Amsterdam jaagt op veroordeelden

Justitie heeft met zo’n vijftigduizend burgers nog een rekening te vereffenen, zonder dat ze in de cel zitten. De Amsterdamse politie wil de zwaarste criminelen snel opsporen.

Op vrije voeten na een bijzonder verlof. Of in hoger beroep veroordeeld na aanvankelijke vrijspraak. Duizenden veroordeelden voor zware delicten lopen op vrije voeten in Nederland of hebben de wijk genomen naar het buitenland. De Amsterdamse politie maakt jacht op deze groep en zet daar inmiddels een speciale website voor in, ‘veroordeeldengezocht.nl’.

Landelijke cijfers over voortvluchtige veroordeelden zijn er niet. Vorig jaar riep de Amsterdamse politie er een speciaal team voor in het leven, dat sindsdien 58 voortvluchtigen wist op te pakken. Die waren gezamenlijk goed voor 17.077 dagen cel.

De Amsterdamse aanpak is niet uniek. Anderhalf jaar geleden startte het Openbaar Ministerie (OM), in samenwerking met de Bovenregionale Recherche in Zwolle, het zogeheten Team Executie Strafvonnissen (TES). Dat team spoort voortvluchtigen op in Nederland en in het buitenland.

Het TES heeft inmiddels meer dan 1.500 criminelen in het vizier. Niet via een een openbare site, maar door klassiek opsporingswerk. Drie jaar geleden maakte een wetswijziging het mogelijk om bijzondere opsporingstechnieken in te zetten bij deze zware criminelen. De TES-rechercheurs mogen observeren, telefoons tappen, mailtjes onderscheppen en, indien nodig, buitenlandse politieteams inschakelen.

Vooral het Europees arrestatiebevel (EAB) maakt het mogelijk om verdwenen veroordeelden te achterhalen die naar hun moederland zijn vertrokken. Dat geldt voor naar schatting 10 procent van het totaal aantal voortvluchtigen. Datzelfde EAB zorgt er ook voor dat de groep in Nederland verblijvende, veroordeelde criminelen groeit. Andere Europese lidstaten vragen steeds vaker aan Nederlandse politiekorpsen om voortvluchtigen uit hun land te achterhalen, terug te brengen naar het land van herkomst of in Nederland op te sluiten.

Het TES en de Amsterdamse politie maken selectief jacht op voortvluchtigen. Landelijk heeft justitie nog met zo’n 50.000 burgers een rekening te vereffenen, variërend van openstaande boetes tot zwaardere delicten als verkrachting, geweldpleging of fraude. Maar in eerste instantie is de aandacht van de politie gericht op zaken die op het punt staan te verjaren en op veroordeelden van zwaardere vergrijpen als moord-, geweld- en zedendelicten. In Amsterdam, waar de opsporingsbestanden zijn opgesteld in samenwerking met het lokale parket van het OM, speelt ook mee dat het moet gaan om veroordeelde criminelen van wie bekend is dat ze opnieuw misdrijven op hun naam hebben staan.

Op de site van de Amsterdamse politie prijken inmiddels 42 misdadigers. Het rechercheteam in Zwolle maakt nog geen gebruik van de mogelijkheden van publieke internetopsporing. Er is volgens een woordvoerder wel sprake van samenwerking met de Amsterdamse collega’s. „In de praktijk komt het voor dat we ook in Amsterdam actief zijn. We weten van elkaar wat we doen. De vraag of wij ook internet gaan gebruiken, is afhankelijk van de eventuele successen daar.’’

De Amsterdamse site is een proef waarvoor het landelijk College van procureurs-generaal toestemming heeft gegeven, omdat het om digitale opsporingsberichten gaat. Vooralsnog komen er 86 voortvluchtigen in aanmerking die veroordeeld zijn voor delicten met een ‘strafbedreiging’ van acht jaar. In de praktijk kan de echte straf lager zijn uitgevallen, maar het gaat wel om delicten waarbij meestal geweld is gebruikt.

Bij de landelijke opsporing gelden andere criteria. Dan moet het gaan om veroordeelden die nog meer dan 300 dagen hebben uitstaan voordat er wordt overgegaan tot opsporing. Wie nog 120 dagen tegoed heeft, komt in elk geval op de (internationale) opsporingslijst.

Bij veroordeelde voortvluchtigen kan het gaan om fraudeurs, die meestal niet lang in voorarrest blijven, om criminelen die behalve een gevangenisstraf een voorwaardelijke straf hebben gekregen, maar zich niet aan die voorwaarden hebben gehouden, of om verdachten van wie later is gebleken dat hun rol bij het misdrijf groter was dan oorspronkelijk gedacht. Afhankelijk van de reacties op de Amsterdamse site wordt de proef mogelijk uitgebreid naar andere politiekorpsen.