Bambi noch trofee

Het begon dertien jaar geleden met een stuk of vijftig damherten.

De dieren ontsnapten uit een park in het Zeeuwse Watergat en namen hun intrek bij de buren, in het natuurgebied Kop van Schouwen. Daar had niemand iets op tegen. Damherten verfraaien het landschap. Weinig maakt natuurliefhebbers, wandelaars en fietsers zo gelukkig als de plotselinge aanblik van een roedel van die grote beesten.

De herten hadden veel te eten en de winters waren zacht. Ze gedijden goed. Zo goed dat er nu heel veel meer zijn. De damherten begonnen door hun overvloedige aanwezigheid de kleinere ree in de weg te zitten. En omdat ze de neiging hebben bij grote populatie elders te gaan foerageren, belanden ze regelmatig op provinciale wegen, in tuinen en op akkers. Daar zorgen ze voor gevaar en overlast.

Volgens het ecologisch kennisinstituut Alterra heeft de Kop van Schouwen ruimte voor maximaal 325 damherten. De Faunabeheereenheid (FBE), een samenwerkingsverband van jachthouders waarin ook Staatsbosbeheer, de Vereniging Natuurmonumenten en Zeeuws Landschap verenigd zijn, telde er 768, en verwacht dat de populatie snel zal oplopen tot 1.000. De provincie besloot het huidige aantal te handhaven en gaf voor januari en februari een vergunning voor het afschieten van 269 damherten, op een voor het publiek afgesloten stuk binnen de grenzen van het natuurgebied.

De telling werd aangevochten. De Stichting Faunabescherming schatte, op grond van uitspraken van „personen die het gebied goed kennen”, het aantal damherten op ten hoogste 400 en vroeg de rechter de jachtvergunning in te laten trekken. Tevergeefs. De Partij voor de Dieren gooide olie op het vuur door demagogisch te spreken van een „massaal jagersfestijn”.

1.000 of 400 stuks – zo’n groot verschil ondergraaft beide cijfers, temeer omdat de kissebissende tellers belangen hebben, aan de ene kant de jagers, aan de andere kant de dierenbeschermers. Het zou al een wereld schelen als de provincie Zeeland in de toekomst investeerde in een telling door een instelling van neutrale signatuur, bijvoorbeeld Alterra.

Als het over het verdelgen van konijnen zou gaan, waren de emoties veel minder hoog opgelopen. Herten, dat is iets bijzonders. Ze zijn gewilde jachttrofeeën. Anderzijds zijn ze verheven troeteldieren, gekoesterd door mensen die oprecht van de natuur houden maar er eigenlijk van vervreemd zijn, zie ook Bambi.

De mens behield ze voor de Kop van Schouwen, dat maakt de mens verantwoordelijk voor hun welzijn. Damherten zijn mooi, maar dat is toeval. Een damhert is geen poes. Damherten horen niet tot het menselijke erf. Ze maken deel uit van een natuurgebied, daarmee zijn ze onderhevig aan natuurbeheer. Dat betekent dat het omleggen van een hert niet verschilt van het vellen van een boom. Dat jagers daar genoegen aan beleven kan zuur gevonden worden, maar het doet niet ter zake.