Een dagboek? Of brieven? Uitgeven die handel

Sinds 9/11 wordt de literatuur beheerst door een hang naar authenticiteit.

In 2009 bereikt die trend een hoogtepunt, en verschijnt er een hausse aan persoonlijke memoirs.

Dreams from My Father Barack Obama
Dreams from My Father Barack Obama

Merkwaardig eigenlijk, dat het memoir (de voor iedereen toegankelijke versie van de memoire) in Nederland nooit een erg populair genre was. De hang naar authentieke verhalen is de Nederlandse lezer immers niet vreemd: ‘waargebeurd’ is ook hier een belangrijk argument. Maar in het buitenland, en dan vooral de VS, is het memoir wat verkoop betreft al lange tijd succesvol. De Amerikaan leest graag boeken waarin ‘gewone’ mensen hun levensverhaal opschrijven. Echtheid is daarbij vaak een belangrijker eis dan kwaliteit.

Verbazingwekkend zijn elke keer weer de reacties van het publiek wanneer (een deel van) dat levensverhaal niet waar blijkt te zijn. Een halve volksopstand brak uit toen in 2006 bleek dat het verhaal van James Frey over zijn drankmisbruik niet waar was. De Amerikaanse AA zag zich eerst voortreffelijk vertegenwoordigd door In duizend stukjes (2003), maar toen bleek dat Frey zijn hele verhaal had verzonnen, voelde diezelfde AA zich opeens onbegrepen en gediscrimineerd.

Vorige week nog ontstond ophef omdat een man (Herman Rosenblat) een deel van zijn kampgeschiedenis zou hebben verzonnen. Volgens Oprah Winfrey, die het verhaal al gehoord of gelezen had, ging het hier om een krachtig en ontroerend liefdesverhaal. Maar sinds de ontmaskering wordt het boek wordt niet meer uitgegeven: ‘krachtig’ en ‘ontroerend’ gaan kennelijk alleen op voor waargebeurde herinneringen.

Doordat er in Nederland geen sterke traditie van memoirs is, leiden dit soort gebeurtenissen hier ook nooit tot enorme ophef. Soms klinkt wat verbazing van een teleurgestelde lezer die ontdekt dat een roman niet autobiografisch is. Maar die lezer weet eigenlijk ook wel dat hij vooral de pest in heeft omdat hij zich door de auteur bij de neus genomen voelt, terwijl er toch met koeienletters ‘roman’ op het boekomslag stond.

De hang naar authenticiteit is er al langer en bepaalt eigenlijk het literaire klimaat sinds de aanslagen van 9/11. Literaire non-fictie waarin aan de hand van bijvoorbeeld een vader (Mak) of een familie (Koelemeijer) een bredere geschiedenis wordt verteld, floreert al jaren. Maar in 2009 leidt de behoefte zelfs in Nederland tot waardering van verhalen over mensen met een verhaal zónder grotere relevantie. Memoirs dus. In 2008 was die opgang al te merken, maar toen ging het nog vooral om opmerkelijke verhalen. Zoals dat van Maria Mosterd, wier Echte mannen eten geen kaas ook in deze krant positief werd ontvangen. En natuurlijk heeft documentair materiaal uit de oorlog sinds Anne Frank een vrijwel onaantastbare status op de boekenmarkt.

Komend jaar lijkt er sprake van een kentering. In de tijd waarin het straatinterview het belangrijkste item van het journaal is geworden, gaan we ons nu enorm interesseren voor de willekeurige voorbijganger in de literatuur.

Wat gaat dat opleveren? Een boek van oud tv-presentatrice Debbie Petter bijvoorbeeld, die het verhaal van haar joodse moeder opschrijft (Ik ben er nog. Het verhaal van mijn moeder Hélène Egger, Thomas Rap, februari). Volgens de brochure spelen „naast moed en kracht verraad en menselijke zwakte een rol in dit door Debbie Petter opgetekende verhaal van haar moeder. Een bijzonder verhaal en ook weer niet, omdat er veel van deze meisjes waren”. Paul Alexander doet iets vergelijkbaars, zij het niet op basis van gesprekken, maar met gevonden documenten. In Landverhuizers en thuisblijvers (De Geus, april) ontrafelt hij de lotgevallen van zijn joodse familie.

Nicole Montagne schrijft in Souvenir. Herinneringen aan een vader (Cossee, april) over haar vader. „Al schrijvend en rouwend richt de dochter een klein, kwetsbaar monument op voor deze man die haar vader was”. Inez Hollander onderzoekt haar Indische familiegeschiedenis in Verstilde stemmen en verzwegen levens (Atlas, maart). Bij Athenaeum verschijnt Leer mij je liefhebben, het bewogen leven van een domineesvrouw, waarin Kristine Groenhart het huwelijk van haar grootouders beschrijft aan de hand van brieven en ander documentair materiaal. De agent die de rechten verkocht, repte in een persbericht van een bedrag „dat voor een debutant een record genoemd mag worden”. Het memoir is zo fähig geworden dat het de salon gewoon overgeslagen lijkt te hebben.

Dit zijn nog maar de Nederlandse voorbeelden. Dat de markt rijp is voor het memoir blijkt ook uit het toenemende aantal vertalingen. Uit Iran verschijnt van Azar Nafisi, de schrijfster van Lolita lezen in Teheran, haar eigen verhaal: Alles wat ik verzwegen heb (De Bezige Bij, april). Dat wordt een bestseller, blijkt al uit de woorden van de uitgeverij zelf: „Na De vliegeraar en Duizend schitterende zonnen publiceert De Bezige Bij nu het nieuwe, fenomenale boek van Azar Nafisi.” Authenticiteit uit Verweggistan gecombineerd met memoir: idealer kan niet.

Maar het kan dus ook dichtbij huis. Voor iedereen die zelf schrijfambities heeft: kijk eens op de zolder van het ouderlijk huis. Dagboeken? Brieven? Uitgeven die handel. De tijd is er nog nooit zo rijp voor geweest.

En zo krijgen we geschiedenissen voorgeschoteld uit de meest onverwachte hoeken. Dat is slecht nieuws voor de beroepsjournalisten en hun literaire non-fictie, en voor ouderwetse geschiedenisboeken met grote verhalen en belangrijke personen. Maar de gevolgen daarvan merken we toch pas in 2010.