Embedded = gecensureerd

Het is onzin dat militairen kritischer zouden schrijven over Uruzgan dan reguliere media. Want er zijn heus media die zich niet aan censuur onderwerpen, zegt Arnold Karskens.

Terecht stellen Henri Beunders en Jelena Buljac vast dat het grootste manco bij de berichtgeving uit de Afghaanse provincie Uruzgan de voorwaarde is dat journalisten die optrekken met de Nederlandse militairen onderhevig zijn aan het ‘embed-regiem’ (Opinie & Debat, 3 januari). Maar merkwaardig genoeg ontbreekt in hun betoog het woord ‘censuur’. En dat het vrijwillig wordt aanvaard. Een wettelijke basis daarvoor ontbreekt namelijk zolang Nederland niet officieel in oorlog is.

Met hun toezegging verplichten de ‘embeds’ zich niets te schrijven wat de veiligheid van de troepen in gevaar brengt. Maar ze gaan ook akkoord met het rekbare begrip ‘de operatie niet te compromitteren’. Dus embedded journalisten zwijgen over wetenswaardigheden als de deelname van Nederlandse militairen aan Amerikaanse missies in het kader van Operation Enduring Freedom. Van hun hand verschijnt nimmer een woord over de bombardementen door Nederlandse troepen, zoals op Chora in juni 2007 die zelfs volgens een ISAF-commandant ‘in strijd met het oorlogsrecht’ was. Sterker: de embed-media hebben nooit één foto getoond van een verwoest huis door een ISAF-bombardement in Uruzgan. Nimmer is door embed-journalisten een geval van mensenrechtenschendingen daadwerkelijk onderzocht. Kortom, embeds lappen de Code van Bordeaux, over journalistieke werkwijze, regel 1: ‘Eerbied voor waarheid en voor het recht van het publiek op waarheid is de eerste plicht van de journalist’, aan hun laars.

Mijn grootste kritiek op Beunders en Buljac is dat ze als academici die vrijwillige censuur niet expliciet afkeuren. Daarvoor ontbreekt waarschijnlijk de moed omdat ze dan alle journaals en bijna alle kranten in Nederland aanklagen. Evenmin verwerpen ze de mediastilte rond burgerdoden door schendingen van de Geneefse Conventies in Uruzgan. Toezien op naleving van die conventies is een absolute hoofdtaak van de media in oorlogsgebieden.

Daarnaast zijn sommige constateringen van het tweetal onjuist. Zoals de opmerking dat in de ruim twee jaar dat Nederland de lead nation is in Urzugan er „geen media (zijn) geweest die het moreel en financieel verantwoord vonden het leven van verslaggevers in de waagschaal te stellen om langdurig op eigen houtje verslag te doen van de oorlog”. Zelf bezoek ik Uruzgan sinds januari 2006 met grote regelmaat en bracht maanden in het zuiden door voor verschillende Nederlandse media. Deze media vinden het wel degelijk verantwoord.

Daarmee wordt hun stelling ondergraven dat de blogs van de militairen kritischer zijn dan reguliere media. Dat is pertinent incorrect. Militairen zwijgen ook over de vele burgerslachtoffers en de slecht uitgevoerde ontwikkelingsprojecten. Hun ‘posts’ horen thuis in de categorie ‘kazernegeleuter’. Ze kunnen niks anders: ook hun berichten worden gecontroleerd.

Kritiek op de media door Beunders en Buljac is als de media zelf in Uruzgan: onvolledig. De geschiedschrijving verdient een kritischer blik.

Arnold Karskens doet ‘niet-embedded’ verslag uit Afghanistan voor o.a. De Pers en Zembla.

Lees het betoog van Beunders en Buljac op nrc.nl/opinie. Zie daar ook hun NWO-rapport, waar zij o.a. ingaan op censuur.