Gasruzie test voor de EU

De Europese Unie formuleerde in december enkele goede voornemens voor 2009. De Europese Commissie is van plan de betrekkingen met een aantal landen in Oost-Europa nauw aan te halen in de vorm van een nieuw ‘Oostelijk Partnerschap’. Een van die landen is Oekraïne. Dit initiatief moet leiden tot bijvoorbeeld meer energiezekerheid voor zowel de EU als haar oostelijke partners. Een maand eerder lanceerde de Commissie een ‘energiepakket’. Betere afspraken met energie producerende landen moeten ervoor zorgen dat de EU meer zekerheid over de leverantie krijgt en tot ‘energiesolidariteit’ tussen de lidstaten onderling.

Sneller dan gedacht wordt de haalbaarheid van deze mooie voornemens op de proef gesteld. Rusland wil meer geld voor zijn gas dan Oekraïne wil betalen en heeft daarom de levering aan dit buurland in het nieuwe jaar stopgezet.

Omdat het gas naar een aantal EU-lidstaten voor een belangrijk deel via Oekraïens grondgebied wordt getransporteerd, is het gevaar dat de toevoer ook naar deze landen stokt. Al was het maar omdat het niet louter eerlijke mannen zijn die in Oekraïne aan de gaskranen kunnen draaien. Voor die situatie ligt in de EU geen noodscenario klaar.

Tot nu toe lijkt van verminderde gastoevoer niet of weinig sprake. Toch zag Tsjechië, dat dit half jaar het voorzitterschap van de EU bekleedt, genoeg aanleiding voor spoedberaad, gisteren in Brussel. De Tsjechen hebben daar nog een extra reden voor. Tot de prioriteiten waarmee zij hun voorzitterschap kleur willen geven, en die ze vandaag officieel bekendmaken, behoort het aanhalen van de banden van de EU met Oost-Europese landen, waaronder Oekraïne.

Het conflict tussen Rusland en Oekraïne raakt zo rechtstreeks aan de belangen van de EU. Rusland is een belangrijke energieleverancier en Oekraïne een beoogde partner. Het voorzitterschap van Tsjechië wordt dus meteen behoorlijk op de proef gesteld.

Een commercieel conflict, zo noemen de Russen het en aangezien het om een ruzie over geld gaat, zal dit tot op zekere hoogte zeker waar zijn. Bedacht moet worden dat ook Rusland de gevolgen van de wereldwijde financiële crisis dagelijks ondervindt.

Maar bij energievraagstukken ontbreekt de politieke component zelden, en in dit geval is die er ook. De Russen herinneren zich goed hoe de Oekraïense president Joesjtsjenko onomwonden partij tegen hen koos in de oorlog die ze vorig jaar met Georgië voerden. Bovendien kijken zij argwanend naar de wens van Oekraïense politici om hun land lid te maken van de NAVO en de Europese Unie.

Tegelijk zijn het juist zijn eigen westerse aspiraties die Oekraïne ertoe zouden moeten aanzetten zich ook economisch ten opzichte van Rusland meer autonoom te gedragen. Zelfs als Oekraïne de prijs zou betalen die de Russen vragen, wordt nog niet de helft in rekening gebracht van wat elders in Europa voor het gas op tafel moet worden gelegd. Lonken naar het Westen én blijven hopen op goedkoper gas wegens oude Sovjetbanden, dat gaat niet. Oekraïne zal het gas een keer tegen marktconforme tarieven moeten gaan betalen.