Baas wil bij z'n renners meer strijdlust zien

De Rabo-wielerploeg was in 2008 minder succesvol dan voorheen. Directeur Harold Knebel wil komend seizoen aanvallend wielrennen met een Nederlands imago.

Een aantal renners wacht achter de coulissen om voorgesteld te worden. Foto Bas Czerwinski. 05-01-2009, Rotterdam. Presentatie Rabo wielerploeg. Foto Bas Czerwinski
Een aantal renners wacht achter de coulissen om voorgesteld te worden. Foto Bas Czerwinski. 05-01-2009, Rotterdam. Presentatie Rabo wielerploeg. Foto Bas Czerwinski Czerwinski, Bas

Maarten Scholten

Zelfs zonder de mooie prestaties van Thomas Dekker in de klassiekers was de video met hoogtepunten van 2008 nog behoorlijk gevuld, gisteren bij de jaarlijkse presentatie van de Rabo-wielerploeg in Ahoy. Titels in het veld en op de weg voor Lars Boom, de groene trui in de Ronde van Frankrijk en prestigieuze zeges voor de Spaanse sprinter Oscar Freire, een schitterend seizoen van talent Robert Gesink, een ruime voldoende voor de Russische kopman Denis Mentsjov (derde in de Tour na de uitsluiting van de Oostenrijker Bernhard Kohl wegens dopegebruik). „Wij zijn tevreden maar niet voldaan”, vat directeur Harold Knebel samen.

Rabobank, met een budget van twaalf miljoen euro per jaar een van de duurste ploegen van het profpeloton, behaalde vorig seizoen minder successen dan eerder onder leiding van Jan Raas en Theo de Rooij. Terwijl begin 2008 bij de presentatie juist werd gesteld dat het team bij de beste sportploegen ter wereld moest gaan horen, zoals Ferrari (autosport), Real Madrid (voetbal), de Boston Red Sox (honkbal) en de LA Lakers (basketbal).

Ook schortte het vorig jaar aan de uitstraling bij de enige Nederlandse ProTourploeg. „We hadden meer strijdlust moeten tonen”, vindt Knebel. „We hadden een te afwachtende stijl van koersen. De Ronde van Frankrijk was qua resultaat misschien wel de beste voor Rabo ooit, maar over het algemeen waren we minder zichtbaar in de koersen.”

Het recept voor 2009 doet de gewezen bankier, die vorig jaar de opgestapte De Rooij opvolgde als directeur, er direct bij. „We moeten meer initiatief nemen, aanvallend rijden.” Als voorbeeld wijst Knebel op de bescheiden rittenkoers Franco-Belge („Flecha won, maar twee andere renners van ons hadden evengoed kunnen winnen”) en de Ronde van Vlaanderen, waarin Sébastian Langeveld uitblonk. „Daar hebben we attractief wielrennen laten zien. Op die manier willen we komend seizoen zichtbaarder proberen te zijn.”

Knebel bestrijdt dat de minder populaire uitstraling van zijn ploeg te wijten was aan een aantal conflicten vorig seizoen. Wegens ruzie met de ploegleiding deed Thomas Dekker niet mee aan de Ronde van Frankrijk. Na zeven seizoenen werd zijn contract verbroken, en rijdt ‘het grootste Rabo-talent ooit’ komend seizoen voor het Belgische Silence-Lotto. Ploegleider Erik Dekker kwam onder vuur te liggen voor zijn passieve rol in de affaire rond zijn naamgenoot, met wie hij als renner-regisseur juist intensief contact had moeten houden. Voor Michael Boogerd bleek er in het eerste jaar nadat hij was gestopt geen functie weggelegd bij de ploeg. Hij beëindigde in augustus zijn banden met de sponsor, nadat hij dertien jaar het boegbeeld was geweest. Verschillende renners en personeelsleden beklaagden zich off the record over de nieuwe aanpak, die door de sponsor werd afgedwongen na de affaire-Rasmussen in de Tour de France van 2007.

„Dit heeft niets met onze exposure te maken”, vindt Knebel. „We sluiten 2008 af en vanaf nu is de blik naar voren gericht. Ik zie hier een enthousiaste groep mensen, die van 2009 een fantastisch sportjaar wil maken.”

De Raboploeg is komend seizoen groter dan tevoren: het profteam bestaat uit 30 man, de opleidingsploeg uit 22 renners. Naast ervaren buitenlanders als Freire, Mentsjov, Flecha en de Belgische aanwinst Nick Nuyens is er volop ruimte voor jonge Nederlandse renners. Gesink debuteert komend seizoen in de Tour, Bauke Mollema in de Vuelta en Langeveld mag zich volledig richten op de klassiekers. Boom stapt over naar de profploeg, waarin ook Kai Reus na zijn zware ongeluk in 2007 terugkeert. Sprinter Theo Bos, meervoudig wereldkampioen op de baan, debuteert in de opleidingsploeg. „We streven naar een herkenbaar Nederlands imago”, zegt Knebel.

Ieder van de vijf ploegleiders gaat zich intensief bezighouden met een eigen ‘kernformatie’ van zes renners. Zo krijgt Erik Breukink de kopmannen Mentsjov en Freire in zijn groep, Frans Maassen de jonge toppers Gesink en Boom, en richt Erik Dekker zich met zijn groep op de klassiekers en gaat hij niet mee naar de Tour.

De ploegleiders zullen op hun beurt worden gecoacht door oud-volleybalcoach Peter Murphy, prestatiemanager topsport van sportkoepel NOC*NSF. „De coaching van de ploeg krijgt meer nadruk”, zegt Knebel. „Na een zoektocht met onze trainer Louis Delahaye kwamen we bij Peter Murphy uit. In eerste instantie gaat hij helpen met het opstellen van coachingsprofielen van renners.” Murphy reist volgende week met de ploeg mee naar een trainingskamp in Spanje.

Volgens de directeur gaan de ploegleiders, coaches en rennersregisseurs zich komend seizoen met hun eigen kernteam vaker gezamenlijk voorbereiden. „De focus zal meer komen te liggen op de belangrijke wedstrijden, de klassiekers en de grote rondes.” Onder zijn voorgangers Jan Raas en Theo de Rooij koos de Raboploeg er juist voor om een heel seizoen lang op een stabiel niveau te presteren.

Een verder geprofessionaliseerde begeleiding moet volgens Knebel leiden tot concrete resultaten: het podium in de Tour, een zege in de klassiekers, winst in kleine rondes en ritzeges in grote rondes. „Want qua begeleiding zijn we net zo goed als de andere topteams in de wereld.”