, en verliezen hoort daar bij.”

Heeft de crisis misschien ook voordelen?

„Ja, er wordt minder gebruikt, minder verbrand. Het gebruik van grondstoffen, het energieverbruik, dat zal doelmatiger moeten worden. Dus daar liggen kansen. Voor de wereld, de economie, en voor ondernemers.”

Rectificatie / Gerectificeerd

Correcties en aanvullingen

Crébas

Bij het interview Geld verdienen is een spel, verliezen hoort daarbij (dinsdag 6 januari, pagina 15) is de geïnterviewde ten onrechte aangeduid als Bas Crébas. Zijn naam is Bob Crébas.