De Spaanse droom is voorbij

Het ging de afgelopen jaren heel goed met Spanje.

Nu maakt het land opnieuw kennis met armoede. Lonen dalen, er is veel minder werk.

Een rij voor het arbeidsbureau in Madrid, november 2008. Foto’s Reuters People queue outside a government job centre in Madrid November 6, 2008. The number of Spaniards out of work leapt to a 12-year high in October, marking the worst level in the euro zone, as financial market turmoil hit Spain's labour market harder than any other in the currency bloc. REUTERS/Susana Vera (SPAIN)
Een rij voor het arbeidsbureau in Madrid, november 2008. Foto’s Reuters People queue outside a government job centre in Madrid November 6, 2008. The number of Spaniards out of work leapt to a 12-year high in October, marking the worst level in the euro zone, as financial market turmoil hit Spain's labour market harder than any other in the currency bloc. REUTERS/Susana Vera (SPAIN) REUTERS

Er klinkt muziek in de eetruimte van Sol y Vida, de gaarkeuken in een volkswijk van het Zuid-Spaanse havenstadje El Puerto de Santa María (Cádiz). De zaal stroomt langzaam vol. Behalve de gebruikelijke daklozen en junks schuiven steeds meer immigranten aan.

Nee, hij had niet gedacht dat hij ooit híér terecht zou komen, zegt Marcos Zamora (39), terwijl hij de inktvis met aardappelen van zijn plastic bordje lepelt. Vier jaar geleden stopte hij met zijn baan als taxichauffeur in de Boliviaanse hoofdstad La Paz, om samen met zijn vrouw te emigreren. „Als kind droomde ik al van Spanje. Hier was volop werk, zei iedereen.”

Alles pakte hij aan: schilderwerk, loodgietersklusjes, brood bakken, paarden verzorgen op de omliggende finca’s. Maar nu is de Spaanse droom voorbij. Sinds de zomer is er nauwelijks werk, zucht Zamora, een stevige man met Indiaanse trekken. Zijn vrouw en zoontje zijn terug naar Bolivia. Zamora deelt een etage met vier landgenoten. Nog een geluk: andere migranten slapen op straat.

In tijden van crisis maakt Spanje opnieuw kennis met armoede. Vijftien jaar van economische bonanza, aangestuurd door miljarden aan Europese subsidies en bloeiende speculatie op de woningmarkt, hebben het land in recordtempo ontwikkeld. Maar nu dreigt het land in de problemen te komen. Sinds het doorprikken van de huizenzeepbel stijgt het aantal werklozen maandelijks met honderdduizenden. Dat treft vooral de miljoenen migranten: zij verliezen als eersten hun werk. En anders dan de Spanjaarden zelf hebben ze geen sociaal vangnet in de vorm van familie.

De Vereniging voor de Mensenrechten in Andalusië, vanouds een van de armste regio’s, presenteerde half december een onderzoek waaruit bleek dat 6 procent van de Andalusiërs, 440.000 mensen, onder de armoedegrens leeft. Dat is meer dan tien jaar geleden.

In Cádiz, binnen Andalusië de armste provincie, moeten 111.000 inwoners rondkomen van 300 euro per maand of minder. Cáritas, de hulporganisatie van de katholieke kerk, maakte bekend dat zij in heel Spanje 900.000 hulpbehoevenden opvangt, anderhalf keer zo veel als in 2007. De toevloed bezorgt Cáritas grote financiële problemen.

In Andalusië begint het seizoen voor de pluk van olijven, sinaasappels en aardbeien – werk dat de afgelopen tien jaar vrijwel uitsluitend door migranten werd gedaan. Maar dit jaar zijn de Spanjaarden bij gebrek aan ander werk zélf dagloners.

De honderdduizenden werkloze immigranten uit de bouw en de horecasector maken de concurrentie nog heviger. In olijfgebieden als Córdoba en Jaén is geen plaats meer in de opvangtehuizen voor tijdelijke werkers. De migranten trotseren de ijzig koude nachten in de open lucht.

De gaarkeuken in El Puerto de Santa María zag het aantal klanten in een paar maanden tijd verdubbelen. Het zijn er nu zo’n zeventig, zegt vrijwilligster Carmen, terwijl ze in cellofaan verpakte broodjes met smeerkaas uitdeelt. Op de begane grond, in de grote opslagruimte met gratis kleding, kreeg beheerder Francisco Belaustegi de afgelopen maanden 30 procent meer bezoekers.

Ghilca (24), een alleenstaande moeder, zoekt in de keurige stapels met kleding een trappelzakje voor haar twee maanden oude dochtertje. In Colombia studeerde ze voor fysiotherapeute, hier werkte ze in de huishouding. Haar toekomst in Spanje is onzeker. „Het is nu moeilijk werk te vinden. En ik heb geen papieren.”

Ironisch genoeg hebben de illegalen het makkelijker dan de migranten met verblijfspapieren, zegt Amin Soussi van de Vereniging voor de Mensenrechten in Andalusië. „Als je legale arbeidsmigranten in dienst neemt, moet je als werkgever sociale premies en belastingen afdragen. Dat maakt ze een stuk duurder.”

Intussen zijn de lonen fors gedaald, vaak tot ver onder het wettelijk minimum. Soussi: „Het werkt net als de beurs: er is veel meer aanbod dan vraag.” Onderling troeven immigrantengroepen elkaar af. De Marokkaanse aardbeienpluksters met een officieel tijdelijk werkcontract krijgen 34 euro voor een werkdag van 6,5 uur. Illegale Roemenen bieden zich al aan voor 2,50 euro per uur. In de sinaasappelvelden werken anderen zelfs tien uur voor 15 euro.

De strijd om te overleven zorgt voor oplopende spanningen. In La Mojonera in Almeria hadden begin december dagenlang gewelddadige botsingen plaats, nadat een Malinese man bij een poging tot beroving was doodgestoken. De politie pakte een Marokkaanse verdachte en twee handlangers op – en arresteerde vijf andere Afrikanen tijdens de brandstichtingen en vechtpartijen die uitbraken tussen de twee migrantengroepen.

In september werd in hetzelfde gebied een Senegalees vermoord bij een vechtpartij. „De marginale leefomstandigheden hebben er rechtstreeks mee te maken”, denkt Amin Soussi.

De Spaanse regering introduceerde vorig jaar een terugkeerregeling: migranten die teruggaan naar hun land van herkomst krijgen een uitkering in twee delen: een deel bij vertrek uit Spanje en een deel bij aankomst in het thuisland. De eerste drie jaar mogen ze dan niet meer terugkeren naar Spanje.

Maar Soussi kent weinig migranten die van de vertrekpremie gebruikmaken. „Neem de Afrikanen. Die hebben vaak al 1.000 tot 2.000 euro uitgegeven en hun leven gewaagd voor hun overtocht met een boot. Die gaan niet terug met een paar duizend euro.”

De cijfers lijken Soussi gelijk te geven. Tot eind november vorig jaar hadden in totaal 256 migranten van de regeling gebruikgemaakt. Een te verwaarlozen aantal, vergeleken bij de 350.000 werkloze migranten die er toen waren.

Marcos Zamora denkt wél over terugkeer naar Bolivia, in februari zal hij kijken of dat mogelijk is. Als illegaal heeft hij geen recht op de uitkering van de terugkeerregeling, maar zo is het ook geen doen. Al is de beslissing nog niet genomen. „Als ik hier wegga, is het niet makkelijk weer terug te komen”, zegt hij. „En op mijn leeftijd hoeft het dan al bijna niet meer. Misschien dat ik nog even wacht. Hopen dat het beter wordt.”