ECB nog geen toezichthouder

De financiële crisis heeft veel algemeen gedeelde inzichten op losse schroeven gezet. Het idee dat centrale banken zich niet met het toezicht op de banken zouden moeten bezighouden, is daar één van.

Lucas Papademos heeft dat ook gesignaleerd. De vicepresident van de Europese Centrale Bank (ECB) heeft tegen het Duitse tijdschrift WirtschaftsWoche gezegd dat de financiële stabiliteit in de Eurozone baat zou hebben bij het versterken van het Europese karakter van het toezicht op de 45 belangrijkste banken van de regio. De ECB kan die taak ook aan, zo voegde hij eraan toe.

De argumenten van Papademos klinken louter pragmatisch. Het gunnen van een rol aan de ECB bij het toezicht op de banken zou „kostenefficiënter en effectiever” zijn, zegt hij. Maar intussen gaat het hier wel om niets meer of minder dan een intellectuele revolutie. De scheiding tussen het monetair beleid en het toezicht op de banken maakte deel uit van de dereguleringsagenda van de vorige generatie. De aanhangers van de Greenspandoctrine (genoemd naar de vorige voorzitter van de Federal Reserve, de Amerikaanse centrale bank) geloofden dat het toezicht op de banken grotendeels aan de markt moest worden overgelaten en dat banken niet door centralebankiers als beleidsinstrumenten mochten worden gebruikt.

Dat concept is inmiddels in ongenade gevallen. Banken en semibanken hebben de financiële stabiliteit ondermijnd door te snel te groeien en te veel onderling verbonden risico’s te nemen. Vandaag de dag ondermijnen ze de financiële stabiliteit door te snel te krimpen en te weigeren voldoende risicodragende leningen te verstrekken. Overheden en centrale banken hebben daarop gereageerd door steeds meer controle op het financiële stelsel naar zich toe te trekken.

In zekere zin heeft de ECB juist geprofiteerd van het verkeerde idee van een beperkte rol voor de centrale banken. De instelling uit Frankfurt zou misschien nooit in het leven zijn geroepen als de nationale regeringen de controle over hun banken hadden moeten afstaan. Ze vonden het al zwaar genoeg om hun eigen monetaire beleid te moeten opgeven.

Maar door deze crisis, die de hele regio raakt, zijn de argumenten voor een verenigd en actief toezicht op de banken sterk, zolang de ECB maar belooft te zullen optreden als de Spaanse centrale bank, die haar banken voor de ergste problemen heeft behoed, en niet als de Federal Reserve, die passief heeft zitten toekijken.

De vraag is of het idee daardoor momenteel politiek verteerbaarder is geworden dan toen de ECB werd geboren. Uitgerust met toezichthoudend gezag zou de centrale bank veel controle hebben over de geldstromen binnen de Eurozone. En de bank zou nog steeds niet rechtstreeks verantwoording zijn verschuldigd aan de nationale overheden. Politici zijn wellicht nog niet bereid om de centrale bank nu al zo veel macht te geven.