De SG is weer staatsdienaar, geen mooie zangvogel

Biedt de hoogste ambtenaar op Economische Zaken deze week een oplossing voor de crisis? Intimi verwachten dat niet. Chris Buijink is competent, maar geen bevlogen ideoloog.

Eén keer per jaar spreekt ‘het orakel’ uit Den Haag. Boeren, burgers en buitenlui luisteren aandachtig en weten dan wat er op economisch gebied gaat gebeuren.

Zo ziet de Amsterdamse ondernemer Hans Kamps het als hij aanstaande vrijdag grijpt naar het traditionele nieuwjaarsartikel van de hoogste ambtenaar van het ministerie van Economische Zaken.

Het orakel is Chris Buijink, secretaris-generaal (‘SG’) bij het ministerie. Zijn spreekbuis is het economenvakblad Economisch Statistische Berichten (ESB), waarin jaarlijks de richtinggevende boodschap verschijnt. Een traditie die al sinds 1957 bestaat.

Vorig jaar was ondernemer Kamps ingenomen met de eerste pennevrucht van de in 2007 aangestelde secretaris-generaal, die het leven voor kleine ondernemers en starters met soepeler belastingregels gemakkelijker wilde maken. Al verdampte de kop boven het artikel – De toekomst in eigen hand – snel toen bleek hoe diep de rot van de Amerikaanse bankencrisis ook in de Europese en Nederlandse financiële instellingen was doorgedrongen.

Wat zal dit jaar de boodschap zijn van de topambtenaar aan de Bezuidenhoutseweg, nu enkele steunpilaren van het economische stelsel in diskrediet zijn geraakt?

Meer dan ooit richten de ogen zich op politiek en ambtelijk Den Haag, sinds roekeloze bankiers het vertrouwen in de vrije markt hebben beschadigd en de bankencrisis in een wereldwijde economische recessie is omgeslagen. Het idee ‘minder markt, meer staat’ wint aan sympathie. Maar hoeveel staat? Want vergaloppeerde ook de staat zich niet bij die andere recessie, toen miljarden werden uitgetrokken voor noodlijdende scheepswerven die alsnog failliet gingen?

Wouter Bos, de minister van Financiën, waakt dezer dagen over de stabiliteit van het financiële stelsel. Jan Peter Balkenende, de premier, praat burgers moed in – bij tegenwind „harder trappen”. Economische Zaken, van oudsher een denktank van economen, lijkt bij uitstek het ministerie waarvan bij tegenwind grensverleggende initiatieven kunnen worden verwacht. Het zal vooral van ideeën moeten komen en het coördineren van plannen, want met 2,8 miljard euro heeft het ministerie een van de kleinste budgetten.

„Chris, dit is de enige keer in het jaar dat je mag zeggen wat je wilt! Hoe kunnen we de crisis overleven? Wat gaan we in Nederland doen?” Zo daagde Albert Jolink, hoofdredacteur van ESB, Buijink uit in een voorgesprek. Het nieuwjaarsartikel kan Jolink niet polemisch genoeg zijn. De nieuwe hoofdredacteur, tevens bijzonder hoogleraar geschiedenis van de economie aan de Universiteit van Amsterdam, trekt er hard aan om zijn blad weer hét podium te maken voor het economendebat in Nederland. Een hele opgave, sinds economen enkel nog academische punten verdienen met publicaties in internationale tijdschriften.

„Meeslepende beschouwingen over het economisch beleid moet je van Buijink niet verwachten”, zegt Loek Hermans, oud-minister en voorzitter van MKB-Nederland, organisatie voor het midden- en kleinbedrijf. Dat moet hij ook niet willen, meent de werkgeversvoorzitter, die regelmatig met hem te maken heeft.

De secretaris-generaal is vooral een pragmaticus. Oplossingsgericht, typeert Hermans hem in één woord. „Ook in het dieptepunt van een conflict blijft Buijink zoeken naar oplossingen. Als Chris niet vrolijk kijkt, worstelt hij met een probleem waarvoor hij even geen oplossing heeft.”

Vroeger kende Economische Zaken secretarissen-generaal zoals Frans Rutten, een theoretisch econoom, de jurist Ad Geelhoed, en – heel kort – de internationale econoom Sweder van Wijnbergen. Intellectuelen met uitgesproken opvattingen. Rutten en Geelhoed bekommerden zich nauwelijks om de dagelijkse gang van zaken op het ministerie.

De joyeuze Buijink is dan wel geen theoretisch econoom, hij is wel iemand met een „breed zakelijk intellect, politiek en economisch goed onderlegd, die een probleem snel weet te doorgronden”, zegt wetenschapper Alfred Pijpers van instituut Clingendael. Hij is al tientallen jaren met Buijink lid van De Kring, een debatingclub van oud-studenten volkenrecht en internationale betrekkingen. „Chris is zeker geen blinde ideoloog. Hij vertegenwoordigt wel liberale economische ideeën.”

In de dertig jaar bij Economische Zaken heeft Buijink alle hoeken van het ministerie gezien en zich ontwikkeld tot een bedreven manager. Hij wil zich met alle betrokkenen en met de ‘gereedschapskist’ van het ministerie inzetten voor vernieuwend ondernemerschap en een sterke economie in de Nederlandse delta. Dat is zijn drijfveer. Of het nu was als directeur van de afdelingen Ondernemingen, Innovatie en Technologiebeleid of bij talrijke missies naar Azië en Turkije, steeds stond hij in nauw contact met het bedrijfsleven.

„Buijink is een echte bedrijvenman. Een aimabel mens met een no-nonsensementaliteit en een passie voor industrie”, oordeelt Aad Goudriaan, president-directeur van DAF Trucks. Hij heeft veel te maken met Economische Zaken in deze barre tijden, waarin de vrachtwagenbouwer in Eindhoven voor ruim de helft van het personeel werktijdverkorting moest aanvragen. Voor economisch advies, of het nu gaat om kredietgarantieregelingen of mogelijkheden tot subsidies, en voor initiatieven richting kabinet is de SG voor Goudriaan altijd beschikbaar om samen te kijken wat in deze crisis helpt. „Buijink is een bruggenbouwer tussen bedrijfsleven, ambtenarenapparaat en politiek”, zegt de DAF-topman.

„Je kunt Chris altijd overal op aanspreken”, beaamt vakbondsleider Henk van der Kolk, voorzitter van FNV Bondgenoten. „Niet dat hij meteen ja en amen zegt als je iets wilt. Maar Buijink zet wel iets in beweging.”

Hij past bij de Nederlandse poldercultuur, vindt oud-minister Laurens Jan Brinkhorst (D66). Een „mooie zangvogel” is Buijink niet. Wel een „solide en competente topambtenaar”.

Voor Willem Buijink, de oudere broer, was tijdens hun jeugd al duidelijk dat Chris „iets in de politiek” zou gaan doen. „Hij had al vroeg hart voor de publieke zaak in Nederland”, zegt Willem Buijink, hoogleraar accountancy aan de Universiteit van Tilburg. De twee broers en hun zus groeiden op in Brussel. Maar Chris was vooral geboeid door het politieke en economische debat in Nederland. De economische inzinking na de beide oliecrises in de jaren zeventig, de torenhoge werkloosheid, discussies over hoe welvaart te scheppen en te verdelen. Dát hield hem bezig. „Hij is voor een zorgzame samenleving, maar mét prikkels”, zegt zijn broer. Studeren deed Chris in Amsterdam, politicologie.

Koud afgestudeerd kon Buijink aan de slag bij Economische Zaken – als stafmedewerker bij de directie Algemene Economische Politiek – het hart van de denktank van het ministerie. Frans Rutten was er toen secretaris-generaal en had het ministerie in Den Haag tot een machtige politieke factor gemaakt. Rutten was niet alleen een eigengereide hoogleraar economie aan de Erasmusuniversiteit in Rotterdam, hij had ook goede relaties met de CDA-top.

In de zeventien jaar dat Rutten SG was, had hij grote invloed. „Het economische herstelbeleid dat door het kabinet-Lubbers in de jaren tachtig werd ingezet, werd grotendeels ingefluisterd door de secretaris-generaal van Economische Zaken”, weet Cees Oudshoorn, directeur economische zaken bij werkgeversorganisatie VNO-NCW, die lang bij het departement werkte. Er woedde in die tijd in Den Haag een hevige richtingenstrijd tussen de Keynesianen, die het looninstrument wilden inzetten om de economische malaise met bestedingen te bestrijden, en de aanbodeconomen, die onder invloed van Reagans politiek meer heil zagen in belastingverlaging, sanering van overheidsfinanciën, stimulering van investeringen en loonmatiging. „Met zijn nieuwjaarsartikelen maakte Rutten Reaganomics in Nederland salonfähig”, zegt Oudshoorn.

Ook Ruttens opvolger Geelhoed, jurist en hoogleraar Europees recht, drukte met zijn intellectuele inbreng een zwaar stempel op het ministerie. Hij fulmineerde in ESB tegen het gebrek aan dynamiek in de publieke en private sector, pleitte krachtig voor economische integratie in Europa en vond dat marktwerking ruim baan moest krijgen. Sweder van Wijnbergen, als Geelhoeds opvolger aangetrokken door de paarse minister Hans Wijers (D66), zette de golf van privatisering en liberalisering van alle mogelijke staatsbedrijven door – van telefonie tot elektriciteit.

Maar de tijd dat eigenzinnige intellectuelen als Rutten, Geelhoed en Van Wijnbergen het ministerie tot een belangrijke politiek-economische speler in Den Haag maakten is voorbij. Met de komst van Jan Willem Oosterwijk als SG (2001) en Chris Buijink (2007) zijn de secretarissen-generaal volgens Oudshoorn weer meer „dienaren van de staat” geworden. Topambtenaren, die loyaal en voorzichtig zijn. Een bewuste koerswijziging, volgens insiders, na het stormachtige ‘intermezzo-Van Wijnbergen’. De eigenzinnige topeconoom, die in de VS zijn reputatie had opgebouwd, ging met te veel Sturm und Drang te werk en te weinig gevoel voor politieke verhoudingen. Na twee jaar stapte hij op.

De positie van secretaris-generaal is verworden tot die van „procesmanager”, vindt Van Wijnbergen. Een trend bij de hele overheid. De grote projecten bij Economische Zaken, zoals de privatiseringen en liberalisering van staatsbedrijven, zijn – op energie na – voltooid. Waar ligt de toekomst van het ministerie, dat ook niets meer ziet in het bedrijven van ouderwetse industriepolitiek?

Vakbondsman Van der Kolk ziet volop kansen voor de secretaris-generaal en zijn minister om in de huidige crisis de regie te grijpen. Haal investeringsprogramma’s naar voren, geef ruimte aan duurzame energieprogramma’s, het uitbouwen van Rotterdam en Schiphol. „Laat zien wat er nodig is om de boel in Nederland aan de praat te houden.”

Ook ondernemers rekenen op een visionair beleidspakket van de minister om sterker uit de malaise te komen.

Arie Kraaijeveld, oud-voorzitter van de metaalwerkgevers en adviseur bij bedrijven, meent dat EZ een „sturende rol” kan spelen, samen met vakministeries, bij het opzetten van een groot investeringsprogramma. De huidige crisis kan het ministerie tegelijkertijd aanpakken om richting te geven aan het debat over de economische toekomst van Nederland. „Laisser faire is blind aangehangen als ideologie uit de boekjes”, terwijl het bij de marktwerking links en rechts ook misging. Het is tijd, vindt Kraaijeveld, dat het ministerie zijn taak als toezichthouder meer gewicht geeft en zegt: ‘Ik geef je vertrouwen, maar ik houd je goed in de gaten’. Dat gaat alleen met kennis van de markt.

Oudshoorn van VNO-NCW vertrouwt op Buijink. „Hij heeft in ieder geval de bagage om van EZ een bedrijvenministerie te maken. Daar ligt de lifeline van Economische Zaken.”

Zelf wil Buijink wel iets kwijt voordat zijn boodschap in ESB verschijnt: „We moeten naar aanleiding van de bankencrisis niet gaan meehuilen met degenen die roepen: This is the end of capitalism.” Ook al stemt het lezen van het boek De Prooi over het uiteenvallen van ABN Amro hem weinig gelukkig. Tijdens zijn reizen door Brazilië, Oost-Europa en China is hem duidelijk geworden dat miljoenen mensen meer welvaart hebben gekregen. „Er kan van alles verbeteren. Maar voor mij is de groeiende welvaart, die groeiende middenklasse, de winst van de markt. Daar hebben we daar en hier veel profijt van.”